Linde Schinkel en Martine van Ditzhuyzen zitten naast elkaar op het podium. Ze schenken geen aandacht aan het publiek. Hun ogen zijn gericht op hun handen, die met nauwgezette halen met een onzichtbare naald en draad aan een borduurring werken. (meer…)
‘The Fool’, is dit jaar het even leuke als boeiende thema van het Amsterdam Storytelling Festival. Jaarlijks nodigt Podium Mozaïek een verzameling (inter)nationale verhalenvertellers, acteurs en muzikanten uit om gedurende vijf dagen deze week vol verhalen vorm te geven.
Op deze editie is het van oorsprong Amerikaanse comedytalent Phoebe Perry een van hen. Waarom het thema de programmeurs ertoe bracht Perry uit te nodigen, is al duidelijk tijdens de eerste minuten van haar voorstelling The Visitor, A Stork Show. Perry is een van de meest vrije geesten die je op een podium kunt treffen.
Het verhaal dat Perry ons komt vertellen is op het eerste oog simpel (doch prettig mesjogge): wij, publiek, stellen ongeboren mensenbaby’s voor, en Perry – ze draagt een knalrode panty, waar van achteren een zwart-witte veerbaal uit tevoorschijn komt – speelt Edie, een ooievaar, die de taak heeft ons op aarde te droppen. Dat had allang gebeurd moeten zijn, maar ze heeft vertraging opgelopen. Ze is hier om ons uit te leggen hoe dat komt, die vertraging.
Zo krijgen we het levensverhaal van deze zonderlinge vogel te horen. Amper een paar dagen oud was ze, toen ze door haar moeder werd verstoten omdat ze, eenmaal uit het ei gekropen, niet zo daadkrachtig naar de wormpjes hapte als haar broers. Meer dood dan levend belandde ze op het erf van een lompe boer (‘I am soup. I am definitely soup.’) die, o mirakel, een fanatiek liefhebber van ooievaars bleek te zijn. Hij leerde haar zowaar vliegen. Waarna ze prompt tegen de voorruit van een Boeing 747 knalde.
Wat volgt is een staaltje onvervalst ‘Perriaanse’ (lees: knotsgekke) vertelkunst: het vluchtpersoneel pulkt Edie van de voorruit, lapt haar op, vermomt haar als mens en stelt haar (voor wat hoort wat, immers) te werk als stewardess. Gedwee voorziet Edie reizigers van sigaretten, snoep en cola zero, totdat iemand haar ontmaskert (‘This chick is a bird!’), en ze weer het vliegtuig wordt uitgemieterd. Als vervolgens de tijd is aangebroken om zich, net als alle andere ooievaars, aan haar babybezorgtaken te wijden, besluit Edie, tegen alle adviezen in, toch een andere route te nemen. Voilà: vertraging.

Perry is een ontzettend innemende podiumpersoonlijkheid. Haar interactie met het publiek is bijzonder open en natuurlijk, wat maakt dat je je meteen bij haar op je gemak voelt, zelfs als je rechtstreeks door haar in de show wordt betrokken. Wat de voorstelling vooral bij vlagen hilarisch maakt, is wat aanvoelt als een radicaal gebrek aan zelfcensuur – elke impuls, hoe krankzinnig ook (neem die bizarre vliegtuigsequentie), lijkt te zijn omarmd.
Tegelijkertijd maakt Perry’s transformatie in dat maffe personage binnen dat maffe verhaal het mogelijk om, vanachter de vermomming die die metafoor biedt, bijzonder eerlijk en openhartig te zijn. Dat deze onbeteugelde, queer fabel over een ooievaar in wezen een zeer persoonlijk verhaal is, waar wellicht veel pijn bij is komen kijken, valt na te voelen, en maakt dat The Visitor, A Stork Show lang niet alleen maar melig is.
Wel vallen er in de eindregie nog wat scherpere keuzes te maken. We zien hoe Edies onvermogen zich te conformeren zich gaandeweg ombuigt in weerstand zich te conformeren, en hoe het personage op den duur kracht ontleent aan wat haar ‘vreemd’, en dus uniek, maakt. Maar hoe hangt dat precies samen met de door Edie herhaalde constatering dat het leven maar tijdelijk is?
En hoe zit het met die paringsdans, die ze ons toont; is het een probleem dat die door mede-ooievaars niet als zodanig wordt herkend, of heeft ze gewoon geen interesse om te paren – en waarom danst ze hem dan? Wat is precies ónze rol, als ongeboren baby’s? Ze is laat, zegt ze, ze heeft ons lang op zich laten wachten, en daar heeft ze geen spijt van, integendeel – maar waarom is ze eigenlijk überhaupt alsnog op komen dagen?
Het zijn dit soort kleine onduidelijkheden die maken dat de voorstelling als geheel hier en daar nog een beetje wankel aanvoelt. Het maakt de absurde ingrediënten die deze eigenzinnige, sympathieke vogel ons opdient er niet minder smakelijk om.
Foto’s: Andrea Lombardi













