In het slotdeel van haar fantasytrilogie maakt Jip Smit het niet makkelijk voor haar heldin Katinka. Het feit dat ze tot het einde toe de steun van het publiek hard nodig heeft, past perfect bij Smits unieke vorm van vertel- en participatietheater.

Op papier zou de Motherland-trilogie helemaal niet moeten kunnen werken. Het fantasygenre naar het theater brengen is alleen al een hachelijk idee, laat staan het feit dat Smit het in de vorm van compleet ingeleefd verteltheater giet, waarbij het publiek dan ook nog eens moet participeren (in het eerste deel bijvoorbeeld als de dieren in het bos waar heldin Katinka in verzeild raakt).

Het klinkt als pure cringe, maar het levert juist een bijzonder boeiende theaterervaring op. Dat komt in de eerste plaats door de overgave waarmee Smit haar personage neerzet: de inherente absurditeit van de situatie wordt daardoor eerst grappig, en daarna ontroerend. Omdat we als toeschouwers zelf als bewoners van de fantasiewereld worden benaderd, voel je je al snel onderdeel van Katinka’s missie om de decennialange vrouwenonderdrukking die er heerst omver te werpen.

Smit speelt daarmee constant met omgekeerde dramatische ironie: ze dicht ons kennis toe (over bakerrijmpjes, historische gebeurtenissen en gebruiken) die we in feite niet hebben. Ze lost dat op door ons via briefjes die ze ons toesteekt, of die op ingenieuze wijze in de rekwisieten zijn verwerkt, woorden in de mond te leggen; de manier waarop ze daarmee zelf de controle over het verhaal bewaart, terwijl ze de illusie van collectiviteit creëert, blijft hilarisch.

Katinka is namelijk een gemankeerde heldin: haar revolutionaire strijd voert ze tegen heug en meug, daartoe aangezet door haar overleden moeder. Ze leefde namelijk lang een comfortabel leven vermomd als man, tot ze plots uit dat bestaan werd gekieperd en moest vluchten. In het slotdeel van de trilogie staat die interne spanning steeds centraal, niet in de laatste plaats doordat Katinka’s moeder nu het podium met haar deelt (een fijne, stekelige rol van Marisa van Eyle).

Die vindt het vanuit haar plek in de hemel maar niets dat haar dochter zo treuzelt – in haar tijd had ze binnen drie dagen een gebouw in de fik gestoken én een bomaanslag voorbereid! Het intergenerationele conflict is een mooie verwijzing naar oude feministen die nu met lede ogen moeten aanzien hoe alle door keiharde strijd verworven vrouwenrechten weer dreigen te worden ontmanteld.

Ondertussen worstelt Katinka als een feministische Hamlet met de vraag of en hoe ze vorm moet geven aan haar activisme. In een pijnlijke scène, waarin ze vermomd als hoge militair op een schip heeft aangemonsterd, wordt ze gedwongen een tot slaaf gemaakte vrouw te veilen aan de rest van het publiek. De performatieve wreedheid gaat haar verdacht makkelijk af; het feit dat ze haar leven als man omringd door mannen heeft doorgebracht is onherroepelijk in haar lijf gaan zitten. Even later, als ze een keuze moet maken om zelf de macht te nemen of die aan de bevrijde vrouwen over te dragen, bezigt ze ronduit kolonialistische retoriek: de vrouwen zouden, juist vanwege hun jarenlange onderdrukking, nog niet toe zijn aan zelfbestuur.

Het is interessant hoe Smit en regisseur Ada Ozdogan zo, in een hilarische en vaak ronduit cartooneske vorm, vragen opwerpen over macht, revolutie en rechtvaardigheid – en hoe moeilijk het is om het patriarchaat waarmee ook wij allemaal zijn opgegroeid van je af te schudden. Uiteindelijk heeft Katinka de steun van haar moeder én het voltallige publiek nodig om het juiste te doen. Het onderstreept de kracht van de hele trilogie, die vanaf het begin op (weliswaar sterk gekaderde) participatie van het publiek gebouwd is: door samen met Katinka zowel de absurditeit als de mythologische kracht van het fantasygenre mee te maken, worden we tot tijdelijke gemeenschap gesmeed.

Foto’s Casper Koster