Recensie

O Jardim
Leonardo Moreira / Companhia Hiato
★★★★★ Toneel
8 februari 2014 - Koninklijke Schouwburg, Den Haag - Speellijst
Grandioos spel met onze herinnering
Door gepubliceerd 9 februari 2014

Twee dochters cirkelen om hun dementerende vader, die zij op een verhuisdoos hebben geparkeerd. De één is thuis gebleven en verzorgt hem, de ander is een glamoureuze actrice met een succesvolle carrière ergens in het buitenland. In Frankrijk, misschien? Zij doorspekt haar Portugees met Franse zinnen. De twee hebben elkaar al lang niet gezien. Onder hun schijnbaar opgewekte gebabbel resoneert een problematische geschiedenis: de jaloezie en verwijten van de zorgende dochter, de schuldgevoelens van de actrice over haar lange afwezigheid. Als de laatste haar oude vader probeert te vertroetelen, grijpt die ineens haar borsten. Is er ooit incest in het spel geweest? Is zij daarom weggevlucht van huis?

O Jardim (De tuin), het derde stuk van de jonge Braziliaanse maker Leonardo Moreira, zit vol met dit soort momenten. Het blijven suggesties, ze krijgen nooit een vervolg. Althans niet in het stuk. Wel in de breinen van de toeschouwers. De één ziet in de handtastelijke vader domweg een oude man in de war, de ander een flikkering van een ontuchtig verleden. In O Jardim, dat zaterdag zijn Nederlandse première beleefde in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag, speelt Moreira onophoudelijk en op virtuoze wijze met familieconventies die wereldwijd herkenbaar zijn, en met de waarneming en herinnering van publiek én acteurs. Net als zijn twee eerdere stukken is O Jardim gebaseerd op eigen ervaringen van Moreira en zijn cast.

Het publiek zit op het podium, op drie tribunes – één dwars vooraan, twee haaks daarop aan de zijkanten. Het heeft uitzicht op een metershoge wand van kartonnen verhuisdozen, met lagere stapels daarvoor. Aan het begin verslepen en verplaatsen de spelers, fraai gechoreografeerd en op spetterende muziek, de dozen tot een diagonaal kruis dat de ruimte verdeelt in driehoekige speelvlakken. In elk vlak speelt een andere scène en iedere tribune ziet maar één vlak. Maar de scènes schuiven steeds op, zodat je ze alledrie te zien krijgt. In een toevallige volgorde, afhankelijk van de tribune waar je bent gaan zitten, zonder te beseffen welke gevolgen die keuze zou krijgen. Je familie kies je tenslotte ook niet zelf uit; je wordt erin geboren.

O Jardim is de tuin van het huis waar de familie uit Moreira’s theatrale mengeling van fictie en realiteit heeft gewoond. In de tuin staat een kersenboom, net als bij Tsjechov – weer zo’n vluchtige referentie. Vader gaat naar een verzorgingstehuis, en zijn kinderen komen nog één keer bijeen om huis en tuin op te ruimen. De tientallen verhuisdozen markeren dat moment, maar ook de omvang en chaos van onze herinnering. De inhoud – foto’s, kleren en objecten, zoals een oude schrijfmachine – speelt een rol in de voorstelling. Als geheugensteun én verwarringzaaier.

Een van de drie scènes draait om een gescheiden stel, dat elkaar voor het eerst in jaren weerziet tijdens de opruiming. Zij wil hem terug, hij houdt dat af, al kan hij haar niet helemaal weerstaan. De twee wisselen gepassioneerde omhelzingen af met ruzies over een zoontje dat jong is gestorven. Of nooit is geboren? Het woord abortus valt, maar dat kan ook beeldend bedoeld zijn. De man is de zoon van de demente vader. Of is zij een van diens dochters?

Het slot van O Jardim brengt een uiterst ambigu antwoord op die vraag. Het diagonale kruis, dat gaande de voorstelling geleidelijk afbrokkelt, is dan helemaal verdwenen. De oude vader zit in het midden, intens aangestaard door de jongere man elders op het toneel. Dan pas valt goed op dat ze allebei dezelfde trui dragen. De jongere acteur speelde de jongere vader, decennia eerder. Althans, zo lijkt het. Op dat moment. En door de vader in het midden te laten eindigen, maakt Moreira hem ineens tot de spil van de voorstelling. Het is zijn ultieme suggestie: toonde hij met de drie voorafgaande scènes de herinneringen die de demente man zelf niet meer met zijn omgeving kan delen?

Moreira’s eigen gezelschap heet Companhia Hiato. Het hiaat uit de naam is het uitgangspunt voor zijn voorstellingen, aldus de website van de groep: de kloof tussen wat de één zegt en hoe de ander dat begrijpt. Hiato’s thuisbasis is São Paulo, de stad waar Moreira en alle andere leden van zijn ensemble ook hun opleiding hebben genoten. Een geweldig concept, grandioos neergezet en voorbeeldig geacteerd; als O Jardim het huidige niveau weergeeft van het Braziliaanse theater, dan kunnen we de komende jaren nog heel veel schitterende voorstellingen uit dat land tegemoet zien.

Foto: Otávio Dantas en Ligia Jardim

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

U kunt de volgende HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <s> <strike> <strong>

*
*

LET OP: op deze recensie rust auteursrecht. Voor geheel of gedeeltelijke overname, in welke vorm dan ook, is vooraf toestemming nodig van de uitgever.

Elders

NRC Handelsblad
★★★★☆
'Dan wordt duidelijk hoe ingenieus dit mozaïek van de Braziliaanse regisseur Leonardo Moreira in elkaar steekt. De scènes spelen zich af in 1938, 1979 en 2014. De minnaar uit ’38 is de demente vader in ’79. Zijn dochter is de moeder van de jonge vrouw die anno 2014 haar oude huis bezoekt. Zo komt, associatief en niet-chronologisch, langzaam een droevige familiegeschiedenis aan het licht.' Herien Wensink

Speellijst

De eerstvolgende drie speelbeurten van deze voorstelling:

Verwante artikelen

Tags

, , ,

  • Elders

    NRC Handelsblad
    ★★★★☆
    'Dan wordt duidelijk hoe ingenieus dit mozaïek van de Braziliaanse regisseur Leonardo Moreira in elkaar steekt. De scènes spelen zich af in 1938, 1979 en 2014. De minnaar uit ’38 is de demente vader in ’79. Zijn dochter is de moeder van de jonge vrouw die anno 2014 haar oude huis bezoekt. Zo komt, associatief en niet-chronologisch, langzaam een droevige familiegeschiedenis aan het licht.' Herien Wensink