Vijf figuren die elkaar niet kennen zijn bijeengekomen om hun vriend Q te herdenken. Allemaal beweren ze Q goed te hebben gekend, al is dat nog maar de vraag – hun opgeklopte verhalen suggereren dat ze hem vooral hadden willen kennen. Als hij überhaupt heeft bestaan. 

Not Quichot is Sarah Moeremans tweede voorstelling sinds ze artistiek directeur is van Het Zuidelijk Toneel. Wie vooral recente HZT-voorstellingen van andere regisseurs kent, zal overeenkomsten zien: de roadmovie-/queeste-vibe van Holly Goosebumps (Ada Ozdogan) is bijvoorbeeld herkenbaar, en net als F*ck Lolita (Silke van Kamp) vertrekt Not Quichot ook vanuit een boek, namelijk Don Quichot van Miguel de Cervantes uit 1605.

Waar in dat boek Don Quichot op reis gaat omdat hij zo veel ridderromans heeft gelezen dat hij nu zelf een ridder wil worden, trekt Q uit de voorstelling rond nadat hij al zijn boeken heeft verbrand. Want hij wil meer in de wereld zijn; je leert immers niets van het leven als je leest, alleen als je iets beleeft. ‘Lezen heeft iets pervers traags, iets nutteloos, iets onhandigs.’

En waar in Don Quichot het de hoofdpersoon was die in fantasieën leefde, zijn het in deze voorstelling vooral de andere personages (het voltallige ensemble van Het Zuidelijk Toneel) die hun verbeelding de vrije loop laten. Ze schilderen Q af als een mythische, avontuurlijke figuur die onverschrokken door Europa reisde. Zij waren erbij toen hij aangevallen werd door boze boeren of een woedende menigte trof op een universiteit. En degenen die er niet bij waren, kenden hem zo goed dat hij hen verhalen vertelde of voiceberichten stuurde met updates over zijn tocht.

Keja Klaasje Kwestro als een naamloze wegrestaurantuitbaatster springt erbovenuit met haar fysieke, grappige spel. Met een haast perverse, naar waanzin neigende overtuiging spuit ze nepbloed over haar gezicht, duikt de bosjes in of berijdt een autodeur.

De voorstelling vindt plaats op een onopgesmukt stukje industrieterrein bij De Gruyterfabriek in Den Bosch tijdens Theaterfestival Boulevard (later in het jaar zal de voorstelling in zalen te zien zijn). Op het weinig prikkelende beton proberen de personages met hun woorden Q’s reizen tot leven te wekken en spreken zo onze verbeelding aan.

Ze buitelen over elkaar heen en willen degene zijn die over Q vertelt. Maar naast hun onderlinge rivaliteit zijn er ook talloze momenten dat ze samen opgaan in het verhaal en elkaars zinnen of fantasieën afmaken. Enigszins jammer is dat ze veelal dezelfde energie uitstralen en in hetzelfde register spreken – het had hun dynamiek interessanter gemaakt als hun karakters meer verschillen toonden. De hautain lijkende afzijdigheid van degene die het meest naar de waarheid zoekt (journalist A, gespeeld door Julia Ghysels) leidt nu bijvoorbeeld niet altijd tot uitdagende spanning. Ook stapelen de gebeurtenissen vanaf de veertocht naar Scandinavië zich te veel op, waardoor je soms de draad kwijtraakt.

Uiteindelijk maakt vooral de onbetrouwbaarheid van de personages deze voorstelling interessant. In hoeverre kunnen we hen geloven als ze niet eens weten of Q tenger was of een buikje had? Maakt dat uit of kunnen we proberen mee te gaan in hun verhalen en voor ons zien hoe Q en zijn metgezellen tegen vangrails knalden? Zijn we bereid het zilveren busje dat het toneel op komt rijden te zien als zijn busje, ook al zeggen de personages telkens dat dat een wit busje was?

Not Quichot blijkt zo vooral een pleidooi voor de fantasie. Voor lezen, voor eropuit trekken en leven, en voor geloven in dat wat je voor je ziet, ook al weet je niet of het zich echt heeft afgespeeld.

Foto: Sofie Knijff