Het openingsbeeld van Carried Alive is een soort blauw ijsgordijn, waarachter danser Mischa van Leeuwen tevoorschijn komt. Als de camera uitzoomt, blijkt hij zich in een expositieruimte in Garage Rotterdam te bevinden. Het ijsgordijn is het centrale kunstwerk in de ruimte, aan de muren hangen nog enkele schilderijen. Van Leeuwen stapt het speelveld op, waar vijf andere dansers al in positie staan. Ze dragen simpele zwarte kleding.

Een danseres zit op een knie achterovergeleund met haar hand op haar voet. De andere dansers kruipen één voor één door de opening die tussen haar hand en voet is ontstaan. Langzaam bouwt dit beeld zich uit tot een geheel van verbonden lichaamsdelen en openingen, waar de dansers doorheen kruipen of stappen terwijl ze elkaars ledematen licht manipuleren. Een spel van actie en reactie. Het geheel wordt begeleid door rustige en enigszins onheilspellende muziek, die later in het stuk meditatief wordt.

Carried Alive wordt gepresenteerd als onderdeel van de online editie van ‘The Square’ van Scapino Ballet, een project waarin jonge choreografen de kans krijgen om met professionele moderne dansers eigen werk te creëren. Voor deze online editie zijn de stukken speciaal bewerkt voor video, en gefilmd op bijzondere locaties.

De drieëntwintigjarige Nederlandse danser en choreograaf Justin de Jager maakte voor zijn choreografie Carried Alive gebruik van de breakdancediscipline ‘threading’, een dansstijl die ontstond in de jaren ’90. De essentie is dat je twee lichaamsdelen met elkaar verbindt en een ander lichaamsdeel door de opening daartussen laat komen. Bijvoorbeeld door de handen samen te brengen en daar een voet doorheen te stappen. Doordat er altijd twee lichaamsdelen verbonden moeten blijven, ontstaat er een complexe bewegingstaal.

De Jager legt het allemaal uit in een Q&A na afloop en een interessante tutorial voorafgaand aan de hoofdchoreografie. Samen met Scapino danser Filip Wagrodzki danst hij zelf een kort – wat abrupt afgebroken – duet en beantwoordt vragen van host Yannick Wagenaar.

De Jager vertelt onder meer dat hij tijdens een blessure begon met het onderzoeken van een minimalistische manier van threading. Dat is terug te zien in Carried Alive; de bewegingen zijn vooral gecentreerd in het bovenlichaam, het benenwerk lijkt simpel en irrelevant.

Het hele stuk blijkt ook puur vanuit de beweging ontstaan. Wat we zien is zowel minimalistisch als abstract. De onderlinge relaties tussen de zes dansers lijken neutraal of gelijkwaardig. De dansers hebben geconcentreerde gezichten, waar geen expressie op af te lezen is. Het stuk laat dan ook geen grote vragen achter en triggert geen diepe emoties.

Op den duur mist Carried Alive ook dynamiek. Halverwege de voorstelling komen de zes dansers samen en lijkt het stuk onheilspellender te worden. De lichamen verweven zich meer in elkaar en het tempo van de bewegingen gaat omhoog. Maar een echte climax ontbreekt. Daarna kabbelt het stuk weer door.

Toch is de ‘threading’ van De Jager zeker lange tijd een interessante techniek om te zien. De in elkaar vloeiende bewegingen zijn zeer gedetailleerd en complex, maar de choreografie en dansers laten het totaal moeiteloos lijken, een enorme prestatie. Het camerawerk geeft de choreograaf nog meer zeggenschap over wat de toeschouwer ziet, door in – en uit te zoomen en door bepaalde bewegingen en individuen uit te lichten. Met de Q&A en het eigen duet erbij, geeft deze avond zo een zeer goed inkijkje in de unieke bewegingstaal van De Jager.

Foto: Bas Czerwinski