Hoe hou je de moraal in de loopgraaf een beetje op peil, de thuisblijvers betrokken bij het oorlogsfront, en win je ondertussen nieuwe zieltjes voor defensie? Bijvoorbeeld met een vrolijke live-radioshow vol jingles, rubriekjes, snedige woordgrapjes en mooie prijzen. Radio Apocalyps begint als een snedige satire over oorlogspropaganda, maar wordt gaandeweg echt grimmig.

Het is ‘dikke vette butsende oorlog’, juicht de opruiende presentator Sammy (Dinda Provily) door de microfoon. ‘Nederland gaat eraan en wij zijn daar live bij!’ Voor de gelegenheid verruilde ze haar slaapkamer voor het Paradeterrein, voor een uitzending met (wijn drinkend) live-publiek. ‘Met dit cluppie gaan wij de oorlog winnen.’

Sammy steekt haar missie niet onder stoelen of banken, en verpakt dat ruimhartig in niksige oneliners: ‘Alleen als alle neuzen dezelfde kant op staan, maken wij een schijn van kans.’ Maar eerst: wie raadt ‘het klankje?’ Is het een bromvlieg rondom een wegrottend karkas, een mitrailleur, of misschien toch een heupflacon die vermorzeld wordt door een tank?

Sammy verzamelt ondertussen lukraak angst, geweld en woede, en vormt dat om tot een pleidooi voor (werken bij) defensie. Generaal Guus de Boer krijgt ruim baan om collectieve angst te voeden (‘De vijand wil totale, volledige vernietiging.’) en ons eigen land te prijzen. De twijfels van een inbeller worden met behulp van een lachband geridiculiseerd, terwijl het leed van ‘onze soldaten’ met veel sentiment en melodrama wordt verheerlijkt. Heel naar wordt het vervolgens tijdens een ‘rondje inbellen’ bij het front. Af en toe wendt Sammy zich tot het publiek met confronterende vragen: wie denkt over een baan als reservist, wie omschrijft zichzelf als pacifist? Het doorgaans zo mondige Paradepubliek houdt zich opvallend koest.

Auteurs Max Wind (die ook regisseerde) en Joeri Heegstra hebben zich voor deze sterke Parade-voorstelling het radio-format goed eigen gemaakt. Binnen die kaders vinden ze ruimte voor (wrange) humor en indringend zelfonderzoek. Dinda Provily speelt alle rollen: van een standvastige Brabantse generaal, een zenuwachtige nieuwslezer, alle live-inbellers én natuurlijk de radiohost zelf.

Los van de ambachtelijke prestatie van deze vele, snelle transformaties, is dat ook inhoudelijk veelzeggend: deze hele gesuggereerde oorlog wordt opgetuigd door één iemand, die bovendien – zo blijkt ook in de slotscène – inventief genoeg is om de werkelijkheid naar haar eigen hand te zetten. In de laatste glimp van de voorstelling krijgt deze Sammy van Provily ook ineens iets heel kwetsbaars en verdrietigs: waarschijnlijk is ze vooral doodsbang, en is dit voor haar een manier om die angst enigszins te beteugelen. Maar daarmee richt ze wel schade aan.

Zo gaat Radio Apocalyps vooral over iemand die aan de haal gaat met haar angst, misschien niet eens bewust, misschien ook wel, hoe dan ook: het is in tijden van oorlog(sdreiging) goed je te realiseren dat bepaalde retoriek voortkomt uit bepaalde agenda’s.

En wie daar geen zin in heeft kan altijd nog raden wat ‘het klankje’ is. Want, oorlog of niet, wie wil er nu geen gratis airfryer?

Foto: Jan Dirk van de Burg