Wat doe je als je nooit écht hebt geweten wie je vader is? In Mijn geheime vader proberen theatermakers Klemens en Klavertje Patijn het raadsel van hun jeugd te ontrafelen. Hun vader werkte bij de BVD en AIVD als geheim agent, maar thuis zweeg hij als het graf. Dus hebben Klemens en Klavertje enkel hun fantasie om de vele gaten in zijn verhaal op te vullen.

Het gegeven is fascinerend. Dit is een waargebeurd verhaal waarin een gewoon gezin aan een rustige straat een geheim draagt dat zo uit een thriller lijkt te komen: de zolder vol vermommingen, vakanties onderbroken door mysterieuze telefoontjes en schimmige figuren die plots aan de deur verschijnen. 

Hoewel hun vader ze niks over zijn werk kan of mag vertellen, kunnen broer en zus Patijn zich wel iets voorstellen van hoe zijn wereld eruit moet hebben gezien. En dus voeren ze ons langs Rusland en Polen, de val van de Berlijnse Muur en de staatsgreep van Ayatollah Khomeini in Iran in een klassiek, bijna cartoonesk spionnenverhaal vol schuilnamen, herenhoeden, plaksnorren en geheime codes. Dat de feiten en details ook voor hen nog altijd onbekend zijn, maakt dat de vertelling vooral een kinderlijke fantasie blijft, vol donkere hotelkamers, anonieme contacten en een verleidelijke, in bontjas gehulde femme fatale. Met de charme, snelheid en spanning van een James Bond-film, dat wel. 

Toch proberen de twee dat romantische beeld ook telkens te weerleggen. Nu ze volwassen zijn, zittend aan vaders ziekbed, dringt zich namelijk een ander inzicht op: hoe weinig ze hem werkelijk kennen en hoeveel ze hem gemist hebben. Waar Klemens zich vastklampt aan het idee dat hun vader ‘groot werk’ verrichte en een heldhaftig dubbelleven leidde, begint het bij Klavertje steeds meer te dagen. ‘Ik weet écht niet wie die man is!’ 

Hij is vaak dagenlang weg van huis, speelt op feestjes liever bij de kinderen dan dat hij met de volwassenen praat en spreekt veel talen maar zwijgt in evenzoveel als hij weer thuiskomt. Pas na zijn pensioen, als zijn kinderen een verrassingsfeest organiseren voor zijn huwelijksjubileum (vrij onmogelijk voor een geheim agent overigens) zien ze hem voor het eerst écht genieten, en huilen. Hun vader is een schild. Veilig en vast, maar ook ondoordringbaar.

Dat is een interessante spanning, maar jammer genoeg blijft het verhaal vaak in de kinderlijke eenvoud, sfeervertelling en clichés hangen, ook op momenten waar de inhoud om meer vraagt. Zo wordt bijvoorbeeld kort opgeworpen dat die stilte van hun vader misschien wel voortkomt uit zijn Indische achtergrond, maar wordt het personage niet ver genoeg uitgediept om dit gegeven echt te onderzoeken.

En het verhaal raakt de actualiteit vrij direct als Klemens in het ziekenhuis doorslaat in wantrouwen en complottheorieën, op het moment dat zijn vader een nieuwe arts met een Iraanse naam krijgt. Dan drijft er ineens een jammerlijk herkenbaar en twijfelachtig stereotiep boven, dat in dit verhaal misschien wel grondslag vindt (het wemelt in de spionnenwereld immers van de ‘bad guys’) maar toch vooral wrang aandoet door het achterdocht wél uit te beelden, maar niet uit te werken. Is dat wantrouwen in dit geval nou gegrond of ongegrond, en wat willen de makers daarmee zeggen?

Vooral het adagium ‘show, don’t tell’ hadden de makers iets meer in het achterhoofd kunnen houden. Ze zijn goed in het verzinnen van theatrale beelden die de spanningen rondom de personages en de verhaallijn tonen, maar eindigen dat soort scènes nog iets te vaak met een overbodige uitleg, bijvoorbeeld van hun eigen emoties. 

De voorstelling moet het vooral hebben van de kleine, liefdevolle observaties van de twee kinderen over hun vader. Hoe hij de spanning van zich af kon zingen onder de douche en zijn emoties kwijt kon in zijn pianospel bijvoorbeeld. Dat soort observaties leveren persoonlijke en ontroerende beelden op, waarin de complexiteit van het verhaal, het vader-personage en de spagaat waarin de kinderen zich bevinden toch even tot uiting komen.

Een glansrol is hierin weggelegd voor muzikant Sebastiaan Bax, die door zijn tekstloze rol op momenten de gedaante van vader Patijn lijkt aan te nemen. In zijn stilzwijgen, en vooral in zijn muziek, ontstaat een personage dat meer zegt dan de woorden in het script.

De voorstelling leunt sterk op een verhaal doordrenkt met intrige, een rijke aankleding (decor: Tom Schenk) compleet met oude typemachines en tape-recorders, een sfeervol lichtontwerp (Stefan Dijkman), de muzikale intermezzo’s van Bax en opvallende kostuums (Nola van Timmeren). Die dingen maken het geheel zonder meer vermakelijk. Mijn geheime vader is daarmee een spannende en tedere, maar ietwat platte poging om grip te krijgen op een man wiens vele geheimen nog niet onthuld zijn.

Foto’s: Jan Amse