Ons politieke huis staat in brand in Exit Poll. De jonge schrijvers Joeri Heegstra en Max Wind schetsen een even haarscherp als genadeloos satirisch portret van de staat van de democratie, met veel spelplezier gebracht door de vier ervaren acteurs van HNT. (meer…)
As dwarrelt onophoudelijk neer over de toneelvloer, over Athene, over de twee schuchtere geliefden. De tragedie is vanaf het begin onafwendbaar: Persea zál Phaedra in vlammen zetten, en die vlammen zúllen verwoestend zijn.
Bij aanvang van Phaedra in vlammen wordt koningin Phaedra (Malou Gorter) direct gevangen door een tule sluier, die sierlijk uit de toneeltoren omlaag valt en meteen haar zicht vertroebelt: een prachtig visueel moment, dat ook iets wegheeft van een insect dat in een web verstrikt raakt, een muis die in de val loopt of een zalm die in een fuik zwemt.
Haar openingsmonoloog kan dan nog zo krachtig en vastbesloten zijn (‘Ik eis mezelf op’, zal ze haar man zeggen, want het komt haar ‘stuiptrekkend mijn strot uit’), haar smetteloze gevangenis ontneemt haar uiteindelijk de daadkracht. Totdat Persea (Yela de Koning) op haar lekker lompe bergschoenen de paleismuren binnen dendert, en lak heeft aan conventies, aan tule, aan inschikken.
In 2023 schreef Nino Haratischwili (o.a. Het achtste leven (voor Brilka)) een rigoureuze hertaling van de Griekse mythe rondom Phaedra: zij wordt in haar versie niet verliefd op haar stiefzoon Hippolytos, maar op haar aanstaande schoondochter, Persea. En, heel belangrijk, Phaedra’s verraad komt niet voort uit wraak, maar uit wanhopige, diepe liefde voor de jonge vrouw met wie ze ‘per ongeluk gelukkig’ werd.
Dat is een wezenlijk ander motief, en kenmerkend voor deze toneeltekst. Phaedra in vlammen gaat over vrouwen (en mannen) in gevecht met een patriarchale wereld. Daarin, tonen Haratischwili en regisseur Ola Mafaalani, zijn uiteindelijk alleen maar slachtoffers – al worden de vrouwen het hardst getroffen.

Ola Mafaalani was jarenlang directeur van het Noord Nederlands Toneel, waar ze bekroonde voorstellingen maakte (zoals haar 12 uur durende afscheidsmarathon Borgen in 2016). De laatste jaren werkte ze in het buitenland en initieerde ze als co-artistiek leider van Female Economy het (besloten) project Vrouwen in bad, waarin veertig vrouwen in een wekelijkse sessie hun feminiene energie centraal zetten.
Een bad neemt ook een prominente plek in het toneelbeeld van Phaedra in vlammen in, dat Mafaalani samen ontwierp met scenograaf Jeffrey Kranen. Het is dat bad waarin Phaedra en Persea elkaars (en ook hun eigen) lichaam ontdekken, het is daarmee automatisch ook het bad waarin Persea ten onder gaat.
Zo is Phaedra in vlammen, zoals we van Mafaalani gewend zijn, een toneelavond vol symboliek en krachtige, theatrale beelden. Maar toch blijft de zeggingskracht in deze enscenering bij Het Nationale Theater beperkt.
Dat heeft er onder meer mee te maken dat de liefde die tussen Phaedra en Persea ontvlamt, die tegelijkertijd complex en heel eenvoudig (want: liefde) is, op de premièreavond nog onvoldoende uit de verf kwam. In hun eerste, aftastende ontmoetingen stuit een nieuwsgierige Persea vooral op afgemeten weerstand, en krijgt de interesse die bij Phaedra gewekt wordt, of het evenwicht dat bij haar verstoord wordt door deze onaangepaste verschijning, nog weinig ruimte. Waarom deze twee vrouwen plotseling zo genadeloos voor elkaar vallen, krijgt zo geen geloofwaardige inbedding.
Dat slaat enigszins de bodem onder het stuk weg. De toch vaak erg letterlijke dialogen van Haratischwili staan gelaagdheid ondertussen regelmatig in de weg, en trekken geregeld conclusies die de toeschouwer allang had aangevoeld. ‘Je zult ons in het ongeluk storten’, zegt Phaedra tijdens een intieme scène. Nee, zegt Persea: ‘We zitten er al middenin.’ De relatie tussen Phaedra en Theseus werkt ook toe naar een vooral schreeuwerige uitwisseling van expliciet geformuleerde verwijten.
