Ulrike Quade Company / Jo Stromgren Kompani
Munch en Van Gogh
★★★☆☆
Poppen zetten kunstwereld te kijk
Anita Twaalfhoven
21 oktober 2013
Gezien op 19 oktober 2013, Theater Bellevue, Amsterdam

Een schreeuwerige talkshowpresentator in leren broek kondigt zijn gasten aan: Edvard Munch en Vincent van Gogh. De schimmen van deze schilders komen tot leven in De schreeuw van de zonnebloem en de presentator noemt dat met vet Duits accent ‘Radikáál!

Het thema van de nieuwe voorstelling van poppentheatermaakster Ulrike Quade is de waarde van kunst. Alles wat de kunstwereld in deze tijd bezig houdt, passeert de revue in deze parodie met schuimrubberen figuren in de hoofdrol. Voor de kunstverzamelaar, een gedistingeerde kleine pop met pochet in zijn borstzak, is het een investering die hem als kunstkenner op de kaart zet. Hij heeft zijn eigen romantische beeld bij het leven van Munch en Van Gogh en als de twee schilders daar niet aan voldoen, jaagt hij ze in een vlaag van woede een kogel door het schuimrubberen lijf.

Een bloedserieuze kunsthistoricus verschijnt op zijn eigen multimediaschermpje en analyseert de invloed van de kunstenaars bij de opkomst van het expressionisme. Leuk detail is dat Van Gogh waarschijnlijk aan tinnitus leidde, een aandoening waarbij er een fluittoon door je oor suist. Vandaar dat hij zijn oor afsneed!

De waarde van kunst is afhankelijk van de waan van de dag. Vincent, goed herkenbaar met zijn bleke gelaat en vlassige krulhaar, struint boerend en scheldend over het toneel. Hij was tijdens zijn leven straatarm, geestesziek en doodongelukkig. Nu staan zijn zonnebloemen op ansichtkaarten, koektrommels en condooms. Munch had het in zijn tijd beter voor elkaar maar ook hij kon niet voorzien dat zijn werk in deze tijd miljoenen waard zou zijn.

De teksten in deze chaotische televisieshow gaan over de ins en outs van de kunstwereld aan het einde van de negentiende eeuw, maar zijn ook toepaspaar op het hier en nu. Hoe kun je bepalen welke kunstenaar talentvol is en subsidie verdient? Als je kijkt naar de kunstgeschiedenis valt dat nauwelijks te voorspellen.

Soms zijn de dialogen te brallerig en schreeuwerig en zakt de spanningsboog een beetje in. Knap is het poppenspel van de identiek geklede Ulrike Quade en Cat Smits. Ze switchen zo snel heen en weer tussen het acteren en manipuleren van de poppen dat je soms niet meer ziet wie de acteur is en wie de pop. Een van de twee danst met Edvard Munch en zoent hem op de mond. De ander draait zich lachend weg van de hitsige Van Gogh die geen vrouw kon krijgen. Struikelblok zijn hun vrouwenstemmen die niet altijd even geloofwaardig zijn voor de mannelijke personages. Maar de mimiek en motoriek van de poppen zijn zo levensecht dat het de voorstelling een surrealistisch tintje geeft.

Ulrike Quade laat weer zien dat theater met poppen springlevend is en goed past in de beeldcultuur van deze tijd. Poppen kunnen zingen, dansen, acteren en zijn op het toneel net zo goed thuis als op een beeldscherm. Ook blaast  poppentheater dode materie tot leven en dat past naadloos in de thematiek van Munch en Van Gogh.

Foto: Knut Bry

Elders

Het Parool
★★☆☆☆

'Het poppenspel is weergaloos knap: Ulrike Quade en Cat Smits spelen de assistenten van de presentator en hanteren de grote poppen nu eens onzichtbaar, dan weer als tegenspeler. [...] Maar het verhaal is moeilijk te volgen en echte confrontaties tussen de ideeën van de kunstenaars en de verzamelaar blijven uit.' Simon van den Berg

Trouw
★★★☆☆
'Hun overpeinzingen, die ons ook naar hun verleden brengen, zijn een vlammend betoog over het wezen van kunst dat gaandeweg zijn waarachtigheid heeft verloren. Dat resulteert in prachtige droomscènes over hun beider zoektocht naar geluk, liefde en erkenning. We krijgen vat op de onrust waardoor hun creatieve vuur, ondanks alles, bleef aangedreven.' Sander Hiskemuller
NRC Handelsblad
★☆☆☆☆
'De tekst is niet oninteressant, zeker waar die toe werkt naar het contrast tussen de persoon van de kunstenaar en diens oeuvre. Zo’n rondzwalkende gek als Van Gogh, dat is maar slecht voor de waarde van zijn werken, betoogt de zelfingenomen kunstverzamelaar Gottlieb Herman. En dus moeten de klonen dood. Goed bedacht, maar noch poppen, noch spel voegen er iets wezenlijks aan toe.' Herien Wensink
Volkskrant
★★☆☆☆
'Uiteindelijk heeft iedereen in Munch en Van Gogh bitter weinig te melden. Hoe knap deze beroemde kunstenaars na anderhalve eeuw ook tot leven worden gewekt, ze verdienen een beter script.' Annette Embrechts