Het vertrekpunt van Pilgrimage was John Dowlands liederencyclus A Pilgrimes Solace (1612), een stuk voor vele stemmen, volgens de aankondiging. De voorstelling ademt inderdaad zo nu en dan de sfeer van barokke contemplatie en er wordt mooi ‘samen gezongen’. De herwerking van het thema pelgrimstocht is echter minder geslaagd.

De jonge componist Siebe Thijs, die bij Transparant deze productie mocht uitbrengen, lijkt zich enigszins verslikt te hebben in het voeren van een dramaturgie, of heeft daar stomweg te weinig hulp bij gekregen. Qua klankexperiment is het werk voor een performer, een vocalist en twee instrumentalisten heel onderhoudend en ook de queer-aspecten (‘wie wordt geacht met wie hoffelijkheden en meer uit te wisselen?’) zijn in beginne interessant, ook vanwege de herinterpretatie van de muziektraditie. Het wordt echter allemaal nauwelijks uitgewerkt.

Het doelloze van een zoek- of levenstocht wordt al te gemakkelijk in metaforen gegoten, zoals de vervorming van de opname van een gesprek tijdens een wandeling naar het geluid van ademtochten en echoënde holtes, een van de grootste clichés die er op geluidsgebied in theater bestaat.

De letterlijkheid van de grot en het ondergrondse van de opening van het stuk wordt overtroffen door het doelloos rondduwen van de met zilveren stof ingepakte decor-eilandjes, gedurende de rest van het uur. Zo letterlijk heb ik het zelden gezien, en dat kan grappig zijn, maar dat werd het niet.

Ook de soms ludiek ingezette uitwisseling tussen stemmen uit verschillende genres (barok versus singer/song) heeft potentie, maar nergens wordt het dwaze – wat eigenlijk onbeslist is en potentie heeft – doorgezet naar een situatie die hout snijdt. Plichtmatig wandelen de performers van scène naar scène en er zijn ronduit hele saaie stukken, die misschien aanvankelijk voor enige onthaasting zorgen, maar uiteindelijk gewoon vermoeiend zijn.

Uitdagend zijn zeker de fysieke uitwisselingen tussen spelers térwijl zij spelen (zongen, floten, ect) en elkaar dan wel elkaars instrument bepotelen (wat in het geval van zangers op hetzelfde neerkomt). Dit leidt tot allerlei navrante situaties, die lichtelijk erotisch en zelfs kritisch kunnen worden geduid –  in de zin van welk lichaam met welk ander lichaam wordt geassocieerd als het gaat om het vormen van koppels en wat dies meer zij.

Aan Junior Akwety (performer), Suzan Peeters (accordeon), Nathalie Van Meirvenne (fluit) en countertenor Arturo den Hartog lag het niet bij het Gaudeamus festival. De vier laten zich van hun beste kant zien, waarbij zeker de rijzende ster Den Hartog opvalt met zijn fluwelen stem. Van een samenhangend stuk of desnoods een fascinerende onnavolgbaarheid was echter geen sprake.

Foto’s: Muziektheater Transparant