Sinds 10 jaar inmiddels laat het lovenswaardige initiatief Broadway in Carré (voorheen aan de Amstel) het Nederlandse publiek op een laagdrempeliger manier kennismaken met succesvoorstellingen uit Engeland en Amerika. De vorige editie bracht met Hadestown de beste musical sinds jaren in Nederland te zien. Nu is de eer aan The Little Big Things, dat een podium geeft aan (verhalen over) mensen met een beperking in verschillende vormen. Wat representatie betreft speelt de musical een belangrijke rol. Maar helaas rammelt het script.

In The Little Big Things raakt de 17-jarige Henry bij een duik in zee een zandbank, waardoor hij grotendeels verlamd raakt. De musical toont de nasleep van deze gebeurtenis voor Henry’s omgeving en voor zijn jongere en oudere zelf. Deze twee versies van Henry (boy en man) zijn consequent samen op het toneel te zien.

Zo willen de makers iets zeggen over de moeilijkheid om een niet langer bestaande versie van jezelf los te laten, maar dit gegeven komt niet goed uit de verf. Doordat de twee Henry’s van begin tot eind alles samen meemaken en er geen uitgesproken codeswitch is na het transitiemoment van het ongeluk, is hun gezamenlijke aanwezigheid vooral verwarrend. Als een soort gespleten persoonlijkheid delen de twee een tijdlijn. Zo is de oudere Henry (Ed Larkin) al zichtbaar in de scènes van zijn jeugdige variant (Djavan van de Fliert) en blijft de jongere versie meelopen met zijn volwassen ik nadat hij zijn ongeluk heeft gehad.

Henry brengt maanden door in het ziekenhuis, maar wordt veel eerder ontslagen dan verwacht. Op het moment dat hij voor het eerst weer naar buiten mag, spreekt hij uit groot geluk te ervaren bij het voelen van de zon op zijn gezicht, net als bij de mogelijkheid weer rechtop te kunnen zitten. Het zijn dingen die doorgaans zo vanzelfsprekend kunnen lijken, totdat ze dat ineens niet meer zijn. Het benoemen van deze ervaringen klinkt als de kern van de musical en had een muzikale uitwerking verdiend.

Makers Nick Butcher (muziek en liedteksten), Tom Ling (liedteksten) en Joe White (script) kiezen er echter voor om de nadruk te leggen op situaties die vooral draaien om Henry’s omgeving: zijn familie en zijn artsen. Die zijn absoluut relevant in het grotere geheel, maar krijgen ook kostbare ruimte die je liever aan Henry besteed had gezien. De elegie-achtige song van moeder Fran (Joy Wielkens) waarin ze terugblikt op Henry’s leven alsof hij al is heengegaan, doet aan als een zijspoor (je wil weten wat er in Henry omgaat, zo vlak na zijn ongeluk). Net als de ruzies tussen Henry’s broers die uit het niets ontvlammen, om in dezelfde scène weer te worden opgelost. Een flitsend nummer van Sarah-Jane Wijdenbosch als Henry’s dokter Graham werkt aanstekelijk, maar houdt ook op, vooral daar het personage geen noemenswaardige rol meer speelt in de plot.

Tegelijkertijd stappen de makers over Henry’s eigen gedachten en gevoelens heen. We komen niet te weten wat het met hém doet dat zijn fysieke staat van zijn van het ene op het andere moment radicaal verandert. Zijn eerste reactie op het ongeluk ontbreekt, net als inzicht in wat hij mentaal doormaakt in de periode daarna. In plaats daarvan skippen de makers naar de moeder en de dokter.

De acteurs nemen het wisselvallige materiaal dat hen gegeven is en maken er wat van. Dat levert een paar mooie, haast ontroerende momenten op door de altijd sterke Joy Wielkens als Henry’s (in regie van Ola Mafaalani weliswaar licht ontvlambare) moeder. Djavan van de Fliert, een Nederlandse acteur die in Engeland zijn musicalopleiding kreeg en daar al onder meer in Frozen speelde, toont zich een aansprekende aanwinst voor het Nederlandse musicaltoneel. In de vele generieke uplifting poprockballads die de musical rijk is zorgt hij met klinkende uithalen voor enkele muzikale hoogtepunten. Ook alle zinnen uit de mond van Tessa Jonge Poerink, als Henry’s nuchtere fysiotherapeut, zijn raak. En dan is er nog Valerie Lai in het ensemble die met een enkele doordringend gezongen zin de aandacht op zich richt.

Pas aan het slot van de musical weerklinkt de titelsong: ‘it’s the little big things that stay on your mind / it’s the little big things you leave behind’. Dat had een mooie rode draad kunnen zijn en bovendien iets wat je ook had willen zien (en niet alleen horen zeggen): hoe het ook in de nasleep van groot trauma mogelijk is om vreugde en betekenis te ervaren. Bijvoorbeeld, zoals Henry (helaas nogal letterlijk) mededeelt, in het moment dat zijn broer voor het eerst zijn hand weer vastpakt. Los van de succesverhalen als voortijdig ontslagen worden uit het ziekenhuis of schilderijen tentoongesteld zien in een galerij. Maar in een moment als dat waarin Henry met een speciaal door zijn vader gemaakt bitje zijn eerste schilderij creëert. Dat dát de kleine dingen zijn waar het om draait.

Foto’s: Danny Kaan