Die letterlijkheid zit ook in sommige regiekeuzes, zoals de overbodige, vooral plichtmatige aanvoelende publieksinteractie. Het idee erachter is ook zonder die momenten van ruis kraakhelder: voor Mafaalani gaat deze tragedie ook expliciet over de toekijkers, de stille getuigen van het patriarchale geweld, getuigen die als ze maar lang genoeg stil zijn, vanzelf medeplichtig worden aan de tragedie die zich voltrekt.

Tegelijkertijd zijn er gelukkig ook genoeg intrigerende spelingangen en regiekeuzes die de toeschouwer wel op scherp zetten. Rick Paul van Mulligen speelt weer een angstaanjagend vileine adviseur, wiens meedogenloze machtswellust voor hemzelf soms ook een kwelling is; een mooie rol, die zijn geroemde vertolking van Jago in Othello (2018) in herinnering roept. Ook mooi is de ontwikkeling van Acamas, jongste zoon van Theseus en Phaedra: in een relatief bescheiden aantal scènes doorloopt hij een enorme interne crisis, die Sander Plukaard met zijn gulle spel prachtig invoelbaar maakt.
Gustav Borreman en Yamill Jones hebben respectievelijk als koning Theseus (die, ‘tuttuttut’, zijn vrouw categorisch kleineert) en zijn zoon Demophon (die zich vooral met push-ups en seksbewegingen door het leven beweegt) veruit de oppervlakkigste rollen van Haratischwili gekregen – al zie je met wat goede wil bij hen soms ook een glimp van verzet tegen het patriarchale stramien waarin ook zij genadeloos vastzitten.
Het New European Ensemble omlijst de tragedie op het zijtoneel op harp, viool, alt en cello. In de indringende apotheose, waarin Persea opgejaagd wordt door het (door de religieuze, mannelijke machthebbers bespeelde) volk, vertellen taal, scenografie en muziek evenredig het verhaal – in dit prachtige moment van elkaar versterkende theatrale disciplines is Mafaalani op haar best.
De voorstelling zit ondertussen barstensvol maatschappijkritiek, laat ijzingwekkend zien hoe religie onomwonden homohaat publiek verspreidt (een ‘doodzonde’, een ‘ziekelijke neiging die genezen moet worden’) en hoe machthebbers polariseren voor behoud van eigen macht, en toenemend geweld ondertussen stilletjes genormaliseerd wordt.
Vooral laat ze zien hoe het patriarchaat met twee maten meet: zolang er overwinningen op het slagveld zijn, is de mannen alles geoorloofd, maar thuis moeten de vrouwen toch vooral in hun schaduw blijven. Vrouw zijn betekent in de praktijk vaak ‘iemands vrouw zijn’, zegt Phaedra. Ze wilde maar één ding: haar eigen voetstappen horen, zonder de echo van die van haar man. Ondertussen dwarrelt de as onophoudelijk neer.
Foto’s: Bart Grietens















In de eerste versie van Hippolytos van Euripides is de verliefdheid van Phaedra stof voor een wat slap moralistisch verhaaltje over hoe de onbezonnen begeerte van een vrouw mannen aanzet tot bedrog, wraakzucht en verlies van eer. In de latere, bekende versie, diende de door de goden geïnstigeerde verliefdheid als aanleiding voor een veel boeiender conflict over gekrenkte trots, geloften, verraad, en vooral over bewuste en onbewuste schuld. Bij de vrije bewerking van de Georgisch/Duitse toneel- en romanschrijfster Nino Haratischwili vraag ik mij echter af waar haar stuk nu eigenlijk over gaat. Wat wat wil zij ons met het toneelstuk Phaedra in Vlammen vertellen? En vooral: wat wil zij ons in het theater eigenlijk laten beleven?
In interviews is regisseur Ola Mafaalani in ieder geval volkomen duidelijk over wat haar dwars zit: Trump, Putin, Wilders, Baudet, Netanyahu, Bolsonaro, Assad, Milei, de Ayatollahs, de Taliban: de hele stoet van vervelende mannetjes die als dolle kleuters wild om zich slaan omdat ze maar niet kunnen verkroppen dat het patriarchaat zijn langste tijd ondertussen wel heeft gehad. Al het onrecht en de hele kolerezooi die deze mannen met hun patriarchaal, kapitalistisch, koloniaal en racistisch denken hebben aangericht, Ola is er helemaal klaar mee!
