Hoe danst een steen? Of een grassprietje? Dit zijn vraagstukken die het Vlaamse dansgezelschap Voetvolk van Lisbeth Gruwez en Maarten van Cauwenberghe uitpluizen tijdens de wereldpremière van hun voorstelling Nomadics, vertoond tijdens Julidans. Ondanks noemenswaardige componenten, voelt de voorstelling waarin natuur centraal staat behoorlijk kunstmatig. (meer…)
In de geconcentreerde solo Tempest wordt woede gepresenteerd als een universele kracht, net als de storm in de titel. Met een krachtige bewegingstaal, ontleend aan Aziatische dans en martial arts, probeert Lisbeth Gruwez deze storm in te tomen.
Het begint mysterieus. In het bijna-duister verschijnt een schim, op de naar boven geknakte punt van het asymmetrische speelvlak. Na enige tijd glijdt het ondefinieerbare bundeltje van de punt naar beneden, om zich te ontpoppen als Lisbeth Gruwez. De Vlaamse choreograaf en danser neemt direct een fiere pose aan. Ze is gekleed in een zwart-wit-rood trainingstenu en haar kapsel is strak opgestoken in een militante knot. Minutieus verkent ze het witte speelvlak, dat schuin over de zwarte toneelvloer is geplaatst. In haar bewegingen herkennen we invloeden uit Aziatische dans en martial arts: eerst worden de benen stevig in de grond geplant met de heupen naar buiten gedraaid. Terwijl de armen hoekige patronen beschrijven draait het hoofd op de romp, de omgeving secuur aftastend.
Ondersteund door een percussieve en sfeerverhogende soundtrack van haar partner Maarten Van Cauwenberghe zien we hoe Gruwez een balans zoekt tussen een voortrazende woede die een weg naar buiten zoekt en de fysieke en mentale beheersing die nodig is om zulke krachten in goede banen te leiden. Dat Gruwez zich daarvoor ondermeer verdiepte in Thaise khon-dans met collega-choreograaf Pichet Klunchun verklaart de uiterlijke verschijningsvorm van de bewegingstaal die we in Tempest te zien krijgen. De innerlijke kracht die vanaf het podium wordt geprojecteerd komt echter helemaal vanuit Gruwez zelf.
Niet alleen als performer overtuigt Gruwez, maar ook als choreograaf. Na een lange gestage opbouw van de spanning, waarbij de rookmachine op volle kracht de storm aanwakkert, laat de choreografie op het juiste moment de teugels vieren. Ontspannen op haar rug liggend lijkt Gruwez te zweven op de rookwolken. Na dit betoverende rustpunt in het oog van de storm wordt de spanning opnieuw opgebouwd. Na een act met een meterslange buis die in Gruwez’ handen transformeert tot een vechtsportattribuut volgt een exercitie met een rood lint.
En dan mag de storm echt gaan razen, totdat luid crashende chinese bekkens samenvloeien in een oorverdovende noise. Een doorslaggevende rol in deze climax is weggelegd voor het uitgekiende lichtplan van Jan Maertens. Een batterij rond de scène opgehangen spots draait rondjes met de klok mee. Dat levert strakke beelden op als Gruwez steeds vanuit een andere hoek belicht wordt met een dramatisch verspringende slagschaduw. Nog krasser is het effect als de spots op stroboscoopsnelheid rondtollen terwijl Gruwez haar bewegingen juist vertraagt. Als opmerkelijk neveneffect van dat jachtige knipperlicht is het net alsof de toeschouwers in de rij voor mij als een malle zitten te headbangen. Wat dan weer een mooi contrast oplevert met de kalme beheersing die Gruwez in deze voorstelling etaleert.
Foto: Danny Willems













