Wie een ongeluk overleeft zal zich achteraf misschien afvragen: hoe kan ik zo veel gedachten hebben gehad in die paar seconden dat het gebeurde? Er kunnen talloze herinneringen, mensen, to do’s, beloften en arbitraire ingevingen voorbijflitsen. In de mysterieuze locatievoorstelling Not here van Suze Milius en Annelinde Bruijs staan we stil bij zo’n moment. (meer…)
Vijftig jaar geleden stierf Umm Kulthum, een Egyptische zangeres die een haast legendarische status verwierf als icoon van het pan-Arabisme. O. festival en het Arab Film Festival presenteren een multimediaal eerbetoon: The phonograph changed me. Genoemd naar een van haar eigen uitspraken, horen we haar verhaal vanaf haar eerste kennismaking met een grammofoonplaat tot en met haar verhuizing naar Cairo. Haar vroege werk staat hierin centraal.
Je moet even doorbijten, want voor het concert kan beginnen moet eerst het 25ste Arab Film Festival geopend worden. Wie vaker bij dit soort openingen is geweest, kan wel stellen dat filmmakers geen kaas hebben gegeten van live podiumkunsten. De twee presentatrices lopen elkaar continue voor de voeten om elke mededeling zowel in het Nederlands als in het Arabisch te doen en tijdens de uitvoerige praatjes van een te lange reeks hoogwaardigheidsbekleders voel je de energie langzaam wegsijpelen. Tegen de tijd dat het orkest opkomt, zijn we één uur uitgelopen.
Een enigszins valse start voor Marmoucha Orchestra en audiovisueel kunstenaar Toni Geitani, die gelukkig de aandacht van het publiek na een paar minuten in de performance weer voor zich weten te winnen. Op een bioscoopscherm toont Geitani een 3D-rendering van een kamer: grote leren banken, schilderij aan de muur en natuurlijk de grammofoon. Ondertussen horen we een jonge Umm Kulthum als voice-over (Omnia Najm) de herinnering ophalen aan de eerste keer dat ze Shiekh Abu Al Ila hoorde zingen op een grammofoonplaat. De kleine Kulthum kon er geen genoeg van krijgen en begon zijn gezang te imiteren.
Na een kort hoofdstukje als dit volgt een bijpassend muziekstuk. Geitani laat een sample van Shiekh Abu Al Ila horen, het orkest vult aan met livemuziek. In daaropvolgende hoofdstukken zien we andere renderings, horen we hoe Kulthum voor het eerst zingt voor publiek, de verzoeken binnenstromen, ze steeds verder weg optreedt en dagen wachtend doorbrengt op een treinstation. Op een dag hoort ze tot haar verrassing een bekende stem: de Sheikh staat op het perron. Hij ontpopt zich na deze ontmoeting tot haar mentor.
Met de performance onderzoekt Geitani de wisselwerking tussen de invloedrijke West-Europese cultuur en technologie en het – na oriëntalistische producties zoals Verdi’s Aida – opnieuw toe-eigenen van een Arabische culturele identiteit. Kulthums verhaal spreekt voor zich, maar je kunt het ook enigszins terugzien aan het verloop van zijn muziekprogramma. In het eerste lied hoor je rijkelijk Arabisch instrumentarium als oud (gitaar) en ney (fluit), terwijl de strijkers onaangeroerd blijven. Vanaf het derde lied komt het hele orkest aanbod, klinkt de muziek voller, vrolijker – instrumenten reageren op elkaar, herhalen melodieën en zo blijken Arabische feestmuziek en soepele jazzpianoklanken prachtig en speels op elkaar te kunnen antwoorden.
Aan Nederlands-Syrische sopraan Mireille Bittar valt de eer om het vroege werk van Kulthum te vangen en dat doet ze erg goed. Haar stem is diep, krachtig en vol emotie en in een eenvoudige lichte jurk oogt ze jeugdig en onschuldig. Behalve de muziek ontwikkelt ook haar voorkomen gedurende de voorstelling: voor het laatste lied komt ze plots in een rode glitterjurk op. Onder leiding van een dirigent, die voor de andere muziek niet nodig was, zingt ze een duet met die ongelofelijk veelzijdige Geitani uit een bewerking van Verdi’s opera Aida, zoals die in 1942 in een Egyptische film werd uitgebracht. Oud en ney blijven onaangeroerd; je mist ze meteen.
Foto: O. Festival













