Tosca is al de tweede groots opgezette, internationale voorstelling van regisseur Celil Toksöz (Theater Rast) die hij samen met acteurs, zangers en muzikanten van het Stadstheater in Diyarbakir (vandaag onder de naam Amed Şehir Tiyatrosu) maakt. Net als bij zijn Hamlet uit 2012 zet hij de Koerdische taal en muziek weer centraal, want decennialang waren die in zijn geboorteland Turkije verboden. (meer…)
De opera Tosca van Giacomo Puccini is van 1900 en speelt honderd jaar eerder, in Rome, in de Napoleontische tijd. De Australische regisseur Barrie Kosky heeft deze populair en tamelijk gruwelijke opera niet willen zien als een negentiende-eeuws melodrama, maar als een vroeg twintigste-eeuwse, misschien zelfs een eenentwintigste-eeuwse muziektragedie.
We zien geen empire-japonnen, geen Napoleontische uniformen, geen Romeinse Engelenburcht, maar mensen van nu, in een ogenschijnlijk gewone omgeving, kaal en onpersoonlijk. Mensen die hevig gemarteld zijn, slachtoffers van een oorlog, maar ook daders: bereid om alles en iedereen te verraden, te verkrachten, te vermoorden. Om liefst nog een schop extra te geven, nog een extra klap uit te delen, eventueel vingers af te hakken. Een vrouw met geweld te nemen is volgens die logica heel wat leuker dan het met zachtheid te proberen.
In het eerste bedrijf zien we niet eens een kerk. Er is alleen maar een vlakke ruimte, waar plotseling wat stenen omhoog schieten uit de grond (decor Rufus Didwiszus). De bebloede, voortvluchtige revolutionair Angelotti (Martijn Sanders) klimt omhoog door een gat in de vloer, wanhopig op zoek naar een schuilplaats. Een grappig mopperend kostertje (Frederico De Michelis) kleedt de lege ruimte spaarzaam aan met schilderspullen, bloemen, een mand met brood. Pas aan het einde van het bedrijf verschijnt er een levensgroot geschilderd drieluik met martelaren, voorzien van echte mensenhoofden, van de koorleden om het Te Deum te zingen.
Het tweede bedrijf speelt in een streng rechthoekige doos, met daarin de koele keuken van politiechef Scarpia, die zijn macht gebruikt om Tosca te verleiden tot verraad of liever nog haar geheel te overweldigen. Hij gebruikt daarvoor de angstaanjagend schrille kreten van haar in de kelder gemartelde geliefde, de schilder Mario Cavaradossi.
In het derde en laatste bedrijf zien we alleen maar een losse muur met brandtrappen waarop het executiepeloton gaat staan dat Cavaradossi moet doodschieten. En van waar Floria Tosca aan het einde moedig haar dood tegemoet springt.
De kostuums van Klaus Bruns zijn hedendaags, grijs, onopvallend, behalve één spectaculaire rode jurk voor Tosca op het hoogtepunt van haar optreden. We zien gewone mensen, met hun hatelijkheden, sadisme, jaloezie, vrouwonvriendelijke begeerte, lafheid en wraakzucht. De Scarpia van de Armeense bariton Gevorg Hakobyan is geen machtige dictator, maar een gewone boef. De Amerikaanse tenor Joshua Guerrero is als Cavaradossi helemaal geen held, maar een rommelige schilder. Tosca, de Zweedse sopraan Malin Byström, is niet zozeer een diva of een opzichtige actrice, maar eerder een gewone, enigszins afstandelijke vrouw. Alle drie de hoofdpersonen zingen prachtig.
Het Nederlands Philharmonisch Orkest speelt onder zijn nieuwe, jonge en uitbundig in de media gehypte chef-dirigent Lorenzo Viotti echt de sterren van de hemel, zacht en liefelijk als het kan en machtig dreigend als het moet, steeds met een uitzonderlijk warme klank.
Het is een Tosca die inderdaad midden in onze eenentwintigste eeuw staat, met z’n bloedige oorlogen, wreedheid, onderdrukking en een vrouw die, hoe hoogstaand zij ook is, nog altijd de speelbal is van de mannen. Een Tosca die jammer genoeg nog altijd weer actueel is.
Foto: Marco Borggreve














Neil van der Linden voor Basia con fuoco:
https://basiaconfuoco.com/2022/04/13/tosca-finalmente-mia-alleen-nog-steeds-niet-helemaal-voor-mij/
DE FUNNY FARM VAN KOSKY
Van het kleurrijke schouwspel is bij Kosky weinig meer over. Tosca is bij deze regisseur een psychologisch laboratorium geworden in plaats van een tragisch en kleurrijk liefdesdrama. Alles is grauw en grijs (voor Mensen van Nu: “duistere urgentie”), de onmisbare kleurschakeringen wanneer men het etiket “psychologisch” heeft opgeplakt. Personages kunnen ook te veel psychologisch geladen zijn, het zijn dan geen individuen meer; de emotionele momenten zijn dan te gecontroleerd, bijna klinisch. Trouwens, zouden de abstracte kerk of de grijze, minimalistische gruwelkeuken van Scarpia het door DNO zo fel begeerde “nieuwe publiek” onweerstaanbaar aantrekken?
De kerk is slechts een suggestie van een heilige ruimte, en de Silence of the Lambs-keuken voelt vreemd in het klassieke melodrama. Herkenbaarheid wordt hier opgeofferd aan de grillen van “de moderne regisseur”. Geen nood, wij klappen wel. Wij klappen altijd. Ook als Kosky’s abstractie en visuele knokigheid tot emotionele afstandelijkheid en overduidelijke etikettenzwendel leidt… De productie is eenvoudigweg te intellectualiserend en ontoegankelijk voor wie Tosca vooral wil voelen en ondergaan als Puccini’s Tosca, in al haar tragische grandeur. Wel was er, wat waar is is waar, een alleraardigste vondst aan het slot van de eerste akte: we zien een triptiek (Laatste Oordeel) dat dreigend op het publiek af komt. Als de glazen wand maar geen schade oploopt, ging het angstig door ons heen. De geschilderde hoofden op het drieluik bleken te kunnen zingen! “Als daar het dekselse DNO Koor niet achter zit,” zo dachten wij, “dan eten wij onze hoed op.” Maar nogmaals: het was een boeiend schouwspel. “Boeiend” -maar niet heus- waren ook de traditionele Kosky-onsmakelijkheden: m.a.w. afgehakte ledematen, een Tosca die over haar nek gaat als zij Scarpia met 321 messteken om het leven brengt – daar moesten de Tosca’s van deze wereld nu zo langzamerhand toch wel overheen zijn. Verder martelingen en ander geweld natuurlijk, en uiteraard…. VAN DATTEM! Hier en daar hoorde men een schamper lachje in de zaal om al deze “schokkende” clichés: een goed teken. Wordt het publiek eindelijk wakker?
https://operagazet.com/tosca-again-and-again-dutch/