Een jaar geleden zag ik bij de voorstelling Exit van Piet Van Dycke op het Krokusfestival in Hasselt, affiches voor een auditie van Van Dycke. Hij zocht mensen voor een productie met dans, acrobatiek én ladders, veel ladders. Er kwamen een 120 jongeren op af, acht werden geselecteerd. (meer…)
Aan de randen van de dingen worden de contouren duidelijk – om even te spelen met de letterlijke vertaling van de titel van NDT2’s seizoensopening The Edge of Things. En met die contouren kun je iets zeggen over de vorm van de dingen. Op de drempel van seizoen 2025-2026 geeft het Nederlands Dans Theater twee jonge choreografen en een gevestigde naam de kans om met een scherpe groep jonge dansers hun contouren te schetsen van de vorm waarin de mens verkeert.
De avond toont de spanning tussen autonomie en gezamenlijkheid in drie heel eigen kleuren. Het verleggen van de contouren van wat dans kan zijn, is minder aan de orde, maar dat maakt de energieke avond goed met sfeer, een rake stomp in de maag en humor. Met een speelse kijk op choreografie opent Jermaine Spivey de avond met Once… Never… and Again… Zijn interesse ligt daar waar afspraken ruimte laten voor een verrassing, en hij laat zijn vier dansers die ruimte nemen met improvisatie binnen een structuur.
Nu weet je als kijker nooit precies wat wel of niet is vastgelegd in een voorstelling, maar je lichaam kan wel de energie oppikken van dansers die elkaar ter plekke uitdagen. Dan vallen de staccato aanzetten op van de bewegingstaal, de getallen die ze naar elkaar roepen, de blikken waarmee ze onderlinge afstanden peilen.
Niet precies weten wat de ander zal doen is een vrij precieze samenvatting van menselijke interactie in het wild. Met molenwiekende armen, lichamen die als kurkentrekkers van staand naar zittend draaien en een uitgestrekte voet aan een uitgestrekt been zetten de vier elkaar telkens ‘aan’. Het klopt, het is sfeervol gekaderd in licht en ruimte, maar het voelt ook als een opmaat naar meer.
En dat komt. Ethan Colangelo opent zijn Entropy met een donker beeld van een liggende groep dansers die als golven van rechts naar links rollen. Ze bewegen één arm snel en stijl omhoog, om die dan net als een golf die over het breekpunt komt minder stijl en langzamer weer te laten dalen. Achter de golven gloeit een achterwand van kleine metalen rechthoeken. Lichtontwerper Tom Visser doet het ontwerp van Cristina Nyffeler baden in lage banen koperkleurig licht, wat het gevoel versterkt dat hier de dansers de eerste levende wezens belichamen die uit de oerzee ontstonden, en miljoenen jaren later van het water naar het land trokken.
Wanneer de wezens eenmaal tweebenig zijn geworden, bouwt het werk toe naar een schitterend mannenduet tussen twee boomlange mannen. Joey Gertin slaat een arm om de schouder van Nathaniël Plantier en zo staan ze naast elkaar. Met een weids armgebaar zegt Gertin: kijk, dit hele universum hier, dat is ónze speeltuin. Abrupt trekt hij zijn arm terug en deelt een dolkstoot uit recht in de buik van Plantier. In mijn hoofd buitelen de associaties over elkaar als een refrein van macht, ongelijkheid en onrecht in de geschiedenis van de mens. Dat de ene man wit is en de andere zwart voegt een gevoelige laag toe. Op de drempel van de dood rollen de mannen aangrijpend over en door elkaar.
Afsluiter Fit van Alexander Ekman werd al eerder gedanst door NDT. Vanuit een spreekkoor frontaal tegen het publiek, heel helder verstaanbaar ondanks de veertien stemmen, ontrolt dit puntige werk met lange tutu’s en rennende dansers zich tot een bespiegeling op ‘erbij horen’. Hier is ook ruimte voor vet aangezet spel met onderlinge dynamieken. Een groep gevoelige dansers toont NDT2 zich, scherp op de accenten die verschillende choreografen leggen op de vertelkracht van het lichaam.
Foto: Fit: Rahi Rezvani