Tja, wie niet? Wordt iemand nog blij van de huidige door mannen gecreëerde, en nog altijd door hen bestuurde wereld? Gelooft iemand in de zaal nog in de toekomst waarheen die mannen ons leiden? Nee? Zijn wij als publiek voor of tegen de patriarchale onderdrukking van vrouwen? Tegen? Moeten vrouwen zich bevrijden van het door mannen opgedrongen keurslijf? Ja? Allemaal voor? Mooi, dan gaan we de komende twee uur van dit dikke hout eens een flinke stapel planken zagen! En achteraf gaan we dan heel tevreden met ons geëngageerd, superfeministisch wereldbeeld, gezellig een taartje eten bij Pulchri.
Okay, misschien een beetje flauw, maar de luid aangekondigde nieuwe productie van Het Nationale Theater, een waarop ik mij na het fascinerende Antigone bijzonder had verheugd, bleek namelijk een enorme deceptie. En het was vooral de kneuterige, zelfvoldane sfeer die na afloop van de voorstelling in de Koninklijke schouwburg in Den Haag bleef hangen, die mij mateloos irriteerde.
Ik had namelijk uitgekeken naar deze voorstelling omdat ik – net als vele anderen – de woede van Ola Mafaalani over het stuiptrekken van de patriarchale orde volkomen begrijp. Zij hoeft mij ook niet te overtuigen dat er meer plek voor vrouwen moet worden gemaakt: al jaren roep ik dat vrouwen niet altijd de baas hoeven te zijn, maar wel overal en altijd de norm. Het onderzoeken, bevragen, articuleren, versterken, bevechten en soms gewoon accepteren van die feminiene norm, dát is de geweldig interessante fase waarin het feminisme inmiddels is beland. En met Ola kijk ik vol verwachting uit naar de vrouwen die met hun zelfbewuste geest richting gaan geven aan de feministische tsunami die wij momenteel overal zien opkomen.
Ik was daarom erg benieuwd hoe Nino Haratischwili en Ola Mafaalani de mythische Phaedra zouden verwerken in een hedendaagse verbeelding van een vrouw die, als gevolg van een plotselinge verliefdheid (lees: bezieling), allerlei psychologische, sociale en maatschappelijke conflicten oproept en aangaat. Dit leek mij namelijk een geweldig gegeven voor het verkennen van zowel de concrete, als de mentale grenzen waar niet alleen feministen, maar alle welwillende mensen vandaag de dag mee worstelen.
Maar dat viel dus vies tegen. In plaats van intrigerende verwikkelingen met interessante karakters, pijnlijke dilemma’s, boeiende psychologische strijd of verrassende morele keuzes, kregen we een plat verhaaltje over een geknechte vrouw wier keurslijf (letterlijk!) door een andere vrouw wordt afgepeld – en oh-oh-oh daar komt natuurlijk narigheid van…
Narigheid want in het stuk zijn de mannen kortzichtige, domme, overspelige, seksbeluste en laffe slapjanussen. Alles waarvoor zij staan is slecht: machismo is slecht – patriarchaat is slecht – vrouwenonderdrukking is slecht – religie is slecht – kolonialisme is slecht – racisme is slecht – populisme is slecht – machtsstructuren zijn oneerlijk – macht is sowieso verdacht dus democratie is vals. Verzet is goed! Vrijheid is goed! Queer is goed! Liefde is goed!
En terwijl wij als domme schapen door deze wijd openstaande deuren worden geleid, werd mij spoedig duidelijk dat ik iedere hoop op nog een beetje inhoud maar beter kon opgeven aangezien de voorstelling zich snel ontpopte tot een potsierlijke parade van slogans en tegeltjeswijsheden. Ik kreeg gewoon medelijden met de acteurs want hen werden continu reusachtige labels om de nek gehangen: ‘boze vrouw’, ‘onderdrukte echtgenote’, ‘alfa-man’, ‘overspelige schuinsmarcheerder’, ‘vrije geest’, ‘domme puber’, ‘valse priester’, ‘laffe opportunist’…
Was het dan echt allemaal zo beroerd? Nee natuurlijk niet. We hebben het immers over het Nationale Theater en dat gezelschap beschikt over een stel uitstekende acteurs. Yela de Koning is sowieso hors-concours, maar ook Malou Gorter blijft in haar rollen altijd wel iets bijzonders en authentieks houden. En een groot voordeel van het compleet ontbreken van enige inhoud, is dat het de acteurs volop ruimte biedt om eens flink uit te pakken – en het moet gezegd: dat doen ze met verve! De grote attractie van deze voorstelling is dan ook, dat alle acteurs minstens één scène hebben waarin ze kunnen laten zien waarom ze bij een van de topgezelschappen van Nederland spelen.
