Midden in de nacht, in de warmste zomer in eeuwen, bekijkt Marjolijn van Heemstra een eindeloze stroom filmpjes over natuurrampen, verlies aan biodiversiteit en klimaatverandering. Ze komt ook een filmpje tegen waarin astronauten beschrijven hoe hun leven voorgoed veranderde op het moment dat zij onze planeet van grote afstand bekeken. Zij beseffen opeens hoe alles met alles verweven is en hoe kwetsbaar we erbij hangen in dat reusachtige heelal.

Net als recent Lowie van Oers in Over de natuur van de dingen raakt Van Heemstra gefascineerd door dit overview effect en besluit stadsastronaut te worden, het leven te bekijken met het perspectief dat we hier op aarde niet hebben. Maar hoe doe je dat? Ze wil niet vervallen in activisme of cynisme, want beide helpen niet en zoekt een nieuwe route. Als astronauten een enorme nabijheid en verbinding voelen door afstand te nemen, is het misschien mogelijk hetzelfde te bereiken door juist in te zoomen.

Dat doet ze door niet alleen te spreken met ruimtevaartdeskundigen en futorologen, maar vooral ook in te zoomen op haar eigen onderbuurman Bob met wie ze de voortuin deelt, maar met wie ze verder niets gemeen lijkt te hebben. Daarbij spaart ze zichzelf niet, beseft dat zij het voorbeeld van gentrificatie van Amsterdamse wijken is. Ze vertelt daarom ook over haar licht ironische column voor dagblad Trouw (‘Ik ben die ‘trut’ met die linnen tas en een bakfiets die zijn buurt komt verzieken’) en vooral de woedende reacties daarop nadat Geen Stijl ermee aan de haal was gegaan.

‘Documentair onderzoekstheater’ is het etiket dat op haar eerdere voorstellingen als Zohre werd geplakt, maar dat dekt de lading deels. De vorm waarin Van Heemstra het een uur durende Stadsastronaut giet, is even persoonlijk als afstandelijk, zowel theatercollege als inkijkje in haar eigen privéleven, speels en serieus ineen. Een mooi voorbeeld hiervan is hoe een verhandeling over een van de eerste religies leidt tot het samen met Bob een boom willen planten, wat via een tragikomische rondgang door de Amsterdamse bureaucratie resulteert in het alsmaar dieper afdalen in de aarde onder haar huis.

Antwoorden of oplossingen biedt Van Heemstra niet, of het moet het besef zijn dat de belangrijkste eigenschap van een astronaut – en dus ook van een stadsastronaut – vriendelijkheid is. De voorstelling eindigt daarom met een gesprek met haar buurman, waarin ze ondanks dat ze deels langs elkaar heenpraten wel degelijk ook iets van verbinding vinden.

Foto: Sanne Peper