In Triumvirate van choreograaf Amos Ben-Tal zoeken drie danseressen met mathematische precisie de balans tussen vrijheid en houvast. De ambachtelijke choreografie is gestut door een gelaagde muziekcompositie, die de toeschouwer langs het emotionele spectrum leidt.

Het is lekker warm in de halfgevulde Cineramatent van De Parade, het festival dat vrijdag opende in het Rotterdamse Museumpark. Het publiek druppelt binnen terwijl danseressen Xanthe van Opstal, Annakha Flos en Alex Blondeau zich voorbereiden. Identiek gekleed zijn ze in hun korte zwarte broeken met grijsblauw shirt. Daaronder dragen ze zwarte schoenen en sokken.

Een rood licht kondigt het begin van de voorstelling aan. Ze groeperen zich in het midden van de ruimte en bewegen vervolgens systematisch op het pulserend ritme van de soundscape. Het vormt een bijzonder contrast met de toch wat rommelige ogende Paradetent en het geroezemoes van het festival daarbuiten.

Het eerste deel van de soundscape – door Ben-Tal zelf gecomponeerd – kent een dwingend ritme en dicteert de structuur die ten grondslag ligt aan het materiaal. Vrij anoniem bewegen de drie zich veelal geclusterd door de ruimte. Met één been omhoog draaien ze om hun eigen as. Hun armen, al dan niet met gekromde elleboog, creëren tijdelijke lijnen in de ruimte. Zo ontstaat een abstract spel van beweging, waarin vooral de logica heerst. Ogenschijnlijk herhalen bewegingen zich. Echter nooit zo letterlijk, dat je het als kijker ook ziet bevestigd.

Alles in Triumvirate draait om compositie. Een keer of vijf onderbreekt Ben-Tal de actie van de drie en lijkt het stuk opnieuw te beginnen. Alsof een systeem is vastgelopen en opnieuw moet worden geladen of gereset. Steeds benadrukt een rode TL-lamp (lichtontwerp: Xavier van Wersch) dat momentum en hergroeperen de drie zich.

Het ritueel van stoppen en voortgaan creëert een heldere dramaturgische structuur, die enerzijds net als de titel verwijst naar een digitale wereld, maar anderzijds ook grotere vraagstukken adresseert als het gaat om de werking van systemen. Aan het ritme ervan kan ook de kijker zich bovendien gemakkelijk vastklampen.

Orde, melancholie, chaos, drama en inkeer; Ben-Tals muziek kleurt intussen de emotionele rollercoaster, die onder de strakke mathematiek van de beweging kruipt. Vanuit die emotie ontstaan er kleine verschuivingen in de aanwezigheid en het vocabulaire van de dansers. Het is allemaal geweldig subtiel en daarin schuilt de kracht van dit werk. Soms kijken de drie elkaar even aan, raken ze elkaar aan, leunen ze even op elkaar of nemen ze het publiek expliciet waar. Nooit te lang of te nadrukkelijk.

Door die interactie transformeert het materiaal en glijdt langzaam het sociaal-menselijke de voorstelling in. Waren de drie aanvankelijk nog anonieme uitvoerders, nu is de beweging toegeëigend en persoonlijk. Samen met de sporen van fysieke uitputting die zich opdringen, vormt dat gaandeweg een mooi en wezenlijk contrast met het dwangmatige en afstandelijke begin.

Foto: Casper Koster