Wie ben je als je opgroeit in een land dat niet mag bestaan? Met een camera, computer, projectiescherm, twee grote spiegels en een verzameling stiften confronteert Sîpan Sezgin Tekin zijn publiek in The Orginal met de complexiteit van het begrip identiteit. In een slim uitgedacht concept en met een vleugje humor wordt de toeschouwer geleidelijk in zijn levensverhaal gezogen.

I am Sîpan Sezgin, I am an artist, I am a guerilla artist, I am a madman, I am…  In een notendop komen alle identiteiten van Sîpan Sezgin Tekin voorbij. Hakkelend getypt verschijnen de woorden in verlichte letters op een spiegelwand, waarin het publiek ook zichzelf kan zien zitten. Wat volgt is een intellectuele verhandeling over de subjectiviteit van identiteit. Tot zover het wat ongrijpbare begin van The Orginal.

Eenmaal live op het toneel bewaakt Tekin de afstand. Verscholen achter de spiegelwand, die met een andere lichtstand doorzichtig blijkt te zijn, neemt hij ons mee naar zijn jeugd. Op een krukje vertelt hij ons over het trauma dat hij opliep bij de kapper, waar zijn weelderige haardos tot zijn grote verdriet elke keer opnieuw gemillimeterd werd. Zo kwam hij aan zijn bijnaam ‘pumpkin’. Liever had de jonge Sîpan een Amerikaans kapsel gehad. Saillant detail, zo stapelt Tekin immers heel bewust identiteit op identiteit in zijn relaas. Een mechanisme dat hij consequent volhoudt en de dramaturgie van de voorstelling – met eindregie van Mesut Arslan – in alles bepaalt.

In een volgende fase blijken de twee spiegelwanden – techniek Mirko Lazović –  mobiel en start Tekin een levende dialoog met zijn publiek. Via de spiegel vraagt hij zijn toeschouwers wat ze zien als zijn lichaam lichtjes vervormt. Met de geestige antwoorden gaat hij aan de haal tot we onverwacht in een detectiveverhaal belanden als hij voor de spiegel op de grond ligt. Een toeschouwer tekent de contouren van zijn lichaam en wordt geïnstrueerd de identiteit van het vermoorde slachtoffer te achterhalen.

Op instructies van Tekin worden zowel het Turkse paspoort als de tijdelijke ID uitvoerig bestudeerd door de toeschouwers, ook op echtheid. Niets aan The Original is toeval en zo ontdekken we een verrassend lijntje tussen de spiegelwand en het reflecterende watermerk in de documenten. Ondertussen tekent Tekin de details uit de documenten op. Naam, geboortedatum, afgifte, geldigheid, de nummers van de documenten; alles wordt op de spiegelwand geschreven. Daarbij wijkt hij soms wel af van wat hem wordt ingefluisterd door het publiek en zo mengen deze details zich met enkele teksten van theateractivist Antonin Artaud.

In de repetitieve aanpak van gesproken teksten is de voorstelling wat uitgesponnen en nadrukkelijk. Zo wordt een intellectuele tekst over linguïstisch kolonialisme dwangmatig herhaald. Hoe irritant ook; het onderschrijft wel de politieke lading die schuilt achter Tekins persoonlijke verhaal, dat langzaam boven komt drijven. Is hij nu Nederlands, Turks of Koerdisch? En wie is hij voor zijn grootmoeder, die nog steeds treurt om haar vermoorde zoon?

Laag voor laag pelt Tekin de ui af, tot we tot de kern komen van een pijnlijke Koerdische familiegeschiedenis. Een kern die hij tenslotte met behulp van camera en computer spiegelt aan alle labels die hem zijn of worden toegeschreven. Het caleidoscopische eindbeeld van The Original vat het mooi samen.

Foto’s: Mezrab | House of Creation