Performancekunstenaar Fernando Troya biedt in het deels autobiografische A pelo een donkere blik op seks en verlangen. De manier waarop hij speelt met (zelf-)onderwerping, objectificatie én echte connectie maakt de voorstelling van begin tot eind spannend. (meer…)
In Solar, de performance van Emil Aron Dorph op het Amsterdam Fringe Festival, wordt het publiek meegenomen langs bos, stad en oceaan. Het verhaal is gebaseerd op het gelijknamige debuut uit 2018 van de Deense schrijver en dichter Theis Ørntoft, een dystopische roman die draait om existentiële leegte. Het leidt tot een hallucinerende (zoek)tocht door het verleden en heden.
Wat gebeurt er met een mens wanneer hij zich onderdompelt in de wereld om hem heen? Solar, in regie van Annika Taylor, zoekt het antwoord niet zozeer in een duidelijk tekstueel verhaal, maar meer in het lichaam en in de muziek. Tussen natuur, stad en oceaan beweegt performer Emil Aron Dorph van prehistorische tijden naar het dagelijkse stadsleven en weer terug.
Bij binnenkomst in de grote zaal van Likeminds ligt er een vergulde gouden tak op de vloer, daarnaast een losse microfoon aan een draad. De absolute blikvanger is een lamp die eruitziet alsof hij rechtstreeks uit de werkplaats van Ed Gein komt, de Amerikaanse seriemoordenaar en grafrover die objecten van menselijke huid maakte. Ook bij hem werd een lampenkap van menselijke huid gevonden. In Solar hangt het ding daar als een soort zon aan de hemel: groezelig, verbrand bij de naden, alsof lappen huid met naald en draad aan elkaar zijn genaaid.
Rechts op de speelvloer, pal voor de eerste rij, verschijnt een backpacker (Dorph). Blauwe bidon in de hand, verdwaald. Hij heeft het warm, giet water over zijn T-shirt en haren. Achter op het toneel doet saxofonist Teis Ortved een ademsessie via zijn saxofoon. Dorph haakt aan. In en uit, in en uit; behoorlijk synchroon en steeds harder. Twee lichamen worden één adem. Daar zit meteen de meeste pit van de performance. Dorph heeft nauwelijks iets nodig om een hele omgeving op te roepen. Hij zakt naar de grond, als een katje, of toch eerder een wolf, en verkent alle hoeken van de ruimte. Zijn gehuil wordt wolvengejank; Ortved antwoordt met steeds feller saxofoon-spel.

Solar is opgebouwd in drie delen: the Forest, the City, the Ocean; woorden die in licht oude vloer worden geprojecteerd. Ieder hoofdstuk heeft een eigen muzikale atmosfeer. Vooral het bos werkt goed. Dorph vertelt over de bomen, de aarde, zijn kloppende hart en hoe hij dat terughoort in het ritme van de natuur. Hij refereert naar prehistorische tijden, een wereld die ongemerkt verschuift naar een anekdote over een hostel in het heden, waar hij de eerste bezoeker van het seizoen is. Zijn tekst is vaak vreemd en associatief, alsof hij de woorden ter plekke improviseert.
Door die associatieve woordenstroom houdt Solar de aandacht jammer genoeg niet overal vast. Vooral in hoofdstuk the City wordt het woest aaneenrijgen van zinnen een soort ADHD-waterval. Dorph raakt zichzelf volledig kwijt in een Tarantino-achtig verhaal vol bloed en pistoolschoten, een soort uit de hand gelopen jongensfantasie. Waar dat verhaal vandaan komt en naartoe wil, is volledig onduidelijk. Energiek, dat is het zeker, maar ook nogal ongericht. Er valt van alles in te lezen, maar de performance werkt die associaties nauwelijks uit. Soms voelt het alsof de makers erop vertrouwen dat de toeschouwer zelf de gaten dicht.
Solar is niet overal even helder. Maar wanneer lichaam, saxofoon en het licht samenvallen, ontstaat iets vreemds en elektrisch. Op zijn best is de voorstelling een fysieke zoektocht naar iets oerouds, iets buiten onszelf. Op zijn zwakst wordt die zoektocht een dwaaltocht. Al blijft er onder de oppervlakte altijd iets gloeien.
Foto’s: Annelies Verhelst











