Simon Mayer
Sons of Sissy
★★★★☆
Ontwapende mannendans legt Alpentradities bloot
Moos van den Broek
22 mei 2016
Gezien op 21 mei 2016, SPRING Performing Arts Festival, Stadsschouwburg Utrecht

In Sons of Sissy ontleedt de Oostenrijkse choreograaf Simon Mayer de Alpenfolklore tot een waar experimentele performance. Vier mannen geven zichzelf bloot en ontleden de oeroude tradities van hun voorvaderen tot op de bodem. Het resultaat is even geestig als ontroerend.

Simon Mayer is een jongen van het platteland. Het idee van de voorstelling ontstond toen hij op een bankje voor het huis van zijn ouders zat, in een klein dorpje in de Alpen. Samen met drie zeer begaafde muzikanten en dansers van het combo – Patric Redl, Manuel Wagner en Matteo Haitzmann – ging hij aan de slag. De vier bespelen bas, trekharmonica en twee violen. Sons of Sissy opent met een optreden van een traditioneel muzieknummer. Als een van de mannen zich uit het gezelschap onttrekt, is het begin gezet van de transformatie.

Hoezo conservatief? De mannen van Sissy tarten de Oostenrijkse hokjesgeest. Niet alleen de folklore wordt uitgekleed, de vier heren zetten ook het mannelijke rolmodel te kakken. Dat alles met een flinke dosis humor. Haitzmanns zwarte folklore-rok accentueert de vrouwelijke elegantie, als hij onder begeleiding van een van de andere heren – zoals in de originele dans – cirkels draait door de ruimte. Het is prachtig om te zien hoe de rok opbolt rond de heupen van zijn lange slanke lijf. Veel patronen zijn circulair en volgen daarin de wetten van de originele dans, waarin voortdurend in cirkels om elkaar heen wordt gedraaid. Het voetenwerk en handgeklap op het lichaam waarborgt het ritme.

De Italiaanse choreograaf Alessandro Sciaronni nam een aantal jaren geleden de Oostenrijkse dans Shuhplattler onder de loep in zijn voorstelling Folk-s, Will You Still Love Me Tomorrow? Hij liet zijn dansers dansen tot ze erbij neervielen, het publiek mocht zelf bepalen hoelang het bleef. Mayer gaat een stap verder en deconstrueert de traditie tot op het bot. Alle elementen krijgen een plek in zijn voorstelling, zowel muziek als dans. Hij schroomt zelfs niet om ook andere aspecten van de traditie toe te voegen, zoals het behendig zwiepen en knetteren met een touw of het bewieroken van de ruimte. Soms zijn al die aspecten wat veel, maar een prettige chaos en hilariteit wekken ze samen wel degelijk op.

Halverwege de voorstelling gaan de mannen uit de kleren krijgt het tot dan toe bizarre schouwspel een veel lichtere toon. Piemelnaakt zijn de heren immers nog veel kwetsbaarder. Vooral als de klappen van de Shuhplattler zichtbare rode sporen achterlaten op het lichaam en de dans neigt naar zelfkastijding. Mayer maakt zijn publiek deelgenoot van het onderzoek en aan dat onderzoek geven we ons gemakkelijk over dankzij de humor die vrijkomt. Maar de gunfactor ligt ook in de mannelijke kwetsbaarheid die wordt aangeroerd. Die is wonderschoon en vertederend. Hoopgevend ook, gezien de poging van deze jonge mannen om heden en verleden te verbinden en een traditie ook te durven omarmen. In de chaos vinden de mannen elkaar opnieuw. Bevrijd en herboren zingen en spelen ze poedelnaakt nogmaals het aanvangslied, klaar voor het echte leven. De ‘Sons of Sissy’ zijn volwassen mannen geworden.

Foto: Arne Hauge

Elders

NRC Handelsblad

'In Sons of Sissy schudt Simon Mayer met drie kompanen wat Oostenrijkse gemeenschaps- en dansrituelen door elkaar. Jodelen en dijenkletsen (Shuhplatteln), voor niet ingewijden toch al ietwat koddig en campy, ontsporen tot een woeste exercitie die, jawel, uiteindelijk naakt wordt uitgevoerd. Mede dankzij onchoreografeerbare geslachtsdelen wordt een en ander nóg koddiger.' Francine van der Wiel

de Volkskrant
★☆☆☆☆
'Sons of Sissy mag een festivalhit zijn, Simon Mayer kan niet tippen aan choreografen als Christian Rizzo en Alessandro Sciarroni die ook met folklore aan de haal gingen - Sciarroni drie jaar geleden nota bene met dezelfde Oostenrijkse Schuhplattler. Zij trekken door hun gewaagde en muzikale inzichten de dans een andere wereld in; Mayer blijft hangen in het bekende.' Mirjam van der Linden