Rituelen zijn zo hard nodig, verkondigt theatermaker Gorges Ocloo in zijn nieuwe ‘AfrOpera’ The Grief of Red Granny, waarin hij westerse muziektradities wil vermengen met (Zuid-)Afrikaanse koorzang en instrumentale virtuositeit. Na The Golden Stool, or the Story of Nana Yaa Asantewaa pakt hij uit met een Afrikaanse getinte ‘Stabat Mater’ van Pergolesi, ritmisch kleurrijk in klank en beeld, als een theaterritueel over rituelen rond dood en rouwen.

Wat als je geen waardig afscheid kunt nemen van je dode dierbaren? Het is een lot dat ook op dit moment zo veel mensen treft in oorlogen, conflicten, natuurrampen en aanslagen. En er waren ook de moeilijke momenten tijdens de coronapandemie, toen slechts een handjevol mensen een afscheidsviering mocht bijwonen.

Wat als je als vrouw niet in het openbaar mag rouwen? Dat overkwam koningin Elisabeth van België toen in 1934 haar gemaal koning Albert van de rotsen viel, en het protocol het niet toeliet dat ze als vrouw deelnam aan de publiekelijke begrafenis. (Weetje 1: ‘red granny’ uit de titel verwijst ook naar deze Elisabeth. Ze ondernam op latere leeftijd veel reizen, onder andere naar communistisch landen, zoals China, Rusland. Vandaar haar bijnaam ‘rode oma’. Weetje 2: de internationaal vermaarde Koningin-Elisabethwedstrijden voor piano, zang, viool en cello zijn naar haar vernoemd. Muziek staat centraal in deze productie).

Hoe pijnlijk eenzaam moet het zijn om te rouwen zonder formeel (collectief) ritueel en zonder ondersteuning van anderen. En hoe moeilijk moet het zijn om geen tijd te krijgen om te rouwen. Iets dat Gorges Ocloo, uit Ghana afkomstig en sinds zijn twaalfde in België, zelf heeft moeten vaststellen naar aanleiding van de dood van zijn oma. Van de rituelen rond de rites de passage lijkt die rond de dood steeds minder voor te komen in onze westerse samenleving. Zeker in vergelijking met de vele Afrikaanse culturen en tradities.

De vrouw in het theaterstuk staat model voor de vele mensen die niet kunnen rouwen om hun geliefden. Wat doorleeft zij, door welke emoties moet zij gaan, hoe kan zij overleven, kunnen rituelen haar daarin bijstaan? Het gordijn schuift omhoog. Mist golft langzaam de zaal in. Samen met het zwakke licht evoceert ze een andere wereld. Het is als het ware een trancendente wereld tussen leven en dood, surrealistisch en ongrijpbaar.

Het toneel is tegelijkertijd een ruïne (met stukken muur en een achterdeur met kapot zwart glas), een slaapkamer en de Hof van Eden (met een grote boom, waaronder de vrouw een appel zal eten). Er stroomt een riviertje (de Styx?), er hangt een grote schommel. Het is een grote kijkdoos, waarin je objecten kunt ontwaren, die lijken te verwijzen naar rituele attributen en waartussen de vrouw zal dolen. En er staan zes engelen, zonder vleugels, maar in sacrale rode gewaden!

De muzikanten (bas, cello, percussie) dragen een bijzondere helm in rode stof. De zangeressen en de zanger schrijden in hun rode jurken langs het water, naar het bed, door de deur naar buiten en weer naar binnen. Zij zullen meer dan anderhalf uur de iconische compositie ‘Stabat Mater’ van Pergolesi brengen, niet in een gekende westerse versie, maar met heel veel Zuid-Afrikaanse en andere invloeden.

Gorges Ocloo heeft naast het uitdenken van het concept, het schrijven van de tekst en de scenografie ook de muziek gecomponeerd. Heel ritmisch is de muzikale lijn met basgitaar, cello en percussie. Ocloo heeft in Zuid-Afrika de klassiek geschoolde zangstemmen gevonden die hij passend vond voor deze productie. De zanger en de zangeressen klinken heel mooi en zuiver. Hun meerstemmig gezang maakt deze Pergolesi heel bijzonder. Er zit een oerkracht in, een eigen pathos, spiritueel en sacraal.

‘I will bring Pergolesi to my Voodoo Chrurch’, verklaarde Ocloo. Deze mengeling, of beter deze symbiose van westerse klassieke muziek en Afrikaanse muziek, reggae en jazz noemt Ocloo ‘AfrOpera’, een nieuw muziekgenre dat begon met zijn vorige stuk en dat hij nu verder ontwikkelt. The Grief of Red Granny zal ook nog gevolgd worden door een tweede deel.

De gezangen en de muziek van de Zuid-Afrikaanse artiesten vormen op zichzelf al een prachtig concert. Ze zingen de integrale Middeleeuwse tekst in het Latijn, maar ook in hun talen, het Zulu en het Xhosa (de kliktaal). Deze teksten worden niet in de boventitel vertaald. Dat hoeft ook niet. Dan zou deze ‘Stabat Mater’ te cerebraal worden en te veel in de westerse christelijke traditie geplaatst worden. De productie wil een universeel cultureel ritueel zijn.

Ook de teksten die de engelen tegen de vrouw zeggen worden niet vertaald (behalve helemaal op het einde). Je voelt wel aan wat ze zeggen. De vrouw om wie het allemaal draait wordt schitterend vertolkt door Tine Joustra. Ze gaat heel gemakkelijk en naturel over van het Engels naar het Nederlands, naar het Frans naar het Duits.

Vele metaforen over verlies, dood, eros en thanatos glijden voorbij. De actrice beschrijft en speelt subtiel en suggestief – en daardoor indrukwekkend – gevoelens, het verdriet en de eenzaamheid van een rouwende vrouw, die zich voelt als drijfhout.

De zes engelen ontfermen zich over haar, begeleiden haar in de wisselende momenten van verdriet, woede, wanhoop, verzet en aanvaarding, met hun rituelen, gezangen en de boodschap dat leven en dood samenhoren, dat ook het leven gevierd moet worden.

Gorges Ocloo heeft met zijn artiesten een esthetische productie gemaakt die je niet direct meesleurt in sentiment, maar die je laat genieten van de pure, helende schoonheid van de symbiose van kunsten rond rites de passage.

Foto’s: Kurt Van der Elst