Aan Malou Gorter de ondankbare taak om dit plompverloren, zonder enige opbouw of context meteen in de openingsscène te moeten doen. Op papier is zo’n woeste tirade waarmee de voorstelling begint ook een sterke opening. Alleen heeft Ola Mafaalani ervoor gekozen om hier meteen ook het publiek een rol te geven en moet de arme actrice dwars door de vierde wand een bezoeker bij haar spel betrekken. Onvermijdelijk blijft haar woede dan ergens tussen serieuze inleving en jolige publieksparticipatie hangen en met het ontbreken van richting schiet het zijn doel volkomen voorbij. Dat de uitbarsting slechts een lekker vette ‘uitdrukking’ van woede is en de dramatische logica er niet zoveel toe doet, blijkt ook uit de plompverloren manier waarop de woede van Phaedra vervolgens op mysterieuze wijze oplost in een kolderieke kusscène met haar man.
Deze openingsscène laat zien hoe Ola Mafaalani vorm laat prevaleren boven inhoud: er valt wat te zien, er gebeurt iets verrassends, het is een beetje grappig, er wordt (met dank aan ome Ko) lekker gevloekt, maar wat er nu precies gezegd wordt, en waarom, dat moeten we zelf allemaal maar invullen. En dat kunnen we ook, want het verhaal is volkomen voorspelbaar. Bij gebrek aan spanning, drama, poëzie of ontroering, blijft alles wat er gebeurt op het toneel aankleding en illustratie: kleurrijk, vol en vet, maar louter karikaturaal. Geen opzienbarende, meeslepende of verontrustende podiumkunst, maar operette-toneel – alleszins onderhoudend, maar nul inhoud.
En dan blijft het voor een actrice als Malou Gorter worstelen met de volkomen eendimensionale rol van Phaedra. Zo is de verleidingsscène met Yela de Koning op het randje van gênant, maar gelukkig weet zij zich daar ook goed doorheen te slaan. (Natuurlijk: in het vlakkevloertheater worden dit soort scènes tegenwoordig vele malen intenser en spannender uitgebeeld, maar goed… Den Haag… Koninklijke schouwburg… Nationale Toneel… het kan ermee door).
Ik heb ook begrepen dat die verleidingsscène eigenlijk de sleutel voor het hele stuk is (de liefde in de persoon van Persea ontsluit de geketende vrouwelijke energie). Prachtig natuurlijk – zijn we helemaal voor! Alleen heb ik deze betekenis louter kunnen opmaken uit de interviews met Ola, in de voorstelling eindigt de scène namelijk met een onheus en verpletterend idioot ‘ik hou van je’.
Laat dit meteen ook exemplarisch zijn voor de rommelige regie – een regie die helemaal gefocust lijkt op het zo duidelijk mogelijk illustreren van wat de bedoeling is en weinig ruimte laat voor subtiliteit of raffinement. In die zin deed de voorstelling mij sterk denken aan het vormingstheater van de jaren ’70. En dat niet alleen… over de hele voorstelling hangt namelijk de vochtige geur van een stapel beduimelde oude Libelles: Huisvrouwen van Nederland – ontwaakt en sta op tegen het patriarchaat!
Ook als inmiddels al wat oudere, bleke cis-man, repressie – en traumavrij opgegroeid in een veilige omgeving, relatieve welstand en optimistische tijd, realiseer ik mij dat niet alleen vrouwen, maar ook talloze minderheden nog altijd worden achtergesteld. Het is volkomen terecht om daar woedend over te zijn en het theater is bij uitstek een plek om die woede te uiten. Jonge makers zoeken daar ook steeds nadrukkelijker nieuwe vormen voor en dat levert vaak hele bijzondere, verrassende, spannende, confronterende en opwindende voorstellingen op. Het vlakkevloertheater is vanzelfsprekend de uitgelezen plek voor dit soort experimenten met vorm en inhoud, maar ik zou willen dat ook de grote gezelschappen wat meer ambitie in die richting zouden tonen. De manier waarop die woede in dit stuk van Nino Haratischwili wordt verpakt, lijkt mij in ieder geval hopeloos gedateerd.
