De boekbewerking Shy, over een jongen die worstelt met onbeheersbare geweldsuitbarstingen, blinkt uit in de hypnotiserende samenkomst van muziek, spel en lichtontwerp.

Plotseling staat hij recht naast ons. De jongen die zojuist nog lekker aan het dansen was op de speelvloer, blijkt tijdens een korte blackout de tribune te zijn opgerend en staart ons enigszins intimiderend aan. Vorsend, op zijn hoede, maar vol bravoure tegelijkertijd. Een typische stoere jongen, geharnast, maar in de kern op zoek naar erkenning, zoals wij allemaal.

Het eerste dat opvalt aan Shy, een nieuwe boekbewerking van Blauwdruk en TAR, is de hoofdrol van Romijn Scholten. De acteur staat bekend om zijn kwetsbaarheid: zijn beroemdste theaterrol is waarschijnlijk zijn co-vertolking van het titelpersonage van Weg met Eddy Bellegueule (2020), waarvoor hij een gezamenlijke Louis d’Or-nominatie ontving.

In Shy laat hij zich echter van een tegenovergestelde kant zien: hij is honderd procent geloofwaardig als jonge delinquent, die in een internaat voor jongeren met gedragsproblemen zit opgesloten. Het is prachtig hoe hij steeds onder de harde buitenkant nog een diep verborgen kern van hunkering laat doorschemeren.

Het andere hoogtepunt van Shy is de samensmelting tussen spel, muziek en licht. DJ en percussionist Michael Wanga heeft geen tekst, maar is een volwaardige tegenspeler van Scholten: zijn opzwepende drum-and-bass-beats en hypnotiserende soundscapes vormen een constante illustratie van Shy’s binnenwereld. De camaraderie tussen Wanga en Scholten is bovendien ontroerend; in een wereld die hem grotendeels heeft uitgekotst vindt Shy ten minste nog troost bij zijn onzichtbare vriend. Het decor- en lichtontwerp van Julian Maiwald vormt een naadloos geheel met de twee performers: het spel met licht en duisternis volgt perfect de uitersten van Shy’s emotionele palet.

Jammer genoeg is de tekst waarop de voorstelling rust van minder hoge kwaliteit. In hun bewerking van de roman van Max Porter slagen Scholten en co-auteur Jacob Derwig er onvoldoende in om door te dringen tot de diepere lagen van het personage. Hun script blijft te lang steken bij de buitenkant van het personage, zijn worsteling met zichzelf krijgt tot aan het slot te weinig ruimte.

In individuele scènes komt het kernconflict sterk tot zijn recht: als Shy met zijn moeder aan de telefoon de hele tijd heen en weer beweegt tussen haar de huid vol schelden en om liefde vragen, en als hij een liefdevolle vrijpartij met een crush navertelt die gruwelijk uit de hand loopt. Maar te vaak luisteren we naar teksten die herhalen wat we al over het personage weten, of volgt er in de eindregie van Lynn Schutter weer een dansscène waarin Shy alles eruitgooit. Er had makkelijk een half uur van de voorstelling afgekund om de emotionele lijn compacter en daarmee sterker te maken.

Gelukkig valt alles in de slotscènes op zijn plaats. Wat in eerste instantie een te schematisch crescendo lijkt, van het emotionele dieptepunt van het personage naar een onvermijdelijke psychologische doorbraak, wordt opgetild door de introductie van een magisch-realistisch element. De connectie tussen Shy en een evenzeer getroebleerd meisje dat twintig jaar eerder leefde, is buitengewoon ontroerend en biedt een hoopvol slot aan de voorstelling, zonder dat Shy daarmee meteen van al zijn problemen is verlost.

Maar wat beklijft is vooral de formidabele acteerprestatie van Scholten. Zelfs in de wat repetitieve passages houdt hij je aan zijn personage gekluisterd; hij is gevaarlijk en ontwapenend, een man en een jochie, verlangend naar liefde maar verslaafd aan zelfsabotage. Shy werkt vooral omdat Scholten zijn personage nooit tot ofwel een onbegrepen teddybeer ofwel een gewelddadig monster reduceert: juist door hem niet sympathieker te maken dan hij is, wordt de voorstelling een overtuigend pleidooi voor medemenselijkheid.

Foto’s: Tibor Dieters