Theater Stap is in Vlaanderen hét professionele theatergezelschap van spelers met een verstandelijke beperking. De meeste van hen hebben het syndroom van Down. Al decennia lang brengen zij stukken op toneel en spelen zij ook in tv-reeksen. Al jaren komen er theatermakers en gezelschappen over de vloer om samen met hen een productie te maken. Dat kan variëren van dans- tot poppenvoorstellingen. (meer…)
Timmetje van Theater Babel, is een eigentijdse bewerking van Dickens’ A Christmas Carol. Het stuk verschuift het perspectief van de rijke vrek naar het kind Timmetje, dat nu het morele middelpunt vormt.
Alles begint met geld. Met doekoes. Met Das Kapital niet als boek (Karl Marx), maar als levenshouding. In Timmetje van Theater Babel staat meneer Scrooge op het toneel en houdt een vlammend betoog over sparen, investeren, crashen — het hoort er allemaal bij. Geld moet circuleren, zelfs na zijn dood, want dan kan het in één klap worden uitgegeven aan een begrafenis zo groot dat niemand eromheen kan. Het is een scherpe, geestige openingsmonoloog die meteen de toon zet voor Babels jaarlijkse kerstvoorstelling: een eigenzinnige, actuele bewerking van A Christmas Carol.
De jaarlijkse kerstvoorstelling van Theater Babel, geregisseerd en geschreven door Erik-Ward Geerlings, is inmiddels een traditie. Waar vorig seizoen Het Kindeke centraal stond, kiest het gezelschap dit jaar voor Dickens’ kerstklassieker. Maar wie denkt aan een brave navertelling, heeft het mis. Babel verschuift het perspectief radicaal. Niet Scrooge, maar Timmetje (Sharoma Dhoen) staat centraal: het kind dat in het origineel vooral symbool is, moraal. Hier krijgt zij een lijf en een stem, wordt ze zonder omhaal in het volle licht geplempt. Of uit haar rolstoel in het decor gesmeten.
Theater Babel werkt met acteurs met een beperking, en dat gegeven wordt niet vooraf uitgelegd of ingekaderd. Het ís het uitgangspunt. De spelers brengen hun hele hebben en houden mee het toneel op en maken daar theater van. Hun lichamen, stemmen en fratsen worden niet gecorrigeerd, maar ingezet. Met een gezonde dosis humor en zelfreflectie nemen ze zichzelf voortdurend in de zeik, en juist daarin schuilt vaak de kracht van de voorstelling.

De grote zaal van Theater Babel is volledig opgenomen in het spel. Witte schuimmatrassen liggen verspreid door de ruimte, zijn tegen pilaren bevestigd of opgestapeld tot bedden en banken. Ze fungeren als sneeuw, als stootkussens. Het decor van Mikki Passenier is zacht en uitnodigend, maar ook functioneel: hier mag worden gevallen, gegleden en gesmeten. En dat gebeurt ook. De cast duwt en trekt elkaar door de ruimte en maakt er soms letterlijk een slachtveld van.
Met twaalf acteurs op het toneel en livemuziek van Maarten van Veen, die schakelt tussen uiteenlopende toetsinstrumenten, en Christine Cornwell op viool, ontstaat een rijk en beweeglijk klanklandschap. De muziek begeleidt niet alleen, maar stuurt en onderbreekt het spel, verdiept scènes en zet emoties op scherp. Soms klinkt er een melancholische vioollijn, dan weer een dreigend Hammond-akkoord, waarna Van Veen alweer naar een volgend instrument overschakelt.
Ook de kostuums, eveneens van Mikki Passenier, versterken het gevoel van gecontroleerde chaos. Overal geruite houthakkerspatronen: Ierse rokken, kerstmutsen, broeken met één lange en één korte pijp. Daartegenover staan ruige leren jassen met armstukken vol lange witte haren, alsof er baleinen van een walvis aan vastzitten. Stoer engelenhaar. Want de engelen in dit verhaal zijn geen zweverige types, maar rock-’n-roll-wijven die na afloop moeiteloos op hun Harley Davidson zouden kunnen wegrijden.
Timmetje opent met twee presentatoren: de kerstman (Remco Veldhuizen) en zijn ‘fantastisch heerlijke kerstvrouwtje’ (Nikki Manuputty). Of dat eigenlijk nog wel kan, vraagt zij zich hardop af. Wordt hij dan niet gecanceld? Hun duet, vol scheerschuim en baardgeknoei, grijpt meteen de aandacht en zet de toon: brutaal en lekker zelfbewust.
In deze eigentijdse bewerking stelt Timmetje grote vragen zonder ze zwaar aan te zetten. Hoe goed is de mens werkelijk? Is onbaatzuchtigheid nog mogelijk in een wereld die draait op eigenbelang? Kerst wordt hier gepresenteerd als het feest van verzoening, en het ensemble pleit openlijk voor een wapenstilstand die eeuwig mag duren. De klimaatcrisis, het smelten van de poolkappen en de oorlogen van nu klinken expliciet door, inclusief de kinderen in Gaza.
Meneer Scrooge wordt met zichtbaar plezier gespeeld door Patricia Oskam. Met haar zilverkleurige korte pruik en loafers is zij een overtuigende zakenman: hard, zelfgenoegzaam en tegelijk heerlijk absurd. Scrooge heeft mensen in dienst, want zo’n man is het. ‘Wie betaalt, bepaalt’. Bebop is zijn trouwe butler en manusje-van-alles, altijd beschikbaar, structureel onderbetaald. Dat wringt des te meer omdat hij thuis een gezin heeft: een vrouw die het zat is dat hij voor een hufter werkt, en twee zieke kinderen moet voeden en verzorgen.
Sterk is het meta-commentaar dat door de voorstelling heen loopt. Acteurs reflecteren openlijk op hun personages en op het verhaal waarin ze gevangen zitten. Ook Scrooge zelf, die zich afvraagt waarom hij eigenlijk zo’n onaangename rol moet spelen. Die zelfreflectie geeft het stuk lucht en maakt het speels.

