Precies op de dag dat de campagne Lessen voor het leven werd gelanceerd, vond maandagavond in de Leidse Schouwburg de première van de voorstelling Adem plaats. Deze productie van Theaterbolwerk Punch – een productiehuis dat het schrijven van nieuwe Nederlandse toneelteksten stimuleert – gaat over hetzelfde onderwerp: suïcide onder jongeren. (meer…)
The Socialworker zet theatermaker Ibrahim Mousa en regisseur Gerardjan Rijnders tegenover elkaar als vader Hassan (Rijnders) en zoon Shaker (Mousa), in een verhaal over vervreemding, verzoening, angst en identiteit.
Mousa is een Palestijnse-Nederlander, geboren in Saoedi-Arabië, opgegroeid in Koeweit, na de Golfoorlog verhuisd naar Jordanië en sinds 2002 in Nederland om theater te studeren. Hij heeft verschillende voorstellingen gemaakt, waaronder zijn trilogie Vast en Vloeibaar, waarvoor hij in 2015 werd genomineerd voor het TTT-stipendium van het Prins Bernhard Cultuurfonds. Hij vroeg Gerardjan Rijnders, bij wie hij in 2005 stage liep als regie-assistent, de drie stukken te regisseren. Daarna werkten ze vaker samen, zoals in Transit (2024).
The Socialworker vertelt het verhaal van Shaker, die op de begrafenis van zijn moeder naast zijn vader Hassan zit te wachten op het begin van de ceremonie. Terwijl de gasten zich in de aula verzamelen, komen oude wonden naar boven en ontdekt Shaker dat zijn vader nooit de contracten heeft getekend voor een landbouwproject in Hebron, met de familiegrond als onderpand, waar de hele familie van zou profiteren.
Voor Hassan betekent zijn familiegrond echter meer dan een investering in een welvarende toekomst voor zijn kinderen. Het belichaamt zijn identiteit, zijn Palestijnzijn. Het is verzet tegen de bezetting die steeds meer grond wegpikt, en vormt een directe connectie met het land en de geschiedenis. Dat opgeven, betekent voor hem zijn identiteit opgeven. Deze confrontatie wringt met de zorg voor Hassan nu hij ouder en vergeetachtig wordt, en de vraag wie werkelijk voor wie heeft gezorgd. Wat begint als een gesprek over de toespraak die Hassan straks moet houden, groeit uit tot een afrekening met jaren van afstand, angst en onuitgesproken verwijten.
Mousa heeft een prachtige dialoog geschreven die sterk lijkt op zijn eigen levensverhaal. De kracht zit in de kwetsbaarheid van het verhaal: kleine en subtiele bewegingen maken het rijk en diep.
Rijnders speelt de vader met verfijning: de ingetogen lichaamstaal, het verzitten bij spanning, het wegkijken en mompelen wanneer hij weer een naam vergeet, het opgeheven hoofd waarmee hij zijn berouw verbergt achter zijn standvastigheid, en de schouders die ontspannen zodra hij het nummer ‘Enta Omri’ van Oum Kalthoum hoort. Tegenover hem zet Mousa met veel passie de zoon neer, balancerend tussen het luid opeisen van erkenning en zachte verzoening. Teder stelt de zoon zijn vader gerust: ‘Yaba, ik zal voor jou blijven zorgen.’
Toch lukt het Mousa niet om mij te overtuigen en komen veel van de emoties niet binnen. Zelfs wanneer de zoon zijn vader ervan beschuldigt zijn moeder te hebben vermoord, komt de pijn achter de beschuldiging bij mij niet aan. De zo mooi gelaagd opgebouwde tekst voelt dan eerder voorgelezen, dan gespeeld. De schaarse aanrakingen als Mousa toenadering zoekt komen geforceerd over. Dat ongemak had een functie kunnen hebben, lichamelijke nabijheid na jaren van vervreemding, maar het lijkt nu niet vanuit het personage te komen, eerder vanuit de acteur zelf.
De manier waarop Mousa en Rijnders de ruimte gebruiken vind ik interessant, het onthult iets van hun verhouding. Waar Rijnders de hele voorstelling in zijn hoek van de bank blijft zitten, beweegt Mousa zich door de hele ruimte heen. In dat contrast zit een rode draad van vervreemding en verbinding: de vader wacht op toenadering van zijn zoon en zoekt die zelf nauwelijks op, terwijl hij de frustraties en beschuldigingen van zijn zoon over zich heen krijgt.
Het decor is sober, zoals je zou verwachten van een rouwkamer. Een doodskist, een statafel met daarop een rouwboek en een foto van de overledene, en een bank met een klein tafeltje. Vader Hassan, die de gehele voorstelling in een hoek van de bank zit, lijkt bijna zelf onderdeel van het decor. Het felle licht laat geen schaduw toe om je in te verbergen. De kwetsbare relatie ligt geopenbaard voor ons. En afhankelijk van de nabijheid die Shaker voelt tot zijn vader wordt de afstand tussen hen groter of kleiner, wat de confrontatie verder aanscherpt.
Uiteindelijk, als alles is gezegd, staat Hassan op uit zijn hoek. Zijn standvastigheid laat hem los en hij kan bewegen richting verzoening, niet alleen met zijn zoon maar ook met zichzelf, vrij van angst. Het lijkt wellicht veel om alles bespreekbaar te maken op de begrafenis van je moeder en vrouw, maar rouw doet dat met je. Het maakt scheuren in relaties zichtbaar en emoties overweldigend waardoor je niet anders kan dan ze te uiten. Je pijn krijgt woorden en als je samen verder wilt dan is er maar één weg: erdoorheen.
Foto: Henk Dirkx














