Niet alleen Oceanië staat in deze editie van het Holland Dance Festival in de schijnwerpers, ook de Latijnse cultuur is ruim vertegenwoordigd, met hedendaagse flamenco uit Spanje, twee shows uit Brazilië en een voorstelling uit Cuba. Die laatste is van een gezelschap dat, na optredens in twee eerdere festivaledities, in Den Haag inmiddels een oude bekende is: DanzAbierta uit Havana.

Dans floreert in Cuba, maar voor de hedendaagse dans ligt dat een tikkeltje ingewikkelder. Toch lukt het DanzAbierta experimentele producties (alles relatief natuurlijk) uit te brengen die ook een ‘instappubliek’ niet zullen afschrikken: fris en energiek, zonder in Latijnse cliché’s te vervallen.

Overigens draait het in Showroom precies om die Latijnse cliché’s van immer vrolijke, danslustige, heupdraaiende, bil- en schouderschuddende vrouwen en gelikt uitziende machomannen die onvermoeibaar dansen op ritmische muziek. Dat is het beeld dat wij van Zuid-Amerikanen hebben en dat zij ook graag van zichzelf presenteren.

Choreografe Susana Pous gaat in Showroom op zoek naar de mannen en vrouwen achter die stralende glimlach, die stomende sensualiteit. Ze voert de zes dansers op in witte showkostuums en laat hen de dansjes doen die we kennen van het Zuid-Amerikaanse carnaval: kleine snelle pasjes, verleidelijk slingerende torso’s en elegant golvende armen. Samba! Maar Pous, op het idee gekomen tijdens een bezoek aan een ‘typisch’ Cubaanse dansshow, laat ook de wereld achter het glittergordijn zien, waar niet alleen de kostuums worden afgeworpen, maar ook de bijbehorende levenslust en feestelijke sfeer. In vleeskleurig ondergoed tonen de dansers ‘a-typische’ emoties als irritatie en onvrede in duetten waarvan vooral de acrobatische lifts opvallen. Telkens als ze hun kostuums en hoofdtooien weer opzetten, gaat hun gezicht automatisch in de vereiste euforische plooi.

Alleen voor de ster van de show lijkt de grens tussen voor en achter het gordijn nu en dan enigszins onduidelijk. In elk geval zit haar glimlach muurvast tussen de oren gebeiteld.

Tijdens de voorstelling van een klein uur stappen de dansers diverse malen heen en weer tussen hun twee werelden; in één aardige, zij het voorspelbare scène, worden de twee kanten van de performers getoond door achter elke gekostumeerde danser een alter-ego-in-ondergoed te plaatsen. Jammer genoeg komen de transformaties grotendeels op hetzelfde neer en blijven verrassingen, wendingen, scherpe satire of überhaupt een echte ontwikkeling uit, terwijl het personage van de ster toch genoeg mogelijkheden in zich draagt.  De door Pous beloofde diepgang (‘Mensen vermoeden vaak dat achter alle glitter en glamour van zo’n show enkel oppervlakkigheid schuilt, maar niets is minder waar,’ citeert de programmatoelichting) blijft uit. Daardoor begint de voorstelling zich al vrij snel moeizaam voort te slepen en ondanks alle Latijnse energie raakt de theatrale fut er uit.