‘Avontuurlijk, dynamisch en relevant’, zo omschrijft het Britse dansgezelschap Rambert zichzelf op de eigen website. Voeg daaraan toe: met uiterst precieze dansers. Het huis viert het honderdjarig bestaan met het programma This is Rambert, waarmee het dit weekend in het Haagse Amare te zien is.

Links op het lege zwarte toneel staan op een rij voornamelijk vrouwen. Rechts een rij mannen. De twee rijen staan met de gezichten naar elkaar, tussen hen in liggen meters lege dansvloer. Opeens rent één van de vrouwen richting de man tegenover haar. Op volle snelheid springt ze hoog tegen hem aan en slaat haar benen om hem heen. Met haar in zijn armen valt hij recht achterover op zijn rug. Nog een vrouw neemt een aanloop, springt, en brengt haar partner en zichzelf zo ten val. Dan nog één, en nog één. Af en toe klinkt van ver weg een flard Hound Dog van Elvis Presley.

De openingsminuten van het door het multidisciplinaire driemanschap (La)Horde gechoreografeerde werk Hop(e)storm zijn verrassend. De botsingen van het begin brengen een rebelse energie aan de oppervlakte die de up-tempo dansen van de jeugd al eeuwenlang kenmerken, van de hunkerende Reigen en de onzedelijke Volta tot de clubs in Harlem waar de Lindyhop ontstond, en van het gooi- en smijtwerk van de rock-‘n-roll tot de happy hardcore van rond de laatste eeuwwisseling.

(La)Horde laat het allemaal naadloos in elkaar overgaan en de dansers voeren het vlekkeloos uit. Van een zwerm transformeert de groep ongemerkt tot een chorusline, en terwijl de torso’s zich statig stilhouden bewegen de voeten op het ritme van de jumpstyle. Zo weeft (La)Horde de eeuwen onverschrokken avontuurlijk door elkaar.

Het is vooral de ongelofelijke precisie van het dansersensemble dat de avond meerwaarde geeft. In het openingswerk In Crimson van Bobbi Jene Smith en Or Schraiber, een bewerking van een stuk dat zij in 2022 maakten bij de Batsheba Dance Company, is dat ook al direct zichtbaar. Er is geen milliseconde loze tijd in het sfeervolle stuk met acht dansers en een pianist, er glijdt geen voet te ver door, er is geen blik die hapert.

Op een smalle reep op het voortoneel tegen een karmozijnrood gordijn worden de dansers gegrepen door intense passie. Het is alsof de emotioneel geladen lichamen bij elke opkomst plotseling worden ingeplugd op een krachtbron die de lijven met elkaar laat hunkeren, deinen, wiegen en draaien. Wel zet de associatie met Batsheba toch een vraagteken bij de term ‘relevant’ die het gezelschap claimt.

Het derde deel van de avond is gereserveerd voor de Nederlandse choreograaf Emma Evelein. Zij plaatst het ensemble in haar Gallery of Consequence op een overgangsplek bij uitstek: een vliegveld. Een niemandsland waar de tijd tot stroop verglijdt en winkels willen afleiden van het gevoel dat we als vee op transport gaan. Waar ononderbroken de rusteloze compositie klinkt van omroepstemmen, conversaties en het bulderen van kerosinemotoren. Waar je niet meer op je plek van vertrek bent maar ook nog niet echt onderweg, terwijl je met je hoofd al bij de plek van bestemming bent.

Evelein laat de dansers regelmatig als een soort Sims-figuren deinen en op een rechthoekig grid drentelen, in een rij staan en wachten. Als in de beste werken van Crystal Pite is er af en toe een choreografie die is gezet op een dialoog. Een reiziger en een baliemedewerker steggelen woordeloos over het gewicht van een koffer, iemand wordt onwel of wordt gezien als een element van dreiging.

Dit dikke half uur zit prima in elkaar maar is wel erg letterlijk. Dat geldt zowel voor de vormgeving, met vliegveldstoelen en een groot bord met bestemmingen en vertrektijden, als de danscitaten en de al te geijkte mechanische bewegingstaal uit oude games voor het kuddedier mens.

Foto’s: Camilla Greenwell