Met dreigende zuchtklanken en piepende fluiten, blaast muziekcollectief Black Pencil meteen een storm over de speelvloer. Prachtig dissonante klanken worden uit een accordeon geperst, strijkende wind voert weg uit de klankkast van een viool. Janna en haar ouders moeten halsoverkop huis en haard verlaten, het zoute water staat op het punt om Schokland te verzwelgen. Het voormalige eiland staat centraal in de muzikale vertelvoorstelling Schokgolf, die zondagmiddag in première ging in de voormalige Zuiderzee: de Kunstlinie in Almere, om precies te zijn.

Maar als Janna (Yara Alink), met alleen een verhuisdoos en de kleren die ze aanheeft in een boot, ontdekt dat ze haar knuffel Marietje niet meegenomen heeft, springt ze zonder nadenken overboord. Vastbesloten haar konijn terug te vinden (of haar verleden niet zonder slag of stoot achter te laten) keert ze terug naar de losse planken die ze ooit thuis noemde. Daar vindt ze wel een honkvaste, blauwe houtworm, die zich tegoed doet aan wat ooit hun eettafel was. Maar geen konijn.

Schokgolf is een prozaïsche monoloog, geschreven door regisseur Annechien Koerselman, die Janna langs aalgladde zeewezens en koloniserende katten, via een diepe put haar toekomst (en ons heden) in voert: waar het riet van Schokland een uitgerekt laag grasland is, en het zoute water in geen velden of wegen te bekennen is – in tegenstelling tot die velden en wegen zelf dus.

De grote kracht van deze kleine, drie kwartier durende voorstelling zit in de wisselwerking tussen het heldere, aardse spel van Alink en de vijf muzikanten op de speelvloer. Haar ouders – droevig-gelaten op de boot – worden verklankt in troostrijk vioolgestrijk en diepe vertrouwde tonen uit de accordeon. Janna’s innerlijke onrust deint door in nerveuze percussie.

Het verhaaltje blijft daarbij wat inwisselbaar, de zoektocht naar het konijn voelt bijzaak. Daardoor kabbelt Schokgolf, al is dat op prettige wijze, rustig naar een voorspelbaar einde. Koerselman laat Alink soms te veel uitbeelden en dat slaat de fantasie plat: dan zien we haar bijvoorbeeld eindeloos rondjes rennen over de speelvloer als ze op zoek is naar haar knuffel. Ze mag op dat soort momenten meer vertrouwen op de kracht van muziek en haar technisch sterke speler (Alink kan bogen op haar sterke mimiek, waarmee ze loepzuiver emoties kan overbrengen en moeiteloos schakelt tussen personages).

Want daarmee worden hele werelden opgeroepen: van een vissendans in een mysterieuze onderwaterwereld tot het deftige burgemeestersdorp Middelbuurt, waar statige orgelachtige klanken uit de accordeon de dure huizen en grote kerken op het netvlies roepen. Ik ben ervan overtuigd dat de zesplussers in de zaal zich middenin, op en onder Schokland hebben gewaand, en daar levendige beelden bij hebben gevormd.

Foto’s: Claudia Hansen