Het boekje ‘Meevallers’ in haar leven is klein en dun. Daarentegen is het exemplaar waarin haar ‘Tegenvallers’ staan opgeschreven dik, groot en zwart. Janneke de Bijl, debuterend op het grote cabaretpodium met Zonder zin kan het ook, weet niet zo goed wat ze met zichzelf en het aardse bestaan aan moet. (meer…)
Janneke de Bijl heeft het zorgelijke karakter van haar moeder in haar DNA zitten. Het motto van haar moeder is: Pluk de dag maar niet, want die groeit waarschijnlijk nooit meer aan. Van haar vader heeft ze de vrijheidsdrang meegekregen. Dat wil niet zeggen dat ze het liefst met een rugzakje de wereld rondzwerft, want haar leven draait toch om haar grootste passie: werken en nog eens werken. En als er vrije tijd dreigt, dan na filosofie nog maar aan een rechtenstudie beginnen.
Dat arbeidsethos bij de cabaretier heeft zeker geen calvinistische achtergrond, want van godsdienst moet ze niets hebben. Ze zou domweg niet weten wat ze anders met haar tijd tussen geboorte en dood moet doen. Op vakantie gaan levert alleen maar stress en zorgen op. Ze heeft een naam voor die ziekte bedacht: vertreksionisme.

Het zorgelijke straalt ook van haar gezicht af. In de opening van haar vierde programma laat De Bijl enkele foto’s zien van heugelijke gebeurtenissen uit haar jeugd, maar aan haar gezicht is dat allerminst te zien. Of, zoals ze zegt: ‘Het enthousiasme sijpelt niet door in mijn uitstraling.’ Misschien is het ook de naam, waar ze niet al te gelukkig mee is. Zij plaatst Janneke in het namenspectrum helemaal aan de andere kant van een goede pornonaam.
Om het helemaal rond te maken: bij De Bijl dwarrelt regelmatig Droeverig gevoel, een van de mooiste nummers van Kinderen voor Kinderen 6 uit 1985 door haar hoofd. Ze is zeker geen begenadigd zangeres, maar als zij flarden van dat liedje zingt, past haar stem perfect bij die tekst van Robert Long.
Als je al deze zaken bij elkaar optelt dan zou dat logischerwijze tot een tamelijk treurigstemmend programma leiden, maar dat is absoluut niet het geval. De manier waarop Pluk eventueel de dag is opgebouwd zou je een modern-vrouwelijke variant op de Hans Dorrestijn-methode kunnen noemen.

De vrolijkheid zit vooral in de uitvoerige beschrijving van personen in haar omgeving: haar vriend, die zich helemaal nergens zorgen over maakt, haar moeder, die doorschiet naar de andere kant, en Eline, een irritant-attente vrouw van haar tennisteam, dat vooral uit sportieve minkukels bestaat. De Bijl blijft soms iets te veel in het anekdotische en het en-toen-en-toen hangen als ze ons meeneemt langs deze karaktersgalerij, maar haar teksten zorgen wel voor een constante glimlach op het gelaat van het publiek. Het is ook plezierig dat regisseur Marije Gubbels een pittig theatraal gevoel in het programma heeft gestoken en De Bijl wat fysieker aanwezig heeft gemaakt op het podium.
Terwijl ze die personen onder het vergrootglas legt, haalt ze uit een grote kist een iets kleinere kist en daar komt weer een iets kleinere kist uit tevoorschijn, alsof het hoekige matroesjkapoppen zijn, totdat het podium geheel gevuld is met deze kistencollectie. Aan het doel van dat eindeloze uitpakken wordt geen woord vuil gemaakt en dat is zeer intrigerend. Bij de matroesjka-verzameling gaat het om het laatste poppetje, dat symbool staat voor de kern van het leven of het diepste verlangen, en dat zou zeker ook op kunnen gaan als de inhoud van het laatste kistje wordt geopenbaard: een vuistdik wetboek over arbeids- en strafrecht.
In een van de kisten zit een toetsenbord verborgen. De Bijl, die regelmatig met scherpe columns te horen is als Druktemaker bij de Nieuws BV op NPO Radio 1 en ook al een aantal boeken op haar naam heeft staan, is een kundig liedtekstschrijver. Met de muziek van Freek den Hartogh erbij levert dat een paar sterke liedjes op, waaronder het in stuken over de avond verdeelde ‘Werken, lekker werken, de zon schijnt, maar dat hoef je niet te merken’. De twee echte muzikale toppers zijn een zeer gevoelig nummer over haar moeder die inmiddels lijdt aan allerlei gebreken, en Mensen die dood zijn, hebben het maar makkelijk. Hans Dorrestijn zou er waarschijnlijk stikjaloers op zijn.
Foto’s: Anne van Zantwijk













