Een frêle, gehelmde vrouw in een van achteren dichtgeknoopt ziekenhuishemd stapt weifelend het podium op. Het ondoorzichtige zwarte gaas voor haar gelaat herinnert aan de chador die vrouwen in Iran verplicht zijn te dragen. Een treffend beeld: psychoanalytica Mitra Kadivar werd letterlijk van haar identiteit beroofd toen ze op dubieuze gronden werd opgenomen in een krankzinnigengesticht.

Twee immense taps toelopende wanden, slechts door een minimale spleet gescheiden, versterken het gevoel van claustrofobie. Blootsvoets scharrelt de vrouw (Simone Aughterlony) door een hoop puin die pas aan het slot van de voorstelling betekenis krijgt: dan wordt de instelling waarin ze gevangen zat met luid geraas gesloopt. Nog één keer betreedt zij het toneel, ditmaal gestoken in elegante groene tuniek, satijnen pofbroek en kekke laarsjes. Mitra is weer thuis, ze heeft gezegevierd. Toch bedekt de helm nog altijd haar gezicht. Een wonderlijke keuze van regisseur Jorge Léon: zo blijft zij anoniem.

Mitra is gebaseerd op het waargebeurde verhaal van de Iraanse psychoanalytica Mitra Kadivar. Zij behandelde geesteszieken en verslaafden in haar eigen woning in Teheran en werd in 2012 na klachten van haar buren gedwongen opgenomen omdat zij ‘psychotisch’ en ‘schizofreen’ zou zijn. Per e-mail vraagt ze om hulp aan haar Franse leraar Jacques-Alain Miller. Nadat die, samen met haar eigen studenten, een internetpetitie is gestart komt ze in 2013 vrij.

Hun correspondentie verschijnt op de wanden ter linker- en rechterzijde in typemachineletter, voorzien van bijbehorende tikgeluiden. ‘Dear Mister Miller, I’m in an awful mess. They’re sending me to a psychiatric hospital. Please do something.’ De vrouw op het podium zwijgt en sleept flegmatisch dan wel wanhopig of agressief rond met de brokstukken rondom haar. Ondertussen horen we elektronische klanken van gestommel, geklop en gehamer, soms doorsneden met een flard melodie van een strijkinstrument en wat getokkel op een oud.

Miller heeft aanvankelijk weinig zin zijn voormalige studente te helpen en vraagt haar om documenten en bewijzen. De elektronica zwelt aan tot angstaanjagend gedreun als hij haar verzoek om hulp voor de zoveelste keer afwimpelt. Op het rechterscherm verschijnen beelden van een ziekenhuis: ‘Hospital, silence.’ Na een plotse stilte zien we Mitra Kadivar zelf ter linkerzijde in enorme close-up. Schijnbaar onbewogen spreekt zij de teksten die we eerder uitgetikt zagen worden.

Begeleid door een elektronische hartenklop slentert de sopraan Claron McFadden door het krankzinnigengesticht. Achter halfgeopende deuren en vensters ontwaren wij neurotische handelingen van geesteszieken. Als Miller eindelijk actie onderneemt riposteert een koor van Iraanse psychiaters: ‘Our conclusion: she is psychotic and needs medication.’ Op dringende, gescandeerde toon vragen ze Miller om informatie. Hun fraaie, meerstemmige zang wordt ondersteund door lage strijkerslijnen. Ook hun woorden vliegen van links naar rechts over de schermen, gevolgd door beelden van overmaatse pillen en close-ups van gedwongen injecties.

Live op het toneel zingt McFadden ‘I know solitude well’, in hoge uithalen doorspekt met klaaglijke zuchten en begeleid door ingetogen instrumentale klanken. De gehelmde vrouw ligt stilletjes op de grond. Kadivar verschijnt op het rechterpaneel en vertelt over haar rechteloosheid. Wanneer haar internettoegang wordt afgesloten onderhouden haar studenten de correspondentie met Miller. Oorverdovende elektronica begeleidt het moment waarop zij vrijkomt. Drilboren en mokerslagen verbrijzelen de wanden, zodat het gesticht wordt bedolven onder zijn eigen puin.

Hoe aangrijpend het verhaal van Mitra Kadivar ook is, het blijft in deze enscenering abstract en ongrijpbaar. De getypte dialogen zetten je op afstand en de al te letterlijke uitbeelding van het drama creëert geen moment het gevoel van beklemming dat Kafka zo meesterlijk weet op te roepen in Het Proces. Ook de muziek volgt het verhaal nogal voorspelbaar op de voet, aanzwellend tot orkaankracht bij dramatische momenten, weemoedig bij eenzaamheid en verdriet. De beelden van geesteszieken voegen niks wezenlijks toe, maar maken ons tot ongemakkelijke voyeurs.

In een eigen toelichting noemt Léon zijn voorstelling ‘meer dan een journalistieke of documentaire duiding van een aangrijpende correspondentie’. Mitra blijft door de gekozen vorm echter hangen in het particuliere, één op één vertelde verhaal van een enkel individu. De regisseur is er helaas niet in geslaagd het lot van Kadivar te sublimeren en om te vormen tot de door hem beoogde universele ‘schreeuw om hulp’.

Foto: Koen Broos