Midden op de vlakke vloer staat een ouderwets houten wc-huisje. Een hokje van een meter bij een meter, voorzien van een deur waaruit het traditionele wc-hartje is gezaagd. Met dit toneelbeeld maakt Mouna Laroussi meteen de rode draad in Schijtziek duidelijk: drie jaar lang maakte een ernstige darmziekte haar het leven onmogelijk. Nu de kwaal onder controle is, danst, praat, lacht, schreeuwt ze het uit in deze innemende en overtuigende solovoorstelling.

Mouna Laroussi is choreograaf, danseres, tekstschrijver, actrice, theaterproducent en de drijvende kracht achter de producties van de Stichting Mouna Mix. Ze is de dochter van een Nederlandse moeder en een Marokkaanse vader. Die biculturele achtergrond komt geregeld terug in haar werk. Zo ook in de zeer persoonlijke voorstelling Schijtziek, de openingsvoorstelling van het Nieuwe Makers Festival RRReuring, dat tot en met 10 februari in Podium Mozaïek staat.

Laroussi is een alleskunner. Doorgaans werkt ze in ensembles, maar nu staat ze in haar eentje op het podium. Het verhaal van haar ziekte is vreselijk, maar ze brengt het met veel humor. In regie van Titus Tiel Groenestege is ze een overtuigende en geestige comédienne die haar zelfgeschreven teksten zowel pijnlijk als komisch laat klinken. Veel sketches hangen tussen mime en dans. Haar dans is rauw, aards en tegelijkertijd swingend.

Drie jaar leed Laroussi aan de ernstige darmziekte colitis ulcerosa. Een kwaal die de patiënt altijd en overal plotseling de wc laat opzoeken en zo een normaal leven onmogelijk maakt. In Schijtziek vertelt ze erover. Laroussi onderging ingrijpende operaties, waardoor ze nu weer kan functioneren. Ze vermengt dat relaas met zowel hilarische als schrijnende sketches en dansen over de multiculturele samenleving.

En haar voorstelling knalt erin. In het openingsbeeld geeft ze in een repeterende dans vorm aan de gekmakende pijnen die haar kwaal haar bezorgt en die haar keer op keer het houten wc-huisje doen opzoeken. De ziekte overschreeuwt het dagelijks leven, is de boodschap: waar ze ook is, met wie dan ook, altijd moet ze gesprek en bezigheden onderbreken om naar de wc te gaan. Ze doet dat krimpend van pijn, maar ook uitbundig en virtuoos dansend.

Het verhaal van haar ziekte vormt de rode draad in een maatschappijkritische voorstelling over de multiculturele samenleving en dan in het bijzonder de verbinding enerzijds en het onbegrip anderzijds tussen Nederlanders en Marokkanen. Laroussi stelt discriminatie aan de kaak, vooroordelen, tolerantie, (het gebrek aan) zelfkritiek van Marokkanen en Nederlanders. Marokkanen begrijpen Nederlanders niet en vice versa. ‘Je weet hoe het gaat: het begint met een hoofddoek en het eindigt met een brievenbus’: zo verwoordt ze de voorbarige Nederlandse angst voor de nikab. En moslims discrimineren onderling ook, laat Laroussi zien in een geestige sketch als Marokkaanse man met mutsje en snor, die een denkbeeldige jonge moslim de maat neemt om te zien of hij wel serieus gelovig is.

IJzersterk is Laroussi wanneer ze in een razend tempo reeksen typetjes achter elkaar neerzet, allen voorzien van een eigen stemmetje, accent en pose.  Ze beheerst elk accent van bekakt Nederlands tot Marokkaanse straattaal. Prachtig is het gemimede ‘gevecht’ dat ze heeft met een denkbeeldige Marokkaanse jongen. Die onzichtbare jongen houdt ze in bedwang, ook wanneer hij zich aan haar greep probeert te ontworstelen.

Het enige wat haar niet best afgaat is zingen. En al met al is Schijtziek een beetje aan de lange kant: het laatste stuk voegt niet meer echt iets toe. Dat laat onverlet dat dit een overtuigende en geestige voorstelling is.

Foto: Moon Saris