Haalt de ene clown een spiegel op voor de andere clown. Er klinkt vanachter een stuk zeildoek oorverdovend geraas en gerinkel. Wat gebeurt, laat zich raden. En waarom had die ene clown een spiegel nodig? Hij moet zijn zieke broer vervangen en wil toneelspel oefenen in de spiegel. (meer…)
Elf jaar nu spelen vier acteurs de clownsvoorstelling Pointless International. De spelers zijn verbonden aan Maatschappij Discordia en ’t Barre Land. Nu is er de ultieme Pointless International met een keuze uit de 54 acts die ze in de loop van de tijd hebben ontwikkeld: in 2014, 2017, 2018 en 2023.
Net als in de laatste, Point of No Return, is de chaos compleet, de clowneske vrolijkheid hilarisch en lijkt het alsof de spelers ongeleide projectielen zijn. Maar elke handeling is overwogen. Ook nu zijn staan op de bühne Jorn Heijdenrijk als Coco, Matthias de Koning als Buster, Vincent van den Berg als Joey en Czeslaw de Wijs in de rol van toneelmeester alias manusje-van-alles Sugar. Singer-songwriter Stan Vreeken heet Laurel en begeleidt de clowns op gitaar met fraaie, Amerikaanse luisterliedjes.
Plaats van handeling is Theater de Richel, het vroegere Betty Asfalt Complex, dat nu bespeeld en beheerd wordt door de Theatertroep. Voor de clowns een ideale speelruimte: lekker klein dus moeten de acteurs zich op de overvolle speelvloer een weg zien te zoeken. Hun taal is een soort potjes-Engels dat ze uitspreken met brekende tongval. Ze noemen hun acts ‘gegarandeerd overbodig en wezenlijk’, ofwel ‘unnecessary and essential’.
Het falen is cruciaal onderdeel van elke clownsact. Er zitten tal van briljante vondsten in deze voorstelling, die begint met een omstandige uitleg van Buster, die het heeft over een nicht van een zuster van de tante van zijn moeder (of zoiets) die een broer heeft met een brillenwinkel in Den Briel, en die winkel heet In den hond. Waarom is dat zo? Buster gaat in de winkel zijn gelijk halen… en tsja, dan volgt er een schitterende clou.
Over het toneel loopt een wirwar aan touwen en katrollen waarmee, als op een volgetuigd schip, zeildoeken gehesen en gestreken kunnen worden, bij wijze van toneelgordijnen. De heren zien eruit als gesjeesde vaudevillespelers met kapotte bolhoeden op, wijde broeken met diepe zakken, hun colbertjasjes tot op de draad versleten. Telkens rolt de bolhoed van hun hoofd. Dan zet de ijzig-beheerste dramaturg annex toneelknecht De Wijs – de enige die geen tekst heeft – de hoed weer terug op een van de hoofden. Er zitten verwijzingen in naar Shakespeare en Beckett. Dat is voor de kenner verrukkelijk.
De rekwisieten spelen een essentiële rol. De ene keer raakt een clown erin verstrikt, de andere keer rommelen ze met koperen leidingen, totdat ze die als bij toverslag transformeren tot blaasinstrumenten. Schitterend is de champagne-act van Heijdenrijk (Coco) die drie dezelfde soorten als een heuse sommelier opent en proeft, nu ja, leeggiet in zijn keel.
Pure goochelarij hoort natuurlijk ook bij clown: Coco probeert zijn collega’s Buster en Joey ertoe te bewegen mee te werken aan de wisseltruc: eerst zit een aardappel in het doosje van de een en een sigaar in dat van een ander, en die voorwerpen wisselen dus van eigenaar. Hoe? Dat is pure magie.
Transformatie van voorwerpen is voortdurend aan de orde. Witte melk wordt zwart en weer wit. Vincent van den Berg halt een levensgevaarlijke truc uit door hoog in het theater te klimmen, om een stoel die aan het nok hangt naar beneden te halen.
Het is niet zomaar alles vrolijkheid wat de klok slaat. Tussen de clowns heerst soms ook onmin, maar dan omhelzen ze elkaar weer. Interessant is het besef dat ze eindeloos met elkaar optreden, elkaar tot in de perfectie kennen en ook verveeld kunnen zijn. Melancholie en een opgetogen monterheid liggen dicht bij elkaar.
Ook is er de perfecte interactie met de toeschouwer, bijvoorbeeld aan het slot, als zogenaamd alle verschillende acts in een fluwelen collectezak zitten, zoals gebruikt in kerken. Een van de toeschouwers mag de slotact bepalen door een papiertje eruit te halen. Wat blijkt nu…? Dat laat ik aan het publiek, ik zal geen enkele verrassing prijsgeven. Wel kan ik zeggen dat het falen van clownsacts de essentie is van die act. Dus, verder doordenkend komen we op de crux van Pointless International: falen is welslagen.
Deze ode aan de ouderwetse clownerie is superieur. Het is een genre dat nauwelijks nog te zien is en het verbluffende is dat je de trucs doorziet, maar de clowns zelf doen alsof alles puur en als vanzelfsprekend onder hun handen ontstaat. Inclusief de talloze mislukkingen. Struikelen bijvoorbeeld, of achterover vallen in de toneelgordijnen.
Terwijl het drietal Buster, Coco en Joey een ongelooflijke rommel maakt, ruimt Sugar alles op. Zo houden ze elkaar in balans, tussen puinhoop en orde, tussen gekte en ernst. En het is evenals Point of No Return opnieuw een puur geluk hiervan getuige te zijn.
Beeldo: Sofie Knijff












