Een groot zwart frame kadert de drie performers in Mercury Rising, de nieuwe performance van choreograaf Jefta van Dinther. Het licht dat eruit stroomt, richting de grote rotswand achter de performers, verlicht nu de een, dan weer de ander, terwijl ze steeds urgentere bewegingen maken met hun handen, armen en bovenlijven. Soms zijn de bewegingen groot en abstract: een pompen van de borst, een wegwuiven van de lucht. Soms zijn ze kleiner en neigen ze meer naar een gebarentaal waarmee de drie hele verhalen lijken te vertellen. 

Het is even inkomen, het niet-begrijpen en de verhalen waar je als toeschouwer met beperkte kennis van gebarentaal nét niet bij kunt – al is het nog maar de vraag hoeveel dat in dit geval uitmaakt en hoeveel gebaren van de dansers zich laten vertalen voor de mensen in de zaal die wel gebarentaal spreken  – maar overgave aan de fantastische expressiviteit van de dansers komt als vanzelf. Haast hypnotiserend is de manier waarop ze, met uitvergrote mimiek en gestiek, wild om zich heen slaand, vloeiend bewegend of in vurig ‘gesprek’ met elkaar, dansen.

Nog belangrijker: de weerstand die er in eerste instantie was toen betekenis zich niet (gelijk) onthulde, lijkt hier een doel op zich.

Het is een strijd om leesbaarheid, waar Van Dinther het publiek mee confronteert. Welke vormen van communicatie – anders dan gesproken of geschreven taal – begrijpen we eigenlijk? Wie is wanneer leesbaar? Wat is het frame waardoor we naar de wereld kijken? En wat is ‘betekenis’, wanneer ze niet klip en klaar wordt opgediend? Wanneer ze onderhevig is aan uiteenlopende referentiekaders en verschillende (hoogstpersoonlijke) interpretaties? 

Dit alles presenteert Van Dinther, in ware Van Dinther-stijl, in een groot samenspel tussen technologie, beweging en soundscape. Uit subwoofers op de speelvloer vloeit een lage brom waarvan de trillingen niet alleen te horen, maar ook te voelen zijn. Het frame dat de drie performers verlicht en inkadert hangt aan twee grote trussen, waarover het naar voren en naar achteren kan bewegen. Gelijktijdig – zodat het recht blijft hangen maar de afstand tot de achterwand beperkt of vergroot – of met verschillende snelheden, zodat het ook schuin kan komen te zweven. Het bepaalt wat we scherp te zien krijgen en wat aan onze aandacht en aan ons begrip ontsnapt.

Fenomenaal zijn ook de lichteffecten, zoals de stroboscoop uit het frame, dat de performers inmiddels tegen de rotswand klemt. Steeds sneller licht het een voor een de hoeken van de rotswand uit, waardoor het lijkt alsof alles in een cirkel beweegt. De schaduwen doen de gezichten van de performers elke milliseconde veranderen. Zo snel gaat het op een gegeven moment, dat het associaties opwekt met een tijdmachine, waarmee de performers terug worden geslingerd een ver verleden in. Het is een haast onwerkelijk beeld. Een special effect dat zich hier toch écht zonder digitale tussenkomst, live voor onze ogen, afspeelt.

Als het licht eenmaal weer tot stilstand is gekomen, blijkt de associatie met een tijdmachine zo gek nog niet. De performers kijken naar de rotswand, lijken de mogelijkheden af te wegen, en beginnen uit te beelden dat ze er wat in kerven. Langzamerhand wordt de hoekige beweging vloeiender, totdat het kerven meer op schrijven lijkt. Dan draait één van de performers zich om richting het frame, en begint erop heen en weer te swipen, daarbij vergezeld door digitale klanken – een soort plingen en plongen. Het is een tijdreis door talen, van de gebarentaal die we nu kennen, terug naar het kerven in de oudheid en verder richting andere ‘stille’ vormen van expressie die in de toekomst zullen volgen.

Zo zijn er nog veel meer slimme scènes om ons over onze communicatie na te laten denken. Eentje waarin de performers met hun lichaam een boodschap lijken door te geven – als in een fluisterspel – waarbij de boodschap telkens een beetje verandert of vertraagt en eentje waarbij de gebaren die de dansers maken elkaar – nu vervormd door een soort rood filter – onmogelijk snel lijken op te volgen. Weer zo’n special effect dat de grenzen van de werkelijkheid op lijkt te rekken.

Waar de toeschouwer mee overblijft, is een gevoel van fluïditeit. Zo permanent vloeiend en veranderend als de bewegingen van de dansers, zo veranderlijk (en individueel) is ook de betekenis die we aan dingen toekennen op basis van de symbolen waarmee ze tot ons komen. Filosofisch, best wel lastig en niet zo toegankelijk is Mercury Rising, maar ook ongelofelijk vol met prachtige beelden, intrigerende vraagstukken en indrukwekkende dans. 

Foto: Cecilia Gaeta