Tijdens Kerst 1894 verging op de Zuiderzee een schip en alleen schipper Hendrik Jaspers overleefde de ramp. Zijn vrouw, zoontje en oude vader verdronken en spoelden een voor een aan op land. Op Schokland dus, in die tijd nog een eiland in de Zuiderzee. Intussen is Schokland in de Noordoostpolder al een flink aantal jaren de locatie van de zomervoorstellingen van Compagnie Dakar, het groepje rond regisseur Guido Kleene. De ene keer spelen ze daar een vrije bewerking van Tsjechov, dan weer een historisch verhaal.

Dat laatste is het geval in de nieuwe voorstelling Schipbreuk op Schokland, waarin het op ware feiten gebaseerde verhaal van de onfortuinlijke drenkelingen uitgangspunt is. Maar vandaaruit zijn de makers breed uitgewaaierd naar een veel algemener onderwerp, namelijk de vluchtelingencrisis van vandaag. Op vele zeeën wereldwijd verdrinken elke dag mensen op de vlucht voor oorlog en geweld; soms worden ze gered, vaker aan hun lot overgelaten. Dat laatste gebeurde ook met de familie Jaspers: een langsvarende schipper deed niets om de opvarenden te redden. Het leidde zelfs tot een rechtszaak waarbij de schipper die doorvoer zes weken gevangenisstraf kreeg.

Schipbreuk op Schokland bestaat uit drie delen, die het publiek al wandelend van plek naar plek kan zien. In het eerste deel gaat het over de ramp van toen en de rechtszaak; deel twee speelt zich af te midden van een aantal gigantische blauwe zeecontainers. In een lange, bezwerende monoloog horen we het relaas van de kapitein van het containerschip die een rubberbootje met vluchtelingen ziet, maar niets doet om ze te redden. Met als resultaat gewetenswroeging en een schuldcomplex.

In het slotdeel volgt dan een soort apotheose waarin we in het heden zijn: er is een inzamelingsactie gehouden voor een kunstwerk ter herdenking van de slachtoffers uit 1894. De plechtige bekendmaking daarvan maken wij live mee, maar ze verzandt in een discussie over wie er nou herdacht moet worden: de drie slachtoffers van toen, of die vele miljoenen van nu.

Door de hele voorstelling heen sluimert de vraag wie de held is, en wie de dader. Dat klinkt ernstig allemaal, maar als altijd weet Compagnie Dakar behoorlijk wat humor en lichtheid in de voorstelling te brengen. Soms zelfs iets te veel, zoals in de kluchtige rechtbankscène; maar vaak ook erg grappig en gevat.

Vooral in het slotdeel gaan de acteurs helemaal los, met een supergrappige Tijn Panis als voorzitter van het feestcomité, en verrukkelijk komediespel van alle anderen. Waarbij nestor Hans Man in ’t Veld de harten van het publiek steelt, met zijn knappe rol van ietwat dementerende vader. Mooie weemoedige trompetmuziek ook van Timo Dries, die trouwens opvalt door eigenzinnig naturel spel. Guido Kleene – hij schreef samen met Roel Meijvis de tekst – heeft in zijn regie dit drieluik soepel aan elkaar gelast, waarbij hij de schoonheid van het landschap volledig heeft benut.

‘Niets verdwijnt, het wordt alleen onzichtbaar’, horen we aan het eind. Zo ook de zon, die tijdens het warme slotapplaus knalrood onderging.

Foto: Ben van Duin