Na twee Nestroy-bewerkingen op de Parade zet Sarah Moeremans haar onderzoek naar klassieke zedenkluchten voort met een adaptatie van Molières De mensenhater. Mission Molière is een heerlijke deconstructie van wat ‘doen alsof’ en ‘oprecht zijn’ eigenlijk betekenen. (meer…)
Het is het jaar 2500, de mens is uitgestorven en erkend als waardevol erfgoed. In Offline Tourists fabriceert een cyborg twee exemplaren van de mens en toont zijn toehoorders hoe anders en ook hoe onmogelijk die wezens in hun tijd soms waren.
Het gegeven van deze voorstelling van regisseur Enkidu Khaled bij Het Zuidelijk Toneel is fantastisch, de uitwerking is sterk, het absurde laagje maakt het komisch en er wordt goed geacteerd. Toch voelt het stuk iets onaf en onvoldoende uitgediept, alsof het met de handrem erop is gemaakt.
Een omgekeerde Frankenstein, zo omschrijft Het Zuidelijk Toneel deze productie. Deze keer schept niet een wetenschapper een mens uit dood materiaal, maar maakt een hu-bot twee exemplaren van mensen op basis van gegevens over de mens in 2025 uit de database.
Het woord robot gebruikt deze cyborg bewust niet, zo vertelt hij. Hij heeft cyberfilms in zijn archief aangetroffen, gemaakt door de mens, waarin robots worden afgeschilderd als moordmachines. Daarvan distantieert hij zich. De voorstelling is bedacht door Khaled, de in Brussel woonachtig en in Bagdad geboren regisseur en is geschreven door Luna Joosten, opgeleid aan de Toneelacademie in Maastricht.

Op het toneel staat een object afgedekt met een laken. Op een groot scherm op de wand zijn vage, bewerkte en veranderende digitale beelden te zien met daarvoor een vj/it’er en een computer. Louis van der Waal is de hu-bot en hij introduceert zichzelf als reisleider. ‘U, het publiek bestaat ook uit cyborgs’, zo meldt hij, alsof het de gewoonste zaak ter wereld is en de ervaring die zal worden gedeeld speelt in een theater: ‘Een offline omgeving uit een ver verleden. Allang verdwenen.’
Onder het laken blijken twee mensen te staan die de bot heeft gemaakt: een vrouw en een man, gespeeld door Alicia Boedhoe en Gillis Biesheuvel. Het koppel is met vakantie en het publiek ziet en hoort hun verschillen en moeizame relatie die door de hu-bot met gebruik van cybertaal worden geduid en becommentarieerd. Dat doet Van der Waal op lichte toon, met humor. Voor het publiek betekent dat lachen om zichzelf, al is het gedrag van de mens uitvergroot en geridiculiseerd.
De man staat 24/7 aan, is een nerd, een netwerker ook, hij gebruikt veel computertaal, voelt zich ongemakkelijk met het onbekende en is extreem doelgericht. Hij voelt zich verwant met de hu-bot, nullen en enen, daar heeft hij meer mee dan met emoties. De vrouw is avontuurlijk van aard, zoekt risico’s, wil ontdekken, haar emoties leven, maar ook genieten van gewoon even niets doen. Ze is gekleed in een lang gewaad, heeft fraaie versiering in het haar, waardoor het aanvoelt alsof de hu-bot heimelijk zijn muze heeft gecreëerd. Het koppel bekvecht en raakt verwijderd van elkaar.
De hu-bot verandert van beschouwer tot deelnemer aan de interactie. Zijn kostuum gaat uit en hij toont zich een wezen van vlees en bloed. Dan beseffen de man en vrouw dat ze onderdeel zijn van een experiment, dat ze zich begeven in een digitale wereld, dat ze niet echt zijn. De mens maakte ooit de robot, nu maakt de robot de mens.
De vrouw voelt ineens dat alles anders is, dat de buitenwereld een soort aangeharkt Disneyland is en dat ze zelfs niet meer kan plassen. ‘Ik moet altijd plassen als ik ergens aankom en nu voel ik niets.’ Ze wil de bergen in en op het grote scherm verschijnt een afbeelding van een berg. Dat vindt ze niets. Ze wil een echte berg zien, ruiken, voelen, het risico lopen om er vanaf te vallen. Dat ze door de cyborg een ding, een object wordt genoemd, vindt ze verschrikkelijk.

Van der Waal maakt van de hu-bot een robot met compassie, met interesse in de mens en diens emotie. De robot worstelt met loyaliteit, komt tussen de twee mensen in te staan, maar blijkt uiteindelijk gewoon een wezen in een digitale, geprogrammeerde wereld. Is daar ruimte voor de mens? Het publiek mag bepalen.
En ook in 2500 hapert de software. Dat leidt tot een bijzondere, fraai gespeelde scène met glitches (technische onregelmatigheden), waarin de vrouw niet meer normaal kan praten. Boedhoe hapert, bootst klanken uit, is slachtoffer van een computerstoring en praat na een reset plots vloeiend Spaans. Daarna is er nog een opvallende, onverwachte reset.
De acteurs zetten uitstekende rollen neer, hun karakters kennen enige ontwikkeling en het is zichtbaar dat Van der Waal, Boedhoe en Biesheuvel, die al langer samenwerken binnen Het Zuidelijk Toneel, uitstekend op elkaar zijn ingespeeld.
In het stuk wordt snel gesproken, er is veel tekst, met Engelstalige technische termen uit het digitale tijdperk als sausje, maar Offline Tourists is niettemin van begin tot eind goed en gemakkelijk te volgen, ook voor digibeten. Dat tekent het werk van Khaled: hij wil toegankelijk werk maken, dat ook absurd mag zijn. Hij toonde dat eerder in voorstellingen als God 99 – Bar by bar, night by night, story by story, onward! (2019). Offline Tourists is zijn eerste regie bij Het Zuidelijk Toneel.
De voorstelling eindigt jammerlijk abrupt. Ineens is er een eindconclusie, dat moment heeft iets meer tijd en rust nodig. Bovendien mist het stuk een werkelijke wending aan het slot. Het is wachten op de climax, de punt op de ‘i’ die niet gaat komen.
Foto’s: Sofie Knijff














