Wie ooit een voorstelling van de Franse straattheatergroep Royal de Luxe heeft gezien, herkent het gevoel van ontzag dat hun gigantische marionetten oproepen. Immense houten figuren die traag en statisch door kleine dorpsstraten bewegen, voortgetrokken door tientallen mensen die uit volle macht aan touwen trekken. Diezelfde verwondering, dat gevoel van magie en ontroering, sijpelt door elke vezel van Oscar en de reus, de nieuwe voorstelling van House of Rat, geschreven door David Geysen.

De monoloog, geregisseerd door Beaudil Elzenga, vertelt het waargebeurde verhaal van Oscar, die als kind betoverd was door de reuzen en kolossen, maar ook als klein baby’tje al alle hoofden in een volle tram kon doen draaien met zijn verwondering, een soort oerenergie. Maar zijn lichaam werkte hem tegen. Oscar had PVL (periventriculaire leukomalacie), een aandoening waardoor hij niet kon lopen of praten. 

Geysen speelt Jean Luc, Oscars vader, die terugblikt op hun leven samen en probeert de dood van zijn zoon een plek te geven. Hij vertelt over Oscars verwondering over de wereld, over zijn verwondering over zijn zoon en over de fantasiewerelden die ze samen creëerden, verhalen vertellend of door prentenboeken bladerend en dan: ‘klik’, gehoorapparaat uit en verdwijnen in een ander universum. 

Met precies en energiek fysiek spel roept Geysen een warme, beeldende wereld op waarin je als toeschouwer volledig wordt meegevoerd. We zien Jean Luc met baby-Oscar in een fietstas door de straten racen, met de peuter in een rugzak een zestien meter hoge klimmuur beklimmen, we zien hoe Oscar, met sciencefictionachtige robotbenen op een dag toch een stukje loopt en hoe Jean Luc hem op de trampoline zelfs kan laten vliegen. Bovenal toont Geysen Oscars verbeelding, zijn speelsheid, zijn kleine obsessies en zijn irritaties, want ‘hij kon ook boos zijn, manmanman’.

Het is de tegenstelling tussen die grootse verhalen en de kleine, intieme details die de rouw van de vader zo geloofwaardig en invoelbaar maakt. Want uiteindelijk gaat Oscar dood, Jean Luc vindt troost in de fantasiewerelden die ze samen bedachten. Werelden waarin Oscar minstens zo groot is als de reuzen van Royal de Luxe en rondhuppelt tussen al zijn favoriete dingen: Sinterklazen en Charlie Chaplins, terracotta soldaten, garnaalvissers en reuzen. Op die verre planeet is er elke dag ‘cinema’, zijn er eindeloos veel prachtige prenten en zit Oscar samen met Stephen Hawking naar zijn ‘zotte papa’ beneden te kijken en hem tekentjes te sturen: regenbogen, vlinderkussen, geuren en geluiden, iPhones en blauw-gele vogeltjes.

De vormgeving van Jerrel Manuel versterkt die droomwereld. In de oude loods van House of Rat in Den Haag ontstaan magische beelden. Het grote speelvlak, bezaaid met aarde, een bankje en een bemoste rotspartij, transformeert in Jean Lucs tuin, maar kan met een simpele lichtwissel ook zomaar Oscars verre planeet verbeelden.  

Misschien wel een van de mooiste delen uit de voorstellingen is een bewegingssequentie waarin Geysen, gehuld in een harlekijnachtig kostuum (Bernadette Kijzers) en op prachtige muziek, een kleine Oscar in zijn armen lijkt te wiegen, vervolgens zijn handen wild laat fladderen en uiteindelijk iets naar boven loslaat. 

Na de intieme kennismaking met de bijzondere Oscar zou je denken dat zijn dood als een mokerslag inslaat, en dat is ook zo, maar uit het liefdevolle verhaal van Geysen blijkt ook dat Oscar daarboven, op die verre planeet, misschien wel vrijer is dan hier beneden. Hier misschien alleen maar kort was om de mensen om hem heen op wat mooie dingen te wijzen en zijn vader heel veel liefde te laten voelen. Als toeschouwer kan je je enkel vereerd voelen dat je daarin, via deze voorstelling, even mocht delen. 

Foto’s: Remco Zwinkels