Vier vrouwen, één man, in zwarte broeken, glimmende donkere t-shirts. Ze bewegen hun lichamen ritmisch, soms langzaam alleen, soms snel synchroon, soms heftig, zelden zacht. Resonance van 20Hertz is een flitsende dansvoorstelling, zoals je die wel vaker ziet. (meer…)
Met drie voorstellingen waarin het geheugen een grote rol speelt, vangt Resonance van het Nederlands Dans Theater een van de kwetsbaarheden van ons mensen. Het verlangen om iets te vergeten of juist terug op te roepen wordt lang niet altijd ingelost.
We hebben eigenlijk niet onder controle wat we onthouden en wat wegzakt. De pijnlijkste dingen blijven iemand achtervolgen, terwijl het onmogelijk kan zijn om de lach van een geliefde terug te halen. Het laatste werk dat Jiří Kylián in 2009 maakte voor NDT, Mémoires d’Oubliettes, is opgebouwd uit dwalende blikken, buitelingen door de ruimte en zwemmende, worstelende of droomachtig uitvergrote ledematen.
Surimu Fukushi danst een prachtige solo, die net vertraagd ook te zien is als projectie op dat achterdoek. Zijn rug krult en kromt, zijn armen en benen leiden een eigen gekweld leven. Alsof hij in een vergeetput zit, valt er een regen aan blikjes over hem heen.
Er loopt verschillende keren een danser met een grote veger traag rond om een luid rammelende berg troep op te ruimen. Het is in deze geheugentrip alsof we in het brein van iemand zitten, waar opruimen nodig is om andere herinneringen puntgaaf te bewaren, en om verder te kunnen. Maar het is een onmogelijke taak. Er komt steeds weer luid rammelende oude meuk mee met de dans. Het achterdoek trekt opzij tot een diagonaal lijnenspel – alles raakt vervormd.
Emmitt Cawley staat met uitgestrekte armen links op de vloer. Alles aan hem staat stokstijf, behalve één gestrekte hand die met korte schokjes wappert. Het lijkt een vooruitwijzing naar het werk van Marco Goecke verderop in het programma. Zou die het moment gezien hebben, ooit, en kan die handbeweging bij hem een kiem zijn geweest voor de hyperprecieze dans van hooggespannen figuren die hij maakt?

Precisie is ook het kernwoord in Crystal Pite’s The Statement uit 2016. De soundtrack is een gejaagd gesprek tussen vier professionals in een bestuurskamer. Ze proberen een positieve spin te geven aan een escalerende situatie daarbuiten. Pite choreografeert de dansers op de woorden, nee, nog preciezer, op de lettergrepen en de komma’s en punten daartussen.
‘We were tasked with making this conflict. We were tasked’, klinkt een stem. Bij iedere klemtoon hoort een geste, een draaiing van het hoofd, een buiging van de torso. Het is geen playback, en het is meer dan alleen een illustratie bij de woorden. De dans maakt de energie zichtbaar die zich opbouwt in een lichaam onder stress, alsof je een doorsnee van de aarde maakt en onder de vulkaan de hele lavastroom ziet opborrelen.
De vier dansers springen vanuit stand op de tafel, en er even snel weer af. Ze staan achter de tafel, buigen voorover en laten hun hoofd met elke ritmische taaleenheid naar links en rechts rollen en stuiteren op het tafelblad. Wat is het spreektempo hoog op momenten van paniek. Wat gebeurt er in het lichaam veel terwijl de spreker probeert haar stem niet te verheffen.

Waar blijft al die stress? We slaan het op in het lichaam en nemen die mee het verkeer in, gesprekken met vrienden in, woonkamers, wachtkamers en volle treinstellen in. In het slotdeel zie ik dat terug in Marco Goeckes Woke Up Blind uit 2016. Hier is het geheugen geen dromerige plek, zoals bij Kylián. In Goeckes danstaal zindert het spiergeheugen in elke beweging – alle pijn en plezier van eerder komt tegelijk naar buiten met elke nieuwe stap of draai.
Daarmee is het dé taal van de jachtige tijden waarin we leven, hier met dansers die als stripfiguren met breed gedragen schouders en stramme benen vlug-vlug op komen stappen, foeterend en stoom afblazend. Het tempo waarmee ze hun onderarmen van glashelder gebaar naar glashelder gebaar laten vliegen is evenredig hoog aan de intensiteit van hun aanwezigheid.
Op de uitgestrekte vocalen van Jeff Buckley, die fleemt en fluistert, gromt en gilt en zijn gitaar intens laat krassen, zoeken deze vijf mannen en twee vrouwen elkaar op voor korte interacties, dan moeten ze weer door. Van hun beide voeten blijft er altijd één op de vloer. Niemand vliegt in deze wereld. Niemand helpt een ander vliegen. Iedereen beukt zich een weg vooruit door de tijd. Geen herinnering en geen vergeten.
Foto’s: Joris-Jan Bos en Rahi Rezvani












