Een overweldigende mars van ongeveer twintig dansers schuift zijwaarts het podium op. Handen op heuphoogte, de de knie wordt met elke schuif met een schok opgeheven, als een mechanisch linedancepasje. Als een leger marcheren ze dwars door alle eenlingen en duo’s, die plaats moeten maken. Dit fragment uit Too Wonderful van choreograaf Amos Ben-Tal toont hoe een groot podium met zoveel dansers een choreografie kan verrijken.

De choreografie is onderdeel van het programma Shortcuts XL van Nederlands Dans Theater en Korzo. In dat programma krijgen vier choreografen die normaal gesproken werk voor het vlakkevloercircuit creëren, de kans om een choreografie klaar te stomen voor de grote zaal. Dit jaar zijn dat Amos Ben-Tal, Fernando Hernando Magadan, Peter Chu en Dimo Milev.

Vorig jaar organiseerde Nederlands Dans Theater en Korzo Shortcuts XL voor het eerst. Opvallend is dat er onder de zeven choreografen die dit tijdens een van deze edities mochten doen, maar een vrouw is, namelijk Lesley Telford, die vorig jaar een choreografie bracht. Hoe komt dat? Dat vrouwelijke talenten uitgeput zijn in de danswereld geloof ik niet.

Aan de getoonde choreografieën kan misschien nog wat geschaafd worden, maar maakt dat ze zeker niet minder interessant om naar te kijken. Magadan brengt een verkorte versie van Bending The Walls, die eerder dit jaar in première ging en waar al een recensie over verscheen op Theaterkrant.nl. Een voorstelling waarin zeven dansers spelen met het concept van de muur, en in mooi opgebouwde composities muurtjes opbouwen, ertegenaan slaan, verliezen en verder strijden.

Paper cuts in an empty bag van Chu is het meest verrassende stuk van de avond. In een landschap van bruine rotsen, dat bij nader inzien niet zo zwaar is als het lijkt en geheel uit papieren zakken bestaat, schaatsen twee dansers tussen het papier door. Grappig is de paspoppenscène, waarin twee dansers worden aangekleed met papieren zakken. Wanneer twee papieren zakken over het hoofd worden getrokken en de ontwerpster zelf de lachende gezichten erop tekent, blijkt ook de tragiek van eenzaamheid en leegte van zo’n projectie. Synchrone bewegingsfrases met lange benen, uitgevoerd naast de papieren chaos, onderbreken die inhoud en zijn eigenlijk onnodig. Wel bijzonder is wanneer de vier danseressen steeds strijdvaardiger op het geluid van houtjes die tegen elkaar klappen zoekend en strijdvaardig het podium over reizen, de benen gebogen en de handen zwaaiend voor de ogen.

Tot slot volgen nog twee korte choreografieën van Milev en Ben-Tal. Milev brengt samen met Tamako Akiyama het vloeiende, organische duet Aimless. Synchroon zwieren ze over de gehele oppervlakte van het podium, opgaand in elkaar. Dan weer hoger, dan weer lager, maar altijd doorgaand, altijd gefocust op elkaar. Een ritimische wals van opgaan en ondergaan, elkaar rondzwieren en loslaten, om even snel weer terug te komen. Het duet heeft iets meditatiefs en transcendentaals door de vloeiende, schijnbaar moeiteloze manier waarop Milev en Akiyama samenwerken. Prachtig om naar te kijken.

Ben-Tal brengt een herbewerking van Too Wonderful. Een robotstem die uit het niets lijkt te komen draagt gedichten voor. ‘I like to watch emotions. It’s wonderful’, zegt ze. En: ‘I have sex with the light on. It’s wonderful’. Onder de paradox van die zinnen schuift iedere keer weer een wisselende groep dansers het podium op met dat mechanische linedancepasje, wat een fijne cadans heeft. Pas tegen het einde wordt die beweging verder uitgewerkt en de mogelijkheden verder verkend, een moment dat wat mij betreft al eerder had mogen komen.

Alle choreografieën vormen een mooie aanzet voor meer verdieping, en wat zou het tof zijn als sommigen verder uitgewerkt zouden kunnen worden bij het Nederlands Dans Theater.

Foto: Sacha Grootjans