Onder de noemer ‘Theater voor Keti Koti’ vertellen theatermakers door heel Nederland op verschillende podia ieder jaar op 30 juni en 1 juli verhalen die reflecteren op Keti Koti (‘verbroken ketenen’) en de weerslag daarvan op onze samenleving van vandaag. Theaterkrant stipt een aantal voorstellingen aan uit het steeds uitgebreidere aanbod om Keti Koti met theater te vieren en herdenken. (meer…)
Waarschijnlijk valt deze voorstelling nergens zo goed als in het Bijlmer Parktheater in Amsterdam. De Surinaamse tantes waar Howard Komproe het over heeft, zitten hier namelijk gewoon in de zaal en lachen niet alleen het hardst om alle herkenbare grappen, maar geven ook – vooral positief – commentaar op alles wat hij zegt. Zoals Komproe zelf lachend reageert: ‘De jury is er ook.’
Komproe houdt van eten en die liefde is, zoals hij zelf zegt, geheel wederzijds. Daarom wilde hij graag een theaterprogramma maken over eten, om zo zijn passies met elkaar te verbinden. Toen hij het programma Paramaribo Pepers van Noni Kooiman zag, wist hij dat hij dit met haar wilde doen. Hij lokte haar met een etentje en de voorstelling was geboren.
Komproe is boos. Of ja, niet boos, maar teleurgesteld. Nederlanders lijken namelijk te denken dat ‘Surinaams’ een soort toverwoord is in de keuken dat je overal maar op kan plakken. Surinaamse eiersalade bijvoorbeeld: wat is daar Surinaams aan? ‘Nou, er zit wel twee procent kerrie in’, zegt Kooiman. Het absolute dieptepunt voor Komproe was de Surinaamse bananenketchup ‘volgens authentiek recept’ van Verstegen. Op humoristische wijze illustreert hij hoe hij naar het hoofdkantoor reed om hier een hartig woordje over te spreken met de directeur. De toon is gezet.

Terwijl Kooiman Santensoep maakt, vertelt ze aan de hand van de ingrediënten de culinaire geschiedenis van Suriname. Zo leerde oma Tumi (die niet écht Kooimans oma is, maar zo noem je een oude vrouw in de familie nu eenmaal) toen ze van Java naar Suriname kwam koken met masala. Dit leerde zij van de Hindoestaanse boeren, die al eerder als contractarbeiders naar Suriname waren gekomen. Steeds verder gaat Kooiman terug in de tijd om te illustreren hoe lang en hoeveel invloed het koloniale verleden en de slavernij op de Surinaamse keuken hebben gehad.
Ook vertellen Kooiman en Komproe persoonlijke verhalen, over Suriname en hun persoonlijke verbinding met eten. Zo heeft Kooiman een tattoo van haar lievelingseten: bruinen bonen met rijst. Ontroerend is Komproes verhaal over hoe hij vanuit Suriname een gerecht meeneemt dat zijn oma heeft gemaakt, zodat zijn vader in Nederland nog één keer eten van de hand van zijn eigen moeder kan proeven. Het laat zien hoe ongelooflijk belangrijk de eetcultuur is en hoeveel emoties, liefde en herinneringen er in smaken kunnen zitten.

De afwisseling tussen Komproes grapjes, Kooimans historische verhalen en hun beider eigen ervaringen houdt de voorstelling mooi in balans. Er is ruimte voor een lach, een traan, instemming én verontwaardiging. Komproe vertelt over hoe vroeger kip moest worden gewassen, maar dat tegenwoordig niet meer hoeft volgens het RIVM. De zaal barst los in gelach en geroep, want ook vandaag de dag is het in de Surinaamse cultuur nog altijd gebruikelijk om je kip te wassen in een badje met azijn of citroen. Maar, zo stellen Komproe en Kooiman: ‘Het RIVM denkt daarbij meteen dat we met die kip onder de douche gaan staan.’
Naarmate de avond vordert, begint de zaal steeds lekkerder te ruiken. Gaat het water niet al in je mond staan van alle verhalen over eten, dan gebeurt dat zeker door de heerlijke geuren van alle ingrediënten die een voor een uitvoerig worden besproken. Een aantal gaat zelfs de zaal rond, zoals het met een hamer geplette citroengras. Hierdoor komen de verhalen nog meer tot leven. Goed nieuws voor wie honger heeft gekregen: na afloop is er voor iedereen een bekertje Santensoep. Eten verbindt.
Foto’s: Fluer Mulder













