Spiegelende Levens, zo had de voorstelling Tropische Zielen ook kunnen heten. Levens weerspiegelen elkaar, vormen toevallige gelijkenissen of verrassende overeenkomsten.

Beginpunt van Tropische Zielen door Teddy shouldn’t smoke, een interdisciplinair dansgezelschap uit Rotterdam, vormen de levens van twee baanbrekende artistieke persoonlijkheden die elkaar nooit hebben ontmoet, maar wier levens opvallende spiegelingen vertonen. Overeenkomst is dat beiden een band hebben met het voormalige Nederlands-Indië; de een werd er geboren, de ander reisde erheen. Schilder Walter Spies (1895-1942), van Duitse komaf, ontdekte als westerling de picturale schoonheid van Bali; hij leefde in Ubud. De andere ’tropische ziel’ is de Nederlands-Javaanse Catharina ‘Toto’ Koopman (1908-1991), geboren op Midden-Java; zij was de muze van modekoningin Coco Chanel en verscheen als eerste vrouw van kleur op de cover van Vogue Paris. 

Theatermaker Dewi Reijs en danser/choreograaf Marijke de Vos brengen het tweetal samen in een intrigerende, complexe voorstelling. Reijs heeft voornamelijk een vertellende rol, soms ook acterend als Toto. De Vos ‘danst’ als het ware het levensverhaal van Spies, te beginnen bij de westerse fascinatie voor het Oosten (het ‘oriëntalisme’, zo genoemd naar Edward Saids boek Orientalism uit 1978) via expressionistische Ausdrucktanz, de schitterende Serpentine Dance van Loïe Fuller, vervolgens Balinese en Japanse dans tot de hedendaagse dans. Ruim een eeuw dansgeschiedenis trekt zich aan je voorbij, live muzikaal begeleid door Faradays (Karindra Perrier en Sonya Vos). Met slechts eenvoudige kostuumwisselingen en eenvoudige attributen weet De Vos elk van die afzonderlijke dansstijlen een sterke individuele kracht te geven.

Let wel: in dit gedanste levensverhaal van Spies is geen plek voor zijn schilderkunstige werk. De schaars vertelde feiten over zijn leven betreffen zijn homoseksualiteit (hij had een verhouding met een 18-jarige Balinese jongen) en zijn dood als Duitse gevangene op het door de Japanners getorpedeerde voormalige troepenschip de Van Imhoff. Eerlijk gezegd is dat te weinig. Alleen al het historische verhaal van de Van Imhoff is te aangrijpend om door Reijs en passant te worden verteld. Het meer dan weergaloze schilderkunstige werk van Spies blijft achterwege. Ik begrijp het ergens ook wel: dit is geen realistische weergave, het betreft het gedanste en verbeelde leven van Spies.

De biografie van Toto Koopman krijgt meer ruimte, ook vanwege haar verbijsterende biografie: fotomodel, muze, maîtresse, spionne in Italië tegen Mussolini’s fascisme, overlevende van het gruwelijke vrouwenkamp Ravensbrück en tot slot vond zij in Erica Brausen haar partner met wie zij de Londense Hanover Gallery oprichtte waar Lucian Freud en Francis Bacon wereldberoemd werden.

De spiegeling van Tropische Zielen schuilt in deze levens van Koopman en Spies die zó veelbewogen zijn, dat ze elk een gehele voorstelling zouden kunnen vullen. Reijs vervlecht hun levens met haar persoonlijk leven en dat van De Vos. De laatste herkent zich in de status als queer-model van Koopman. Toto’s geboorte op Midden-Java in Salatiga verbindt haar weer met Reijs zelf, die via haar familie langs moederszijde banden heeft met het voormalige Indië. Het is niet voor niets dat de voorstelling op de dag van de capitulatie van Japan (15 augustus 1945) in première ging tijdens de Floating Pasar Malam, Rotterdam.

Geleidelijk verdwijnen Koopman en Spies uit beeld en gaan De Vos en Reijs met elkaar in gesprek over Nederlands-Indië, over identiteit, over moeders en grootmoeders, over wie welke partner(s) heeft. Het laatste woord is dan ook aan hun eigen familie in vrouwelijke lijn; we horen hun stemmen over het al of niet verwerkt hebben van de (de)kolonisatie en een roerig verleden in Indonesië.

De Vos reageert soms gespeeld kribbig, als ze zegt dat ze wil dansen en niet alle zijwegen inslaan die Reijs wenst. Daarin heeft ze gelijk: de historische feiten zijn te veel om te volgen, alsof álles verteld moet worden. Bij elke levensgebeurtenis van zowel Koopman als Spies zou je meer willen weten. Vooral het feit dat de makers Toto Koopman min of meer uit de vergetelheid hebben gehaald, is een geweldig initiatief.

Maar je kunt ook anders naar Tropische Zielen kijken, niet als historisch relaas maar als zoektocht naar identiteit, gespiegeld in de biografieën van twee belangwekkende maar relatief onbekende personen. In het decor en met de kostumering door Annique Nahumury roept de uitvoering vooral veel sfeer op. De dubbelrol van Reijs is een ingewikkelde; nu eens is ze de verteller met Nederlands-Indische roots, dan weer speler. Dat geeft weliswaar een bijzondere gelaagdheid, maar staat inleving in de weg. De choreografie en dans van De Vos vormt de grote zeggingskracht. Waar Reijs soms vastloopt in het spanningsveld tussen een overdaad aan historisch-biografisch materiaal en haar persoonlijke verhaal, danst De Vos daar als het ware vloeiend, moeiteloos en vol expressiviteit doorheen.

Het is razend knap hoe zij de late negentiende- en vroeg twintigste-eeuwse dansgeschiedenis weet uit te drukken, geheel in stijl. Zo zie je opnieuw spiegelingen, maar dan in de dans: het expressieve idioom van de Ausdrucktanz uit de jaren twintig dat zich voortzet in de theaterdans van Füller uit 1892 die in New York in première ging en datzelfde jaar aan het Parijse publiek werd getoond in de Folies Bergère. Tot slot danst De Vos haar eigen hedendaagse choreografie met een krachtige dynamiek, waarin zij de hele danshistorie lijkt te spiegelen. Het bijzondere is dat de verschillende dansstijlen één doorlopende lijn vormen. Dat is een unieke belevenis.

Foto’s: Mihai Gui