Een man is compleet op zichzelf teruggeworpen in Pushing Waves, van choreograaf Jasper van Luijk. En in Transcendance van Ruben Chi gaat een sjamaanachtige figuur de dialoog aan met artificieel gemanipuleerde beelden. Samen vormen de twee zeer verschillende danssolo’s het programma Sensing Bodies.

‘Hello darkness!’ Zo begroet danser Niek Wagenaar de duistere wereld waar hij zich in Pushing Waves bevindt. Licht komt hier alleen binnen via de zwarte koepel die boven het podium hangt. Het ene moment ligt Wagenaar languit onder de verlichte ring, als onder een sinistere zonnebank. Op andere momenten hangt de stolp hoger, soms licht gekanteld zodat de lichtbaan van een spot via de reflecterende binnenkant kan afbuigen naar de op zichzelf teruggeworpen man.

Met dit heldere ontwerp creëert lichtontwerper en scenograaf Loes Schakenbos een plek waarin de man compleet geïsoleerd lijkt van de wereld. Choreograaf Jasper van Luijk omschrijft deze plek als een put. Zoals ik ernaar keek, zou die put zich heel goed op een andere planeet kunnen bevinden. Dat sciencefictionachtige gevoel wordt versterkt door de filmische soundtrack die Tom van Wee ter plaatse creëert, in interactie met de danser. 

Achteraf zou je de dynamiek van de voorstelling kunnen omschrijven als een afwisseling van verstilde en uitgelaten momenten. Maar terwijl je zit te kijken, valt nauwelijks aan te geven op welke momenten kalm en berustend overgaan in actie en reuring. Het organische samenvloeien van licht, geluid en muziek en beweging creëert een fysieke stream of consciousness, waarin ook je besef van tijd fluctueert.

Een belangrijke rol bij het creëren van deze ervaring is natuurlijk weggelegd voor danser en co-creator Wagenaar, die danst met de vrijheid van iemand die zich compleet onbespied voelt. Op vloeiende wijze laat hij een reeks grillige bewegingsimpulsen in elkaar overlopen.

De danser, die eerder verbonden was aan het gezelschap van Hofesh Schechter en die nu zijn eigen collectief Nymphs bestiert, is een magnetische podiumpersoonlijkheid. Niet alleen trekt hij al het licht uit de koepel naar zich toe, ook het oog van de(ze) kijker wil hem niet loslaten. Een deel van de voorstellingen zal gedanst worden door een andere co-creator, Oscar Magnusson. Dat moet haast wel een heel andere kijkervaring opleveren.

Volle overgave
In Pushing Waves versterken scenografie, soundscape en choreografie elkaar op meeslepende wijze. Dat gevoel blijft helaas uit bij Transcendance. Aan danser en medechoreograaf Ibrah Silas Jackson ligt dat zeker niet, want hij staat zichtbaar met volle overgave te dansen. Zelfs bij het incasseren van het slotapplaus lijkt hij nog in de trance van de voorstelling te zitten.

Met een springerige hoofdtooi die lijkt te zijn samengesteld uit chips, transistors en andere elektronische componenten, doet Jackson denken aan een sjamaan. Met tribaal geïnspireerde gebaren en moves lijkt hij aanvankelijk de visuals op te roepen die te zien zijn op zes schermen die het toneelbeeld overheersen. Later maakt hij met afwerende bewegingen de indruk zich bedreigd te voelen door de drukke beeldenbrij.

Nog weer later gaat hij de dialoog aan met een computergegenereerde dansfiguur die dezelfde bewegingen maakt. Volgens de toelichting danst Jackson hier met ‘een digitale, door AI geoptimaliseerde versie van zichzelf’. Ik ben echter van mening dat de danser van vlees en bloed de optimale versie is, terwijl het digitaal meedeinende silhouet op zijn best een fletse echo is. Niet alleen vind ik de visuals weinig toevoegen, ik vind ze af en toe zelfs hinderlijk afleiden van datgene wat er in levenden lijve op het podium gebeurt.

Foto: Sjoerd Derine