Er is een praatgroep voor puberouders, een lesje tienertaal en een commentator die de tiener in natuurdocumentairestijl observeert. Tis hier geen hotel 2 is net als de voorloper uit 2019 gebaseerd op de website Tishiergeenhotel.nl en een feest der herkenning voor ouders van pubers. De avond wordt neergezet als een moment waarop puberouders een avondje kunnen ontsnappen aan hun kroost en verlichting kunnen vinden in gedeelde misère.

De website Tishiergeenhotel.nl van Saskia Smith en Martine de Vente, staat vol blogs met titels als ‘Mijn zoon heeft verkering en ik vind het echt drie keer niks’ en ‘Winkelen met je puberdochter is een lesje loslaten’. Cabaretiers Dianne Liesker, Ellen Dikker en Hanneke Drenth gebruikten de artikelen als inspiratie voor een programma vol losse sketches over ouders en pubers. Het trio laat veel verschillende perspectieven op de puberteit en ouderschap zien: naast alle clichés, van kwijtgeraakte fietssleutels tot stiekem te laat thuiskomen, komen ook anekdotes uit de puberteit van de vrouwen zelf voorbij, net als de verbazing rondom het hele fenomeen vanuit het oogpunt van jongere broertjes en zusjes. Er worden zelfs even trotse kanten aangestipt, zoals dat de jongeren van nu vaak klimaatbewuster zijn dan hun ouders. Maar uiteindelijk is de puber in Tis hier geen hotel vooral een tosti-vretend, stinkend wezen dat alleen geïnteresseerd is in het wifiwachtwoord.

Zo vervalt Tis hier geen hotel 2 te vaak in platte grappen en stereotypen. Het pubermeisje houdt van shoppen, staat te lang voor de spiegel en houdt er een groot sociaal leven na op Snapchat. De puberjongen speelt Fortnite, masturbeert in zijn sokken en zegt geen woord tegen zijn moeder. Ook de ouders blijven uiteraard niet gespaard. Er klinkt veel herkenning vanuit de zaal, maar na ruim anderhalf uur zijn er weinig nieuwe inzichten voorbij gekomen en zit er veel herhaling in de manier waarop pubers en hun ouders worden neergezet. De invalshoeken van de scènes zijn zeker afwisselend, maar de typetjes komen vaak op hetzelfde neer en bieden dus weinig gelaagdheid.

Dat haalt niet weg dat Drenth, Dikker en Liesker sterke komische performers zijn. Ze vergroten de werkelijkheid vakkundig uit met hun typetjes, zoals de opdringerige moeder die te veel deelt over haar eigen seksleven. Vooral Drenth valt op als comédienne, ze is sterk in haar fysieke komedie en stemgebruik. In een van de sterkte scènes maakt ze de verloren sokken van twee tieners tot handpoppen en speelt ze een romantische ontmoeting, waarbij ze moeiteloos van stemmetjes wisselt en haar komische timing sterk is.

Ook weten de leden van het trio elkaar en de zaal telkens weer op te zwepen wanneer de energie dreigt weg te zakken, zeker wanneer ze halverwege de voorstelling meer contact maken met het publiek. Hier zijn de drie actrices op hun best en zorgen ze voor een feestelijke sfeer in de zaal. Een hoogtepunt is een vrolijke muzikale ode aan de tongzoen. Het is toch eeuwig zonde, concluderen ze, dat de meesten volwassenen een stuk minder vaak tongen, terwijl ze in hun tienertijd zo hard bezig zijn met leren hoe het moet. Het is verfrissend om een scène te zien waarin de tienertijd wordt neergezet als een periode met veel leuke en spannende momenten, waar de volwassenen ook van kunnen leren. Op een avond die ouders een hart onder de riem wil steken bij het opvoeden van hun pubers, is dit misschien wel de meest waardevolle boodschap.

Foto: Annemieke van der Togt