Roddelen is heerlijk en gevaarlijk tegelijkertijd. Wat slechts onschuldige of vermakelijke informatie-uitwisseling lijkt, kan ontsporen in een kwaadaardig gesprek waarin je een ander compleet de grond in boort. Of in bloederige hatelijkheden die vooral tonen wat een onzeker, verwrongen persoon jijzelf eigenlijk bent, zoals in Spill the Tea van Buysse & Joosten.

Het duo van Emma Buysse (tekst en spel) en Luna Joosten (tekst en regie) maakte eerder onder meer al Crybaby (2021) en Meta-moe (2024). Ook in Spill the Tea staat het thema authenticiteit centraal, en net als die eerdere voorstellingen is dit nieuwe werk een humoristische vertelling met geweldig spel. Al ontbeert dit verhaal wat focus en zijn de personages soms voorspelbaar of net niet gelaagd genoeg.

Spill the Tea centreert zich rond drie personages: de ooit relevante BN’er Marga (Eva Van der Gucht), de onopvallende hondenuitlater Sanneke (Emma Buysse) en de apathisch ogende kappersstagiaire Chelsea (Zenzi Alwart), die de andere twee opvangt in de salon totdat eigenaar Joke eindelijk komt opdagen.

Alle drie de actrices zijn formidabel op hun eigen manier. Van der Gucht is als Marga met haar grote spel een aanwezige aandachtstrekker die het roddelen meestal aandrijft. Algauw blijkt dat haar verdedigingsmechanisme: hoe meer je roddelt, hoe meer er over je geroddeld wordt, en dus hoe meer je ertoe doet. Hoogtepunt van Van der Guchts rol is als ze Marga’s oude en vervlogen zomerhit vol overgave opvoert, met clichéteksten als ‘Quesadilla’s in the sun’ en inwisselbare danspasjes.

Sanneke is een grijze muis die rood wordt als ze publiekelijk moet spreken en niet wil roddelen omdat zij ‘vrij is van oordelen’. Buysse zet haar aanvankelijk zo overtuigend neer dat ze in haar nietszeggende beige-groene outfit wegvalt tussen het groteske spel van de andere actrices. Maar naarmate de voorstelling vordert, komen ook Sannekes onzekerheden er doortrapt en kwetsend uit. Haar uitspraak ‘Dit overstijgt oordelen, dit gaat over karakter’ demonstreert hoezeer ze zichzelf alsnog als moreel verheven ziet – en de spitsvondigheid van de tekst.

Representaties van een kritische innerlijke stem
Alwart speelt stagiaire Chelsea hilarisch sullig en verveeld, met halfopen mond en schichtig opkijkend van haar telefoon. Als ze in een paar tussenscènes een compleet ander persoon lijkt, blijkt Alwarts grote reikwijdte als acteur. Haar gezicht verliest onschuld en vervormt zich tot een kwaadaardige, brede lach terwijl ze een schaar, shampoofles of een stuk kauwgom vastheeft die gemeen tegen haar uitslaan, als representaties van een pijnlijk kritische innerlijke monoloog.

Wat die scènes moeten aantonen, is dat de ongeïnteresseerd ogende Chelsea ook onzeker is. Ze is nog jong en onervaren, kan ze dit werk wel aan? Maar Buysse en Joosten laten het vooral aan de malicieuze voorwerpen over om dat te verwoorden – in andere scènes is die diepe onzekerheid niet altijd voelbaar. Zo lijkt Chelsea zonder aarzeling puntjes bij te willen knippen of haren te willen verven.

Spill the Tea laat uiteindelijk zien dat roddelen niet zozeer gaat om een ander, maar om jezelf. De spiegelende ruiten midden op het roodwitgeblokte podium, die reflecties vervormen als in een spiegelpaleis, symboliseren een vertekend zelfbeeld: een realistische, authentieke indruk van jezelf is daarin nooit terug te zien.

Het eind is fijn absurdistisch, onvoorspelbaar en een tikkeltje griezelig, al voelt het niet alsof hier alles mooi samenkomt. De afwezige kapper Joke krijgt een te groot en de malicieuze voorwerpen een te klein aandeel – zij waren immers de belichaming van de innerlijke horror en hadden juist in deze scène meer chaos kunnen veroorzaken.

Het samenvallen van de acteurs, hun identieke uiterlijk en energie in dit klapstuk, is daarentegen wel goed bedacht: uiteindelijk zijn we allemaal dezelfde onzekere, kwaadsprekende mensen die desnoods over lijken gaan om er maar toe te doen.

Foto: Bart Grietens