Ouder worden, we krijgen er allemaal mee te maken. Opa’s en oma’s vonden we vroeger ‘oud’, nu zou het zomaar kunnen dat je zelf grootouder wordt. Het Brabantse gezelschap Paleis voor Volksvlijt brengt na Ons vader en Ons moeder volgens hetzelfde concept Ons opaoma uit. Het bezittelijk voornaamwoord ‘ons’ hoort bij de Brabantse taal; het duidt op familieband en vertrouwen.

Tekstschrijver Saskia de Haas is vanaf deze productie de nieuwe artistiek leider van het gezelschap, na Vincent van den Elshout die de eerdere twee voorstellingen maakte. De ingrediënten zijn hetzelfde gebleven: toneel dat geworteld is in Den Bosch, met veel Bossche uitdrukkingen. Ook speelt publieksparticipatie een grote rol. Evenals de twee voorgangers, ging Ons opaoma in première in de Studio van de Verkadefabriek, een intieme zaal met aan drie kanten publiek, zodat iedereen dichtbij zit.

Een metershoge achterwand verbeeldt een ladekast, ontworpen door Marcel Kranendonk. Twee hoge trappen suggereren iets van een archiefruimte of bibliotheek, daar waar spullen zijn opgeslagen. De opa en oma uit het stuk zijn Jan Roosen en Yolanda van Gemert; Maddie Venema vertolkt de rol van kleindochter. Roosen heet in het programmablad een ‘vrijetijdsacteur’ te zijn, amateur dus, maar daarvan is niets te merken. Zijn spelkwaliteiten en vooral zijn stem, en gitaarspel als begeleiding van de liedjes die hij zingt, zijn werkelijk goed.

De voorstelling speelt zich af vlak voor de verhuizing van opa en oma naar een ‘levensbestendige woning’. Van Gemert en Roosen laten met herkenbaar spel iets zien van een lichte nervositeit die rondom deze ingrijpende verhuizing hangt. Maar opgeborgen worden in een aanleunwoning? Niets daarvan: het tweetal dat nog steeds verliefd op elkaar is, heeft andere plannen. Er staan koffers klaar… maar die zouden ook bij de verhuizing kunnen horen. Of niet?

In de regie van Elke Steenstra biedt de voorstelling veel warmte en herkenbaarheid. De spelers betrekken het publiek erbij – bestaande uit de ‘doelgroep’ – met de vraag naar hun bevindingen van ouder worden, van opa of oma zijn, van herinneringen aan de eigen grootouders. Dat werkt niet altijd even goed en heeft iets voorspelbaars. Ook wisselen de spelers veelvuldig van rol; als een lamp op de tafel aangaat, zijn ze ‘in het verhaal’; branden de zaallichten, dan treden ze op als Roosen, Van Gemert en Venema.

De makers hebben tal van interviews gehouden onder inwoners van Den Bosch, onder wie een vluchteling uit Syrië die met haar kind aanwezig is in de zaal. Als kleindochter Venema af en toe een laatje opentrekt, klinken daaruit met zachte stem vertelde herinneringen van Bosschenaren. Echt duidelijk is het niet, want de aankondiging van het programmablad is dat die laden de herinneringen van opa bevatten. Bovendien zijn de stemmen uit de ladekast slecht te verstaan. Dat is jammer: het beeld van een kast met laden staat ook in de wetenschappelijke literatuur symbool voor het geheugen.

Opa vertelt dus niet of nauwelijks over vroeger; wel komen af en toe gezamenlijke vakanties voorbij, maar nogal minimaal. Door al deze zijwegen raakt de kern van het stuk wat op de achtergrond. Wat ontbreekt is een strakke dramaturgie. Dat Maddie Venema regelmatig achterin een hoek in de zaal gaat zitten, op een plek die haar vroegere slaapkamer voorstelt, trekt haar weg uit het spel.

Dan wreekt zich ook dat de verhaallijn best diepgaander had gemogen. Nu warrelen de dialogen snel over de echte pijnpunten heen. Wat in de tekst niet aan bod komt, maar wat wel door een enkele bezoeker wordt gezegd tijdens de participatie: de pensioengerechtigde leeftijd kent óók waardevolle aspecten. Dat accent ontbreekt.

Gelukkig sterk gedaan is de mooi opgebouwde spanning tussen kleindochter en grootouders. Zij kan zich de verliefdheid van het oudere stel nauwelijks voorstellen, vindt het zelfs ‘goor’. Dat is wel een hard oordeel. Als het tweetal elkaar omhelst, breekt de kleindochter er in fysiek spel dwars doorheen. Feitelijk is haar bezoek ongewenst, en die irritatie krijgt geleidelijk vorm en verbeeldt ondanks alle wederzijdse goede bedoelingen toch iets van een generatiekloof. Hierin schuilt veel theatrale zeggingskracht.

Ons opaoma ontroert als het op de meest geslaagde momenten echt gaat over over het spanningsveld tussen ouder worden en jeugd. De grootouders weigeren zich als ‘oud’ te laten bestempelen. Die innerlijke overtuiging brengen Roosen en Van Gemert met grote spelinzet. Het slotlied van Roosen over ouder worden is onmiskenbaar een hoogtepunt. Jij bent niet ouder, nee, de anderen beschouwen je als oud. Roosen zingt het innemend, met sterke teksten en warme begeleiding. Dit is Ons opaoma op zijn best.

Foto’s: Thijmen Gabriëlse