Willeke Alberti als koningin van het Nederlandse levenslied, André Hazes als de koning, nee de keizer, Jenny Arean, Vader Abraham, Nico Haak, Hepie en Hepie, Jacques Herb, zelfs koning Willem-Alexander als opperzanger van het ‘Wilhelmus’: aan het slot van ‘Omdat ik zoveel van je hou en andere foute liedjes’ staan ze gefiguurzaagd en wel ten voeten uit op het podium van de Kleine Komedie in Amsterdam.

Levensliedkunstenaressen Paulette Willemse en Saskia van Zutphen brengen met dit programma, de zevende in de reeks Vuile Huichelaar, een licht opgewonden en uitbundig eerbetoon aan een van de parels van de Nederlandse zangkunst, het levenslied, ofwel de smartlap. En meezingen is geboden, de teksten verschijnen groot op een scherm. Soms is het alsof we in een Jordanees café zijn, Café Nol bijvoorbeeld, aan de Westerstraat.

De entourage is die van de kamertjes op de Wallen, want de dames zitten zogenaamd ‘in het leven’ en zijn ‘van lichte zeden’. Ze gaan gekleed in een keur aan kostuums, van witte bruidsjurk tot panterpakje, van cabaret met zwarte hoed tot rode overall. Eerder brachten ze met Wanted – Country voor Dummies ook al zo’n volstrekt schaamteloos ‘fout’ liedjesprogramma. Saskia van Zutphen zegt het treffend: ‘Voor dit repertoire haalt de grachtengordel de neus op, nee, van hen moet je naar jazz luisteren of naar wat Matthijs van Nieuwkerk goed vindt. Oh ja, en als ze dan toch naar het levenslied luisteren, dan noemen ze dat een guilty pleasure’.  

Als de kanten gordijntjes van de plaats van handeling opengaan, toepasselijk geheten In de Vuile Huichelaar, dan ontvouwt zich met de beide zangeressen en begeleiding van gitaar en accordeon op de band onverholen feel-good-meezing-cabaret, over foute mannen en foute vrouwen, over de kwelling van corona toen de theaters gesloten waren en de wereld op slot zat. De show is een combinatie van levenslied plus verbindende teksten, vaak gebracht in superieur plat-Amsterdams. De oorsprong van de samenwerking tussen Willemse en Van Zutphen ligt in een ver verleden, ergens in de jaren tachtig, toen de beide vrouwen erachter kwamen dat ze bedrogen waren. Ze konden bij de pakken gaan neerzitten of een programma maken, want ze kennen elkaar van de Academie voor Kleinkunst. En zo kwamen ze tot de eerste show van ‘Vuile Huichelaar’, speciaal voor alle bedrogen vrouwen.

De satirische teksten zijn briljant. Als Van Zutphen en Willemse twee prostituees vertolken die het coronabeleid doornemen, dan krijgt minister Hugo de Jonge ervan langs met zijn ‘artistieke schoenen’. Zijn opmerking dat je in plaats van naar het ‘theater te gaan net zo goed een dvd kunt opzetten’ is natuurlijk bedroevend fout. Daarom geven ze hem een goede raad: ‘Zet jij maar een porno-dvd’tje op, dat is voor ons wel zo rustig.’ Want: ‘Die neukt vast met mes en vork.’ Het meest zal Willemse nog Irma missen, de aanstekelijke en zo sympathieke gebarentolk tijdens persconferenties. Vervolgens mimed Willemse het levenslied ‘Vuile huichelaar’ van Renée de Haan met suggestieve gebaren.

Dan volgen ‘Telkens weer’ (Alberti) en het zoete ‘Ik lig op m’n kussen stil te dromen’ (Hepie en Hepie), ‘In ’t kleine café aan de haven’ (Vader Abraham), ‘Foxy Foxtrot met je elastieke benen’ (Nico Haak)  en ‘De hoogste tijd’ (André Hazes), allemaal geheide successen – juist bij het gretige meezingpubliek – en  door Van Zutphen en Willemse met overgave gebracht. Schitterend ook vertolken ze twee dronken, Schlager-zingende Duitsers (‘Du’ van Peter Maffay) tijdens de après-ski die op jacht zijn naar Nederlandse vrouwen op de lange latten.

Opvallend is dat de liedjes vooral in de hoogste registers klinken, minder in de lager regionen, daarom miste ik bijvoorbeeld ‘Ach Margrietje’ van Louis Neefs. En als er drama in moet, zoals het echte levenslied betaamt, dan is dat het drama over een auto-ongeluk van een geliefde, dus ‘Manuela’ van Jacques Herb nodigt uit tot meezingen, alle triestheid te spijt. En juist dat is de kern van het levenslied. Springlevend is het, en dat moet zo blijven, met dank aan Vuile Huichelaar, want onverholen fout is vooral geweldig goed.

Foto: Joris van Bennekom