‘Thoby or not Thoby’, that’s the question die gesteld wordt in de Venetiaanse gaanderijen te Oostende, op de eerste dag van het Belgische festival Theater Aan Zee. De hittegolf zindert nog na, de meeuwen schreeuwen boven de voorstelling uit en acteur Thoby Everaert schittert zowel als zichzelf als in een van de titelrollen van Romeo & Julia, een coproductie van Comp. Marius en Het Scheldeoffensief.

Romeo & Julia is een typische Comp. Marius-voorstelling: een klassieke tekst met een absurd sausje eroverheen, gebracht in de openlucht, met het publiek op een propvolle tribune waarvoor zitkussentjes geen overbodige luxe zouden zijn. Voor deze productie sloeg de compagnie de handen ineen met Het Scheldeoffensief, een Antwerps theaterlabo voor (jong)volwassenen met en zonder een beperking. De verbindende factor tussen deze twee gezelschappen is acteur-theatermaker Frank Dierens, die zelf ook meerdere rollen op zich neemt tijdens deze voorstelling. Want behalve dat je Dierens misschien kent als acteur uit eerdere stukken van Comp. Marius, is hij ook artistiek coördinator van Het Scheldeoffensief, wat hij oprichtte voor zijn dochter Julia.

Een betere locatie dan de Venetiaanse gaanderijen was er in Oostende wellicht niet te vinden voor dit Italiaanse Shakespeare-verhaal. Vanuit de openluchttribune kijk je tegen de gevel aan van een classicistisch landhuis. Daardoor heeft de voorstelling aan slecht enkele zetstukken decor genoeg. Een oude zinken badkuip, enkele houten panelen met deuren erin en twee houten paarden op wieltjes vormen het begindecor van de voorstelling.

‘Onze Romeo zit weer te denken en te zuchten. Als hij een mes ziet, gaat hij vluchten.’ Het eerste wat opvalt wanneer de acteurs beginnen te spreken, is dat de tekstbewerking van Waas Gramser nog steeds volledig op rijm staat. Misschien was het gewoon artistiek een amusante keuze om te refereren aan het oude taalgebruik van Shakespeare, maar ook een slimme oplossing om het verschil tussen de beroepsacteurs van Comp. Marius en de acteurs van Het Scheldeoffensief wat kleiner te maken. De gekozen rijmwoorden lijken vaak eerder uitgekozen voor de grap dan voor hun inhoudelijke waarde, maar dat maakt het net zo amusant. De tekst is haast een lange aaneenschakeling van oneliners en punchlines. De keuze voor het spreken op rijm gaat hand in hand met een ietwat houterige speelstijl, maar ook dit draagt bij aan het humoristische metakarakter van de voorstelling.

De acteurs flirten bovendien volop met de vierde wand. Zo worden hoofdrolspelers Thoby Everaert (Romeo) en Alisha Vandevelde (Julia) – beiden hebben een neurologische beperking – in het midden van de voorstelling even bij hun echte naam genoemd en in de bloemetjes gezet voor hun prestatie. Voor collega-acteur Piet Van Hijfte, die de voorstelling speelt vanuit zijn rolstoel, wordt er ook meermaals applaus gevraagd, waardoor het publiek de acteur op den duur spontaan na iedere scène waarin hij als koning of pater Lorenzo optreedt met een applaus beloont.

Er wordt geen tijdsgeest op de voorstelling geplakt, maar de anachronismen ten opzichte van het originele verhaal vliegen je om de oren: van Aperol Spritz tot Limburgse vlaaien en zelfs een smartphone. Wat mij het langst zal bijblijven, is een muzikaal intermezzo met een Nederlandstalige versie van Taylor Swifts Love Story; misschien wel omdat zelfs ik (als zelfbenoemde Swiftie) pas tegen het refrein het originele lied wist te herkennen in het perfect georkestreerde, maar kattenvalse, gezang van de pasgehuwde Romeo, Julia en het achtergrondkoortje.

De keuze voor een diverse cast van acteurs met en zonder een beperking zorgt er ook voor dat het thema van het verhaal een actuele waarde heeft. Want net zoals Shakespeares Romeo en Julia in de 14e eeuw niet van elkaar mochten houden, zijn mensen met een beperking in de 21e eeuw nog altijd niet vrij om hun eigen amoureuze keuzes te maken. Het is verrassend en hartverwarmend om te zien dat ook de Romeo en Julia in dit stuk zowel een kus- als seksscène hebben. Met dit krachtige signaal wordt een ongemakkelijke vraag open en bloot op tafel gelegd: hoe autonoom kan/mag iedereen liefde ervaren, seksuele gevoelens hebben en daar ook naar handelen?

De boodschap van de voorstelling is duidelijk. Maar voor wie het toch niet helemaal zou doorhebben, staat hij ook nog eens uitgeschreven op een aantal posters die aan het decor hangen: ‘Waarom zoveel haat? Waarom zo weinig liefde?’. De voorstelling eindigt met een onverwacht toepasselijke remix van La Marseillaise en All you need is Love van The Beatles. Dat was een laatste keer gniffelen bij deze absolute aanrader.

Foto’s: Raymond Mallentjer