In Plum Road Tea Dream kijk je als publiek naar iemand die onder begeleiding van een performer een videogame speelt. De neiging van die performer om de leiding over te nemen ondermijnt echter de kracht van zowel theater als games: de keuze- en interpretatievrijheid.

Games en theater hebben op het eerste gezicht weinig gemeen als kunstvorm. De een is traditioneel gezien een solo-ervaring, zoals het lezen van een boek; de ander heeft juist de collectieve ervaring met een publiek als sine qua non. De één vereist een actieve, fysieke bijdrage van de gebruiker; de ander is meestal eenrichtingsverkeer (afgezien van het effect dat gelach of andere publieksreacties op zowel de acteurs als op de kijkervaring kan hebben, natuurlijk).

Theatermaker, performer en ontwerper Samuel Baidoo stelde zichzelf dus voor een behoorlijke uitdaging toen hij met zijn project Plum Road Tea Dream mikte op een mengvorm van de twee disciplines (de videogame is ook los te downloaden en te spelen, maar deze recensie gaat over de theatervoorstelling). Hen pakt het aan door één persoon de game live op het podium te laten spelen, en het scherm te laten projecteren zodat het publiek de ervaring van de speler meekrijgt.

De uitverkorene (in ons geval met de spelersnaam The Lost Simic) wordt op het podium begeleid door performer Zindzi Tillot Owusu, die in de game als antiloop verschijnt, en als Vergilius-achtige gids fungeert. Zij geeft Simic hints over waar hij heen kan gaan en wat hij zoal in de game kan doen. Baidoo zelf zit aan de zijkant van het podium, waar hen een theeceremonie voorbereidt en bij tijd en wijlen een poëtische voice-over in de game uitspreekt.

De game zelf is een prachtig vormgegeven verzameling van omgevingen die de binnenwereld van Baidoo (die in de voorstelling S. wordt genoemd) representeren. De ruimtes, die veelal warmte en geborgenheid uitstralen (een bos, een tempel, een ruimte vol planten, een huisje aan het strand), voelen als safe spaces waar Baidoo met zijn demonen worstelt. Deze hebben vooral te maken met de homofobie en het racisme waarmee hij in zijn leven te maken heeft gekregen, zowel op persoonlijk niveau als wat hij in de wereld om zich heen ziet.

Het probleem met de voorstellingsvorm is echter dat er vanwege de gidsfunctie van Tillot Owusu te weinig vrijheid voor zowel kijker als speler overblijft. Plum road tea dream biedt als game veel ruimte aan de speler om rond te dwalen en de verschillende gebieden te ontdekken, maar in de voorstelling wordt de route grotendeels door de gids bepaald: zij duwt Simic beleefd steeds een bepaalde richting op. Ze heeft tevens de neiging de game wat te veel te duiden vanuit de bedoeling van de maker – ze legt uit dat de openingsomgeving is vormgegeven als een gedeconstrueerd theater, ze duidt een ruimte met kleurrijk glas-in-lood als een eerbetoon aan queerness – waardoor ook de interpretatievrijheid van het publiek wordt beperkt.

In één ruimte kan de avatar van Tillot Owusu niet mee, en die moet Simic dan ook in diens eentje ontdekken. Het maakt Plum Road Tea Dream meteen een betere voorstelling, omdat het publiek meteen meer betrokken raakt: we denken zelf mee over wat Simic zou moeten doen, en roepen suggesties naar het podium toe. De actieve bijdrage maakt dat de voorstelling heel even de kracht van beide kunstdisciplines weet te activeren: de collectieve live ervaring van theater, en de interactiviteit van games.

Het is ergens wel begrijpelijk dat Baidoo de performanceversie van Plum road tea dream zo strikt cureert: het project is een bijzonder kwetsbaar zelfportret, waarin de maker hun diepste angsten met het publiek deelt. Toch zou het project gebaat zijn bij wat minder controle van de maker en wat meer vertrouwen in de interpretatievaardigheden van de toeschouwers.

Foto: Illias Teirlinck