Er zijn scènes die godvergeten geestig zijn. Scrooge slapend op vijf opgestapelde matrassen, mopperend op de wereld. De confrontatie met Marley, zijn voormalige zakenpartner die hij zeven jaar geleden verraadde en die nu als geest terugkeert om hem wakker te houden. De nachtmerrie waarin Scrooge zijn eigen huis niet meer binnenkomt, sterft zonder kist en door een meisje op straat te horen krijgt dat hij het niet waard is om van te houden. De hele cast sluipt met lange losse haren om zijn bed heen, als zombies, denk aan het meisje uit horrorfilm The Ring.
Daartegenover staat de verhaallijn van Bebop en zijn familie: moeder Emily en de kinderen Timmetje en Bing. Een warm gezin zonder geld, maar met verbeeldingskracht en genegenheid. Voor kerst wordt er zelfs een straatkat in de oven geroosterd. Bing zingt een ontroerende solo van ‘Dreaming of a White Christmas’, een kwetsbaar liedje te midden van alle kolder.
Ontwapenend is hoe het ensemble ook hun eigen beperkingen inzet als theatrale motor. Actrice Sharoma Dhoen die Timmetje speelt beeldt beroertes en stuiptrekkingen uit en werpt zichzelf met volle overgave uit haar stoel op de matrassen. Scrooge beklaagt zich over zijn hooggevoeligheid, die leidt tot slaapstoornissen en vervolgens tot depressie. Het is scherp, soms ongemakkelijk, maar altijd met een flinke dosis zelfspot gebracht.
Timmetje is rijk aan beelden, muziek en spelplezier en wordt gedragen door een innemend ensemble. De personages zijn zorgvuldig en met humor vormgegeven, de livemuziek geeft het geheel adem. Dat het verhaal zelf weinig verrassingen kent, wordt niet verhuld, maar ook niet problematisch gemaakt. Theater Babel lijkt vooral geïnteresseerd in wat er naast het verhaal gebeurt: in het commentaar, de rafelranden, de momenten waarop spelers even uit hun rol stappen en iets laten zien dat niet te regisseren valt. Juist daar krijgt Timmetje gewicht.
Foto’s: Kevin Kessels














Klassieker, goed gedaan .
Een prachtige voorstelling, zoals ook de voorgaande voorstellingen die wij bij theater Babel zijn gaan zien.
De kerstboodschap in ” Timmetje” met de link naar de harde huidige wereld is prachtig neergezet door de acteurs. Een ontroerend theaterstuk.