‘Now is the time of monsters’. Verdeeld over vier ouderwetse pancartes achter een dj-set heten verschillende uitspraken van Antonio Gramsci ons welkom als we de vlakke vloer van Theater Kikker oplopen. Geen tribunes, geen hiërarchie: een dansvloer, met hier en daar een klapstoel voor wie wil, en een kruiwagen gevuld met 0.0 biertjes op ijs. (meer…)
Water druppelt van een blokje ijs dat op ooghoogte boven de witte dansvloer hangt. In de weerspiegeling van de plas op de vloer eronder zie ik een goudvis rondzwemmen. De vloer verdwijnt dan weer golvend over de eerste rijen stoelen en strekt zich uit in wat eigenlijk het auditorium is.
Het publiek van The Bench (By Accident) zit op het podium rondom de vloer. Er zijn ook twee ouderwetse tl-buizen, één hangt boven de vloer, de ander boven het publiek dat aan de achterwand-kant zit. Uit de boxen komt heel zachtjes het geluid van een drone. De performers zijn nergens te bekennen. Een doos op pootjes op de rand van het speelveld schrikt het publiek op met de geluiden van een printer en spuugt papier uit. Niemand die de vellen ooit zal lezen, weet ik achteraf. Bevatten ze aanwijzingen, voorschriften, een partituur?

Na een donkerslag verschijnen Ashley Ho en Domenik Naue in dit kunstmatige landschap. Zo aarzelend als ze zich bewegen door de ruimte, zo vastbesloten zijn ze iedere beweging vooraf te benoemen. De taal lijkt hen onderling te moeten overtuigen en ons vooralsnog te informeren van wat ze steeds van plan zijn.
Met een zeer helder klinkende fietsbel aan hun ringvinger markeren ze steeds de volgende zending. Dat ik ga, dat ik naar de deur ga, dat ik weg ga, dat ik omhoog loop, dat ik terugkom, dat ik wil dat je blijft. De zinnen zijn kort en refereren naar heel concrete plekken op de vloer tot steeds meer voorgestelde of zelfs imaginaire plekken.
Op de grens van voornemens, feiten en onmogelijkheden ridiculiseert het spreken het spreken haast. Alsof we niet zien dat je naar de deur loopt, alsof het niet normaal is dat intenties en acties samenvallen. Het kader is niet alleen dwingend voor de spelers, maar ook voor de toeschouwer. Daardoor duurt het even voordat je je afvraagt wat de twee spelers eigenlijk met elkaar hebben.
Zijn ze een stel? Hebben ze in het echt iets met elkaar of alleen op het podium? Of gaat dit duet over de parallelle werelden van twee mensen die ieder proberen contact te krijgen met een ander? Een lover misschien, of zelfs alleen maar met zichzelf? De teksten suggereren dat alles, maar laten in het midden wat nu precies de doorslag geeft.
Het dansen komt tussendoor, soms heel bedoeld, vaak haast terloops. Waar de ruimte verkend wordt met taal die de dingen in een landschap van relaties bijeenzet en zo componeert, lijken de bewegingen aanvankelijk heel open en haast vrijblijvend. Maar ze krijgen steeds meer gewicht, terwijl de taal steeds minder houvast biedt, zeker wanneer het gesprek zich steeds meer richting de wisseling van telefoonberichten gaat.
De twee mensen lopen elkaar lang mis, of ze zijn juist samen in hun uitwisseling over gemis. Totdat ze hun microfoons afdoen – het is alsof ze zich uitkleden – en een prachtig duet op de vloer aan geweldige seks doet denken, al zou het dat ook niet kunnen zijn.
De speciaal voor het stuk ontworpen bank uit de titel staat al lang op het podium te wachten, en krijgt op het einde een rol wanneer een immens zwellichaam (een inflatable, een opblaasbare vorm die als object op het podium kan worden ingezet) vanuit de stoelen van de toeschouwersruimte begint op te blazen en daardoor vanzelf richting speelvloer beweegt.
De bank is misschien voor de scène die ze nooit gespeeld hebben, of waar ze nog niet aan toegekomen zijn, toevallig. Die scène flitst even door je hoofd, als Ho en Naue het ding met de glanzende, roestvrijstalen, gebogen poten boven hun hoofd tillen en in veiligheid brengen. Dan doen ze walvisgeluiden na en proberen net als de inflatable een gestrande walvis te worden. Het lijkt far fetched, maar de twee performers zijn eigenlijk heel overtuigend in hun pogingen.
Ho en Naue zijn prachtige performers, hun verhaal begint wat langzaam en weifelend, zoals mensen doen die de noodzaak van dingen kwijt zijn of bang zijn die niet te vinden, in een relatie bijvoorbeeld. Maar naarmate de voorstelling vordert en de verschillende niveau’s van abstractie en concreetheid bij elkaar gewoven of gepunnikt worden, stap voor stap, wordt het steeds interessanter, ontroerend zelfs.
Foto’s: Studio Pramudiya
















