As dwarrelt onophoudelijk neer over de toneelvloer, over Athene, over de twee schuchtere geliefden. De tragedie is vanaf het begin onafwendbaar: Persea zál Phaedra in vlammen zetten, en die vlammen zúllen verwoestend zijn.

Bij aanvang van Phaedra in vlammen wordt koningin Phaedra (Malou Gorter) direct gevangen door een tule sluier, die sierlijk uit de toneeltoren omlaag valt en meteen haar zicht vertroebelt: een prachtig visueel moment, dat ook iets wegheeft van een insect dat in een web verstrikt raakt, een muis die in de val loopt of een zalm die in een fuik zwemt.

Haar openingsmonoloog kan dan nog zo krachtig en vastbesloten zijn (‘Ik eis mezelf op’, zal ze haar man zeggen, want het komt haar ‘stuiptrekkend mijn strot uit’), haar smetteloze gevangenis ontneemt haar uiteindelijk de daadkracht. Totdat Persea (Yela de Koning) op haar lekker lompe bergschoenen de paleismuren binnen dendert, en lak heeft aan conventies, aan tule, aan inschikken.

In 2023 schreef Nino Haratischwili (o.a. Het achtste leven (voor Brilka)) een rigoureuze hertaling van de Griekse mythe rondom Phaedra: zij wordt in haar versie niet verliefd op haar stiefzoon Hippolytos, maar op haar aanstaande schoondochter, Persea. En, heel belangrijk, Phaedra’s verraad komt niet voort uit wraak, maar uit wanhopige, diepe liefde voor de jonge vrouw met wie ze ‘per ongeluk gelukkig’ werd.

Dat is een wezenlijk ander motief, en kenmerkend voor deze toneeltekst. Phaedra in vlammen gaat over vrouwen (en mannen) in gevecht met een patriarchale wereld. Daarin, tonen Haratischwili en regisseur Ola Mafaalani, zijn uiteindelijk alleen maar slachtoffers – al worden de vrouwen het hardst getroffen.

Ola Mafaalani was jarenlang directeur van het Noord Nederlands Toneel, waar ze bekroonde voorstellingen maakte (zoals haar 12 uur durende afscheidsmarathon Borgen in 2016). De laatste jaren werkte ze in het buitenland en initieerde ze als co-artistiek leider van Female Economy het (besloten) project Vrouwen in bad, waarin veertig vrouwen in een wekelijkse sessie hun feminiene energie centraal zetten.

Een bad neemt ook een prominente plek in het toneelbeeld van Phaedra in vlammen in, dat Mafaalani samen ontwierp met scenograaf Jeffrey Kranen. Het is dat bad waarin Phaedra en Persea elkaars (en ook hun eigen) lichaam ontdekken, het is daarmee automatisch ook het bad waarin Persea ten onder gaat.

Zo is Phaedra in vlammen, zoals we van Mafaalani gewend zijn, een toneelavond vol symboliek en krachtige, theatrale beelden. Maar toch blijft de zeggingskracht in deze enscenering bij Het Nationale Theater beperkt.

Dat heeft er onder meer mee te maken dat de liefde die tussen Phaedra en Persea ontvlamt, die tegelijkertijd complex en heel eenvoudig (want: liefde) is, op de premièreavond nog onvoldoende uit de verf kwam. In hun eerste, aftastende ontmoetingen stuit een nieuwsgierige Persea vooral op afgemeten weerstand, en krijgt de interesse die bij Phaedra gewekt wordt, of het evenwicht dat bij haar verstoord wordt door deze onaangepaste verschijning, nog weinig ruimte. Waarom deze twee vrouwen plotseling zo genadeloos voor elkaar vallen, krijgt zo geen geloofwaardige inbedding.

Dat slaat enigszins de bodem onder het stuk weg. De toch vaak erg letterlijke dialogen van Haratischwili staan gelaagdheid ondertussen regelmatig in de weg, en trekken geregeld conclusies die de toeschouwer allang had aangevoeld. ‘Je zult ons in het ongeluk storten’, zegt Phaedra tijdens een intieme scène. Nee, zegt Persea: ‘We zitten er al middenin.’ De relatie tussen Phaedra en Theseus werkt ook toe naar een vooral schreeuwerige uitwisseling van expliciet geformuleerde verwijten.

Die letterlijkheid zit ook in sommige regiekeuzes, zoals de overbodige, vooral plichtmatige aanvoelende publieksinteractie. Het idee erachter is ook zonder die momenten van ruis kraakhelder: voor Mafaalani gaat deze tragedie ook expliciet over de toekijkers, de stille getuigen van het patriarchale geweld, getuigen die als ze maar lang genoeg stil zijn, vanzelf medeplichtig worden aan de tragedie die zich voltrekt.

Tegelijkertijd zijn er gelukkig ook genoeg intrigerende spelingangen en regiekeuzes die de toeschouwer wel op scherp zetten. Rick Paul van Mulligen speelt weer een angstaanjagend vileine adviseur, wiens meedogenloze machtswellust voor hemzelf soms ook een kwelling is; een mooie rol, die zijn geroemde vertolking van Jago in Othello (2018) in herinnering roept. Ook mooi is de ontwikkeling van Acamas, jongste zoon van Theseus en Phaedra: in een relatief bescheiden aantal scènes doorloopt hij een enorme interne crisis, die Sander Plukaard met zijn gulle spel prachtig invoelbaar maakt.

Gustav Borreman en Yamill Jones hebben respectievelijk als koning Theseus (die, ‘tuttuttut’, zijn vrouw categorisch kleineert) en zijn zoon Demophon (die zich vooral met push-ups en seksbewegingen door het leven beweegt) veruit de oppervlakkigste rollen van Haratischwili gekregen – al zie je met wat goede wil bij hen soms ook een glimp van verzet tegen het patriarchale stramien waarin ook zij genadeloos vastzitten.

Het New European Ensemble omlijst de tragedie op het zijtoneel op harp, viool, alt en cello. In de indringende apotheose, waarin Persea opgejaagd wordt door het (door de religieuze, mannelijke machthebbers bespeelde) volk, vertellen taal, scenografie en muziek evenredig het verhaal – in dit prachtige moment van elkaar versterkende theatrale disciplines is Mafaalani op haar best.

De voorstelling zit ondertussen barstensvol maatschappijkritiek, laat ijzingwekkend zien hoe religie onomwonden homohaat publiek verspreidt (een ‘doodzonde’, een ‘ziekelijke neiging die genezen moet worden’) en hoe machthebbers polariseren voor behoud van eigen macht, en toenemend geweld ondertussen stilletjes genormaliseerd wordt.

Vooral laat ze zien hoe het patriarchaat met twee maten meet: zolang er overwinningen op het slagveld zijn, is de mannen alles geoorloofd, maar thuis moeten de vrouwen toch vooral in hun schaduw blijven. Vrouw zijn betekent in de praktijk vaak ‘iemands vrouw zijn’, zegt Phaedra. Ze wilde maar één ding: haar eigen voetstappen horen, zonder de echo van die van haar man. Ondertussen dwarrelt de as onophoudelijk neer.

Foto’s: Bart Grietens