In een strakke cirkel van grondspots begint Nadéeya GK te lopen. In haar eerste solochoreografie Sawata, gepresenteerd in de triple bill African Perspectives, heeft haar lopen aanvankelijk iets verbetens. Maar steeds wordt haar monomane pas onderbroken door een dansimpuls: een plotselinge buiging voorover, een zijwaarts schoppend been, een spontaan roterende nek. 

Alsof haar lichaam bewegingen voortbrengt die ze niet wil toelaten slaat Nadéeya GK de impulsen van zich af, als lastige insecten. Langzaam verschuift de weerstand naar nieuwsgierigheid en vervolgens naar overgave. De in Kameroen geboren danser en choregraaf werd Italiaans door adoptie en vestigde zich in Frankrijk, waar ze deel uitmaakt van de feministische hiphopcrew Paradox-Sal. In Sawata onderzoekt ze haar West-Afrikaanse wortels, verwijzend naar een waterritueel waarin ze contact zoekt met haar voorouders.

Mooi werkt ze toe naar een slot waarin ze die wortels omarmt. Daarbij laat ze haar bewegingen sturen door zo’n heerlijk stuiterend polyritme, dat je tegelijkertijd kunt ervaren als een driekwarts- én een vierkwartsmaat. Prachtig is het hoe Nadéeya GK die dubbelheid vangt in haar lichaam: terwijl haar voeten in vieren op de grond stampen, golft haar torso soepel mee op de drie. Soms gaat het hele lijf even mee in een van de tegenritmes, en op andere momenten voegt ze er handklappend nog weer andere spannende accenten aan toe. Enerverend.

Minder trefzeker is The Elephant in the Room, waarmee Addy Daniel het programma afsluit. Als @pray4addy is de Nigeriaanse danser op het internet te vinden met filmpjes waarin waarin hij excelleert in de explosieve chest pops, breed uitgezette schouders en woeste blikken die kenmerkend zijn voor Afro buck, een regionale variant op de in Los Angeles ontwikkelede krumpingstijl. In The Elephant in the Room komen die bewegingen terug, maar dan vertraagd en minder agressief.

Met een motoriek die je bijna terneergeslagen zou kunnen noemen betreedt Daniel het toneel met een grote boodschappentas. De solo is gebaseerd op zijn ervaringen als een Afrikaanse migrant die bij het reizen naar internationale dance battles zo te zien flink wat narigheid heeft meegemaakt. De olifant in deze kamer heet racisme, zoveel is duidelijk. Het is jammer dat Daniels choreografische reis zo introspectief blijft. Dat wordt versterkt door zo’n generieke ‘filmische’ soundscape waar veel hiphopartiesten dol op zijn: met veel in het sub-laag dobberende bassen en een saus van ijle synthesizers. Het geeft je het gevoel dat danser en publiek samen in een soort wachtkamer verblijven. Ik kan me voorstellen dat dit is hoe de migrant experience aanvoelt: altijd in afwachting en nooit ergens arriverend. En het is zeker belangrijk daarbij stil te staan. Maar als verwende westerse dansconsument had ik daarnaast toch wat meer van Daniels explosievere moves willen zien.

De meest intrigerende bijdrage aan deze avond, die in het OBA-theater gepresenteerd werd als onderdeel van Summer Dance Forever, is The Mother Effect (L’Effet Mère) van de Frans-Gabonese Carmel Loanga. Op een eerdere editie van het Amsterdamse hiphopfestival zag ik haar groepschoreografie L’ivresse des lucioles, waarin ze de roes van het jong zijn uitwerkte in een (te) fragmentarisch gemonteerde reeks dansroutines.

The Mother Effect heeft een vergelijkbaar fladderige opbouw, maar in deze solo waarin het draait om verschillende betekenissen van het begrip moederschap, werkt het wel. Een jazzy shuffelende drumsolo uit Twin Peaks en een bedwelmend trage gothic-wals van David Lynch en Chrystabell zetten de toon. Net zo eclectisch als de soundtrack is het bewegingsidioom van Loanga, die in een improviserende stijl put uit hiphop, jazzdance en traditionele dans.

Het is jammer dat Loanga haar krachtige dansers-aanwezigheid meent te moeten aanvullen met een monoloog, die begint met de mededeling ‘I think I’m all fucked up’. Zoals zo vaak doet ook hier het gesproken woord afbreuk aan de zeggingskracht van de dans. Die zeggingskracht laat het ook afweten wanneer Nina Simone begint te zingen. Haar uitvoering van Strange Fruit, de wrange bluesklassieker over het lynchen van Afro-Amerikanen, is echt te indringend om dans naast zich te verdragen. Het neemt niet weg dat The Mother Effect indruk maakt, als een krachtige solo van een krachtige performer.

Foto’s: Sjoerd Derine