De bedompte woonkamer ligt vol met lege verpakkingen van Brinta en Ovomaltine. Het ruikt er naar sigarettenrook, frituurvet en urine, en het dak lekt. Hier wonen moeder Mag Folan en haar dochter Maureen. Opgesloten in een Iers dorpje, waaruit ontsnappen nauwelijks mogelijk is.

Martin McDonagh portretteerde beide vouwen genadeloos én liefdevol in zijn toneelstuk The Beauty Queen of Leenane (1996). In de voorstelling van Theater Mooi Weer, die dit weekend in Rotterdam in première ging, overheerst de genadeloosheid, want het is lastig voor een van de beide vrouwen sympathie op te brengen. Maar als er dan toch een keuze gemaakt moet worden: dochter Maureen is het meest beklagenswaardig, en haar gun je een beter leven.

Dat komt mede door het overtuigende acteren van Lotte Laurens, die een prachtige rol neerzet – haar Maureen is zowel geëxalteerd als timide. Laurens is geschminkt als een tragische clown, draagt kringloopkleding, hunkert naar een beetje liefde, maar zit opgescheept met die getormenteerde moeder. Die twee vrouwen kunnen niet meer zonder elkaar, ze zijn aan elkaar overgeleverd en dat maakt het des te treuriger.

McDonagh beschrijft dit uitzichtloze leven ook als een kroniek van mensen die aan de onderkant van de samenleving zijn beland, en toch proberen er iets van te maken. Bijvoorbeeld door een keer per week kabeljauw met botersaus te eten, of een uitstapje te maken langs de kust. Dat is hun vluchtroute uit een benauwde wereld van pap en patat. Hoe ze zo geworden zijn, laat McDonagh in het midden; dit is een status quo die alleen maar kan worden doorbroken doordat Maureen op zeker moment rigoureuze maatregelen neemt, waaraan een pan heet frituurvet te pas komt.

In regie van Lynn Schutter wordt het realisme op de juiste momenten onderbroken door een soort absurdistische horror. Dan raakt Maureen bijvoorbeeld bijna in trance vanwege haar opgekropte eenzaamheid. Of er klinkt een onheilspellend geluidsdecor, terwijl er iemand langs het beslagen raam sluipt. Dat werkt goed, het voorkomt de valkuil van te eenzijdig volkstoneel. Terecht ook dat Schutter de Ierse setting in stand heeft gehouden, want daar gaat het stuk ook over: over een land zonder trots, waaruit men zo snel mogelijk weg wil, naar Engeland of Amerika. ‘Ierland, altijd iemand die weggaat.’

Dat laatste doet Pato Dooley (Jurriaan van Seters), een van de twee buurjongens: hij vertrekt uiteindelijk naar Boston, maar hij is ook degene die, hoe schuchter ook, Maureen één enkele nacht van hoop geeft. De scènes tussen Van Seters en Laurens ademen een aandoenlijke onthechting, en geven Maureen het gevoel dat zij misschien toch de beauty queen van Leenane zou kunnen zijn. Mendel van der Ploeg is buurjongen Ray, een doorgesnoven slungel, hier geschminkt als een sneue Pierrot. En Marit Hooijschuur speelt moeder Mag beheerst, niet als een kreng van een wijf, maar bijna meisjesachtig gedwee. Onderhand krijgt zij in alles haar zin.

The Beauty Queen of Leenane is onder de titel Leenane Trilogie eerder gespeeld door ZT Hollandia in regie van Johan Simons, met Frieda Pittoors en Betty Schuurman als moeder en dochter. Daarna onder meer ook nog bij De Utrechtse Spelen (regie Jos Thie), met Nelly Frijda en Annick Boer. Twee heel verschillende voorstellingen, waaraan Theater Mooi Weer nu een aanstekelijke, en aan het slot ontroerende versie toevoegt.

Foto’s: Bart Grietens