We moeten smartphone, horloge en andere hinderlijke bagage afgeven, voordat we in groepjes naar de kelder van het grote SCHUNCK Museum kunnen afdalen en daar langs en tussen grote witte kubussen en ruimtes kunnen dolen. ‘Don’t enter’, ‘Don’t open’ staat er bij de schuifdeuren. Na een tijdje worden die plakkaten verwijderd en geven de ruimtes hun geheimen prijs. (meer…)
De herneming van The Missing Door in het dubbelprogramma Out of the Stillness bevestigt dat dit delirische staaltje danstheater een moderne klassieker mag worden genoemd. Waar choreografe Gabriela Carrizo een afgeronde nachtmerrie presenteert, daar schotelt Hofesh Shechter de kijker een beduidend moeilijker leesbare reeks dansflarden voor in zijn wereldpremière Tunnel Vision.
The Missing Door 💎
Liminal spaces zijn hot en hip. Zo hot en hip dat verschillende dagbladen er deze zomer uitgebreide bespiegelingen aan wijdden, geïnspireerd door de psychologische horrorfilm Backrooms. Wat zulke ruimtes zo geschikt maakt voor horror: het zijn desolate overgangsruimtes die door hun leegte een diep gevoel van isolatie en desoriëntatie oproepen. In het werk van Gabriela Carrizo en Franck Chartier, de drijvende krachten achter het Belgische gezelschap Peeping Tom, vormen zulke liminale ruimtes al een kwart eeuw het decor voor indringende theatrale koortsdromen. Van de kille bejaardenrecreatieruimte in Vader, via de steriele galerie/kraamafdeling/rouwkamer in Moeder tot het unheimische bushokje in het midden van nergens in het voor het Nederlands Dans Theater gecreëerde La Ruta.
Veel liminaler dan het decor van The Missing Door wordt het niet. Plaats van handeling is een schemerige gang – of misschien is het een salon of een lobby – vol deuren die weigeren te openen, of juist onverwacht openklappen. Dit niemandsland dat zich volgens de makers bevindt ’tussen leven en dood’ wordt bevolkt door lijken en personages die daarop lijken. Gevoelens als jaloezie en moordzucht draaien hier jachtig rondjes. Sommige situaties zijn kluchterig, andere triest of macaber, maar het overkoepelende gevoel is claustrofobie.
Dertien jaar na de première voert een nieuwe generatie NDT-dansers het stuk meeslepend uit, met de perfecte balans tussen technische beheersing en dramatische inleving. De vanuit een fauteuil opduikende Rui-Ting Yu steekt nog net een beetje boven haar medeperformers uit in een duet waarin zij zich afwisselend stijf als een plank en slap als een pop door de ruimte laat slepen. Het is virtuoos, maar vooral ook op een creepy manier ontroerend.
Tunnel Vision
Hoe de ruimte(s) in Hofesh Shechters nieuwe werk Tunnel Vision geduid moeten worden, daar ben ik nog niet uit. De door dramatische black-outs van elkaar gescheiden dansflarden lijken zich meer in tijd te manifesteren dan in ruimte, hoe vaag dat ook moge klinken. Vooral in het begindeel, waarbij een gaasdoek voor het met machinerook gevulde toneel zakt, lijken de door Tom Visser uitgelichte tableaus soms meer op filmprojecties op een wolk dan op beweging door fysiek aanwezige dansers. Het vluchtige karakter komt niet alleen voort uit de enscenering – ook al leunt Shechter in dit stuk wel zwaar op Vissers imposante lichtkunstenaarschap. Die vluchtigheid zit ook ingebakken in de vele groepschoreografieën die vaak net zo fladderig ophouden als dat ze beginnen.
In de synchroon gedanste stukken is de Shechter-stijl – met wijd uitgestoken armen, diep vooroverbuigende ruggen en tribale groepsdynamiek – herkenbaar. Toch is dit stuk mijlenver verwijderd van de zelfverzekerde rauwdauwerstaferelen in Uprising en In your rooms, waarmee Shechter in 2014 zijn NDT-debuut maakte. In tegenstelling tot dat eerdere werk – en ook het over de kijker heen walsende succesnummer Clowns – lijken aarzeling en besluiteloosheid centraal te staan in Tunnel Vision. Die aarzeling verdwijnt eigenlijk alleen als de barokmuziek van Bach en Purcell de kans krijgt om door te dringen in het elektronische geluidslandschap dat Shechter zelf creëerde. Op die uitgebalanceerde tonen lijken de groepsdansen meer georganiseerd. Ze mogen ook langer doorgaan. Het contrast tussen klassieke ordening die gekoppeld is aan een ver verleden tegenover het eindeloze gedraal en getalm in het hier en nu maakt Tunnel Vision voor mij intrigerend. Maar zelfs met zo’n interpretatiekapstok wordt de voorstelling niet makkelijker leesbaar.
In het openingstafereel loopt de markante danser Barry Gans naar het voortoneel, waar hij plaatsneemt in kleermakerszit. Diezelfde houding, die vaak geassocieerd wordt met meditatie en yoga, keert later veelvuldig terug bij alle performers. Maar het voelt krampachtig: alsof ze rust en kalmte willen afdwingen in een ruimte en/of tijd die helemaal niet rustig of kalm is. Juist door die invoelbare kramp komt Tunnel Vision over als een ongrijpbaar tijdsdocument, over mensen die een steeds onzekerder wordende wereld amechtig houvast proberen te zoeken.
Foto’s: Rahi Rezvani