De woede van Ola Mafaalani over de richting waarin de wereld zich beweegt, lijkt mij volkomen oprecht. Ik kan mij ook absoluut vinden in haar vurige hoop dat er meer ruimte komt voor feminieme krachten en zie ook wel hoe die krachten onlosmakelijk verbonden zijn met de liefde. Alleen ben ik bang dat zij een verkeerde tekst heeft uitgekozen om daar een stuk over te maken. De tekst van Nino Haratischwili is namelijk een in elkaar geflanst rommeltje. Als ervaren regisseur is Ola zeer bedreven in het componeren en vormgeven van kleurrijke theaterstukken, maar hier moet zij werken met ogenschijnlijk aantrekkelijk, maar bij nadere inspectie toch inferieur, leeg en betekenisloos materiaal. Met ontbrekende, verkeerde, slappe en muffe ingrediënten is zij gedwongen om de boel flink op te kloppen en van een stevige laag suiker te voorzien, maar het resultaat blijft een misbaksel: een ingezakte, inhoudsloze soufflé.
Daar zal niet iedereen het mee eens zijn. Met al dat suiker is de voorstelling qua vorm namelijk beslist niet saai – in ieder geval niet volgens het publiek dat ik na afloop in de foyer sprak. Maar zodra ik naar de inhoud vroeg, kwam men – net als ik – niet veel verder dan wat gemompel over het patriarchaat, iets met juk, onderdrukking en bevrijding.
Ik vraag mij dus af hoe het kan dat deze voorstelling recensenten heeft laten nadenken over patriarchale structuren (NRC), ons waarschuwt voor machtswellust en populisme (Trouw) en kraaiend oproept tot een feminiene revolutie (Trouw). Dat laatste is overigens niet te hopen want op het einde werden wij naar huis gestuurd met de weinig doordachte conclusie dat de democratie geen verheffings- en emancipatiemachine is, maar een verderfelijk onderdrukkingssysteem. De impliciete populistische oproep om met het vuile patriarchale badwater ook maar meteen de hele democratische rechtsorde door het riool te spoelen, is in ieder geval niet de revolutie waarop ik mij ga verheugen.
Maar goed, met een ruim budget voor een uitgebreide reclamecampagne, paginagrote besprekingen en een populaire hoofdrolspeler zal deze voorstelling ongetwijfeld een groot publiek trekken. Alleen had ik dat brede publiek – waarvan een deel wellicht voor het eerst naar de schouwburg trekt – een spannender kennismaking met het toneel gegund – een interessanter stuk waarin zij Malou Gorter ook in een veel serieuzere rol konden zien schitteren.
Toegegeven: mijn teleurstelling over de voorstelling is misschien wat overdreven en de kritiek op alle punten misschien ook niet helemaal terecht. Het contrast met de twee voorstellingen die ik de voorgaande avond in Frascati zag, was echter zo enorm groot, dat ik er toch wel even iets over kwijt moest. Omdat geen enkele recensent de moeite heeft genomen om iets over die indrukwekkende voorstellingen van beginnende makers te schrijven, zal ik ze tot slot hier nog even noemen.
Zo was de rituele performance ‘Marzanna’s Revolution’ van Kaya Korabiowska-Dean over hoe alle mannen verdwijnen en ook de overgebleven vrouwen en queers geleidelijk oplossen in een circulaire tijd, misschien nog wat schetsmatig, maar inhoudelijk al zoveel interessanter dan het slappe verhaaltje van Phaedra in Vlammen. Intrigerend, poëtisch beeld- en bewegingstheater.
Maar vooral ‘She was born for Happiness’ van Veronika Abdul-Visocka was echt indrukwekkend. Met een de geweldig rijke, complexe inhoud en glasheldere theatrale vorm wist zij werkelijk iets wezenlijks over het vrouw-zijn in deze tijd, en daarmee iets diep tragisch over het mens-zijn uit te drukken. Een van de best voorstellingen die ik sinds lange tijd heb gezien! Deze jonge Letse theatermaker gaat ongetwijfeld uitgroeien tot een grote, internationale ster. Ik hoop alleen maar dat wij hier in Nederland nog een tijdje van dit grote talent kunnen genieten.
t is toch echt heel gek dat er geen woord over de muziek gesproken wordt? het is toch muziektheater? of werd er geen muziek gespeeld? ik snap het niet. Ik houd heel erg van muziek dus ik ga graag naar muziektheater maar ik mis in bijna elke recensie hele basic info over de compositie, sfeer, vocalen, samenklank. zijn er muzikale hoogtepunten? kippenvelmomenten? al sla je alles over en zeg je alleen wat voor soort muziek wordt er gespeeld en hoe goed het wordt uitgevoerd? het lijkt me dat de muziek en de liedteksten minstens evenveel aandacht moet krijgen als het verhaal en de overkoepelende dramaturgie. toch?